Tweede lezing Grondwetsherziening in Verenigde Vergadering

Bij de Tweede Kamer is een voorstel tot wijziging van de grondwetsherziening zoals vastgelegd in artikel 137 van de Grondwet in eerste lezing in behandeling. Ieder voorstel om de Grondwet te wijzigen moet tweemaal behandeld worden: de zogenaamde eerste en tweede lezing. Momenteel worden beide lezingen door de Tweede en Eerste Kamer afzonderlijk behandeld. Het voorstel van Ollongren is om de tweede lezing niet in beide kamers afzonderlijk te laten behandelen, maar in een Verenigde Vergadering van de Tweede en Eerste Kamer.

Na een internetconsultatie in het najaar van 2019 diende minister Kajsa Ollongren het voorstel op 17 juli 2020 in.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Het voorstel

In artikel 137 worden de leden 4 en 5 gewijzigd. In het vierde lid worden 'beide Kamers' vervangen door 'de Staten Generaal in verenigde vergadering' zodat het artikel komt te luiden:

 

Nadat de nieuwe Tweede Kamer is samengekomen, overwegen de Staten-Generaal in verenigde vergadering in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

In het vijfde lid wordt 'De Tweede Kamer' vervangen door ‘De Staten-Generaal in verenigde vergadering’ zodat dit komt te luiden

 

De Staten-Generaal in verenigde vergadering kunnen, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen een voorstel tot verandering splitsen.

Als gevolg van deze wijziging moet ook het tweede lid van artikel 138 worden aangepast zodat het tweede lid daarvan komt te luiden:

 

De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten in verenigde vergadering over een voorstel van wet, houdende voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder a. Zij kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

 

Tenslotte wordt in een additioneel artikel een aantal overgangs- en aanvullende bepalingen toegevoegd.

2.

Achtergrond van het voorstel

Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moet tweemaal instemmen met de Grondwetsherziening. De Tweede Kamer moet voorafgaand aan de tweede lezing ontbonden worden, zodat de kiezer zich in de verkiezingen uit kan spreken over het voorstel de Grondwet te wijzigen. Bovendien is er zo voor een langere periode brede politieke steun nodig om de Grondwet te wijzigen. Veranderingen in de Grondwet kunnen niet op basis van een enkele verkiezingsuitslag worden doorgevoerd.

Omdat de Kamers het voorstel in tweede lezing met twee derde meerderheid moeten accepteren, bestaat in het huidige proces de mogelijkheid dat een minderheid in de Eerste Kamer een Grondwetswijziging blokkeert waar een ruime meerderheid in de Tweede Kamer mee instemt. Dat kan als problematisch worden beschouwd omdat de Eerste Kamer wordt gekozen door provinciale statenleden. Deze zijn niet verkozen op grond van hun standpunt over de Grondwetsherziening. De Tweede Kamer daarentegen is voorafgaand aan de tweede lezing direct verkozen en geniet daarom een grotere democratische legitimiteit met betrekking tot het voorstel.

De Tweede Kamer heeft meer leden dan de Eerste Kamer, waardoor de stem van de Tweede Kamerleden zwaarder weegt dan die van de Eerste Kamerleden in de Verenigde Vergadering. Volgens het wetsvoorstel is dit gerechtvaardigd, omdat de Tweede Kamer ten tijde van de tweede lezing zowel recenter als op een directere wijze verkozen is. Er vinden twee lezingen plaats, waarvan de tweede na ontbinding van de Tweede Kamer. Op deze manier blijft de zorgvuldigheid van het huidige proces van Grondwetsherziening gehandhaafd. Daarnaast worden de problemen van de tweede lezing in de Eerste Kamer voorkomen: de Eerste Kamer kan nog wel een tweede maal over het voorstel oordelen, maar kan het niet verwerpen als er in de Tweede Kamer een ruime meerderheid voor het voorstel is.

Tenslotte kunnen de Tweede Kamerleden nu bij hun oordeel over het voorstel het oordeel van de Eerste Kamerleden mee laten wegen.

3.

Historische context

De Grondwetsherziening van 1848 legde de huidige Grondwetsherzieningsprocedure vast. Na aanneming van een wijzigingsvoorstel moesten verkiezingen voor zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden gehouden, waarna beide nieuw gekozen Kamers het voorstel met twee derde meerderheid aan moesten nemen. Sinds 1995 wordt de Eerste Kamer niet meer ontbonden. Vorige kabinetten hebben voorgesteld het probleem van de mogelijke blokkerende werking van de tweede lezing in de Eerste Kamer uit de weg te gaan door de tweede lezing af te schaffen, wijzigingen van de Grondwet in een speciale Grondwetskamer te behandelen of door de tweede lezing uitsluitend in de Tweede Kamer plaats te laten vinden. Hier kleven echter nadelen aan, zoals het wegnemen van de invloed van de kiezer of de controlerende functie van de Eerste Kamer. Daarom pleit Ollongren nu voor het behouden van de belangrijkste elementen van de huidige procedure, die de weerbaarheid van de van de democratische rechtsstaat waarborgen.