Uitbreiding non-discriminatiegronden

In juni 2010 maakten de Tweede Kamerleden Boris van der Ham (D66), Naïma Azough (GroenLinks) en Anja Timmer (PvdA) een wetsvoorstel aanhangig de discriminatiegronden in artikel 1 van de Grondwet uit te breiden. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer werd via een nota van wijziging de formulering aangepast: in plaats van 'hetero- of homoseksuele gerichtheid' koos de Tweede Kamer voor 'seksuele geaardheid'.

Op 30 juni 2020 werd het wetsvoorstel (eerste lezing) in de Tweede Kamer aangenomen. Op 9 februari 2021 stemde ook de Eerste Kamer in eerste lezing in. Op 25 februari 2021 is het voorstel ingediend voor tweede lezing. Het wetsvoorstel werd in december 2021 door Alexander Hammelburg (D66), Laura Bromet (GroenLinks) en Habtamu De Hoop (PvdA) verdedigd.

Op dit moment heeft de Tweede Kamer het voorstel in tweede lezing reeds in behandeling genomen. In het op 15 december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord tussen tussen VVD, D66, CDA en ChristenUnie wordt enkel de non-discriminatiegrond 'handicap' ondersteund. Over seksuele geaardheid wordt in het akkoord niet gespoken.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Het voorstel

Het voorstel betreft artikel 1 van de Grondwet. Hierin staat dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, niet is toegestaan. De indieners wilden hier naast de seksuele geaardheid ook 'handicap' aan toevoegen. Dit zou een bevestiging en verankering zijn van de acceptatie en emancipatie van mensen met een functionele beperking en de gelijke behandeling tussen hetero’s en homo’s.

2.

Historische ontwikkeling

Bij de grondwetswijzingen van 1983 is het artikel tegen discriminatie (artikel 1) aan de grondwet toegevoegd. In 2010 werd het voorstel ingediend om het artikel uit te breiden.