Artikel 75: Ontbinding Kamers der Staten-Generaal

74
Artikel 75
76

De Koning heeft het recht om de Kamers der Staten-Generaal, elke afzonderlijk of beide te zamen, te ontbinden.

Het besluit, waardoor die ontbinding wordt uitgesproken, houdt tevens de last in tot het verkiezen van nieuwe Kamers binnen veertig dagen, en tot het samenkomen der nieuw verkozen Kamers binnen drie maanden.

De wet kan voor de na een ontbinding gekozen Kamers een andere zittingduur dan in de artikelen 88 en 94 is bepaald, vaststellen.

De Raad van State, het Koninklijk gezag waarnemende, oefent het recht van ontbinding niet uit.

1.

Ontwikkeling artikel

1848

De Koning heeft het regt, om de Kamers der Staten-Generaal, elke afzonderlijk of beiden te zamen, te ontbinden.

Het besluit, waardoor die ontbinding wordt uitgesproken, houdt tevens den last in tot het verkiezen van nieuwe Kamers binnen veertig dagen, en tot het zamenkomen der nieuw verkozen Kamers binnen twee maanden.

1887

De Koning heeft het regt, om de Kamers der Staten-Generaal, elke afzonderlijk of beide te zamen, te ontbinden.

Het besluit, waardoor die ontbinding wordt uitgesproken, houdt tevens den last in tot het verkiezen van nieuwe Kamers binnen veertig dagen, en tot het zamenkomen der nieuw verkozen Kamers binnen twee maanden.

De Raad van State, het Koninklijk gezag waarnemende, oefent het regt van ontbinding niet uit.

1917

De Koning heeft het regt, om de Kamers der Staten-Generaal, elke afzonderlijk of beide te zamen, te ontbinden.

Het besluit, waardoor die ontbinding wordt uitgesproken, houdt tevens den last in tot het verkiezen van nieuwe Kamers binnen veertig dagen, en tot het zamenkomen der nieuw verkozen Kamers binnen drie maanden.

De Raad van State, het Koninklijk gezag waarnemende, oefent het regt van ontbinding niet uit.

1922

De Koning heeft het recht om de Kamers der Staten-Generaal, elke afzonderlijk of beide te zamen, te ontbinden.

Het besluit, waardoor die ontbinding wordt uitgesproken, houdt tevens den last in tot het verkiezen van nieuwe Kamers binnen veertig dagen, en tot het samenkomen der nieuw verkozen Kamers binnen drie maanden.

De wet kan voor de na eene ontbinding gekozen Kamers een anderen zittingduur dan in de artikelen 86 en 92 is bepaald, vaststellen.

De Raad van State, het Koninklijk gezag waarnemende, oefent het recht van ontbinding niet uit.

1938: art 75, 1948: art 75, 1953: art 82, 1956: art 82, 1963: art 82, 1972: art 82
1983
  • 1. 
    Elk der kamers kan bij koninklijk besluit worden ontbonden.
  • 2. 
    Het besluit tot ontbinding houdt tevens de last in tot een nieuwe verkiezing voor de ontbonden kamer en tot het samenkomen van de nieuw gekozen kamer binnen drie maanden.
  • 3. 
    De ontbinding gaat in op de dag waarop de nieuw gekozen kamer samenkomt.
  • 4. 
    De wet stelt de zittingsduur van een na ontbinding optredende Tweede Kamer vast; de termijn mag niet langer zijn dan vijf jaren. De zittingsduur van een na ontbinding optredende Eerste Kamer eindigt op het tijdstip waarop de zittingsduur van de ontbonden kamer zou zijn geëindigd.
1987: art 64, 1995: art 64, 1999: art 64, 2000: art 64, 2002: art 64, 2005: art 64, 2006: art 64, 2008: art 64, 2017: art 64, 2018: art 64