Afdeling 4 - Landbouw en visserij

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-116 Gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid

De Unie stelt een gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid vast en voert het uit.

Onder landbouwproducten worden verstaan de voortbrengselen van bodem, veeteelt en visserij alsmede de producten in eerste graad van bewerking welke met de genoemde voortbrengselen rechtstreeks verband houden. De verwijzingen naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid of naar de landbouw moeten ook gezien worden als een verwijzing naar de visserij.

2.

III-117 Interne markt in landbouwproducten

  • 1. 
    De interne markt omvat mede de landbouw en de handel in landbouwproducten.
  • 2. 
    Voorzover in de [ex artikelen 33 tot en met 38] niet anders is bepaald, zijn de regels voor de instelling van de interne markt van toepassing op landbouwproducten.
  • 3. 
    De in [Bijlage I] vermelde producten vallen onder de artikelen 33 tot en met 38.
  • 4. 
    De werking en de ontwikkeling van de interne markt voor de landbouwproducten dienen gepaard te gaan met de totstandkoming van een gemeenschappelijk landbouwbeleid.

3.

Noot PDC

De ex-artikelen 33 tot en met 38 zijn de huidige ontwerp-artikelen III-118 tot en met III-123. De Bijlage I uit lid 3 staat niet in het CONV 725/03 document.

4.

III-118 Doelstellingen gemeenschappelijk landbouwbeleid

  • 1. 
    Het gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft ten doel:
    • a) 
      de productiviteit van de landbouw te doen toenemen door de technische vooruitgang te bevorderen en door zowel de rationele ontwikkeling van de landbouwproductie als een optimaal gebruik van de productiefactoren, met name de arbeidskrachten, te verzekeren,
    • b) 
      aldus de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door de verhoging van het hoofdelijk inkomen van hen die in de landbouw werkzaam zijn,
    • c) 
      de markten te stabiliseren,
    • d) 
      de voorziening veilig te stellen,
    • e) 
      redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren.
  • 2. 
    Bij de totstandbrenging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en van de daarvoor te treffen bijzondere voorzieningen zal rekening gehouden worden met:
    • a) 
      de bijzondere aard van het landbouwbedrijf, welke voortvloeit uit de maatschappelijke structuur van de landbouw en uit de structurele en natuurlijke ongelijkheid tussen de verschillende landbouwgebieden,
    • b) 
      de noodzaak de dienstige aanpassingen geleidelijk te doen verlopen,
    • c) 
      het feit, dat de landbouwsector in de lidstaten nauw verweven is met de gehele economie.
 

5.

III-119 Totstandkoming gemeenschappelijk landbouwbeleid

  • 1. 
    Om de in [ex artikel 33] gestelde doeleinden te bereiken wordt een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten tot stand gebracht.

    Naar gelang van de producten neemt deze ordening een van de volgende vormen aan:

    • a) 
      gemeenschappelijke regels inzake mededinging,
    • b) 
      verplichte coördinatie van de ve rschillende nationale marktorganisaties,
    • c) 
      een Europese marktorganisatie.
    • 2. 
      De gemeenschappelijke ordening in een der in lid 1 vermelde vormen kan alle maatregelen medebrengen welke noodzakelijk zijn om de in [artikel 33] omschreven doelstellingen te bereiken, met name prijsregelingen, subsidies zowel voor de productie als voor het in de handel brengen der verschillende producten, systemen van voorraadvorming en opslag en gemeenschappelijke organisatorische voorzieningen voor de stabilisatie van de in- of uitvoer.

    Zij moet zich beperken tot het nastreven van de in [artikel 33] genoemde doeleinden en elke discriminatie tussen producenten of verbruikers van de Unie uitsluiten.

    Een eventueel gemeenschappelijk prijsbeleid moet op gemeenschappelijke criteria en op eenvormige berekeningswijzen berusten.

  • 3. 
    Om de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke ordening aan haar doel te laten beantwoorden, kunnen een of meer oriëntatie- en garantiefondsen voor de landbouw in het leven worden geroepen.

6.

III-120 Voorzieningen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid

Teneinde de in [ex artikel 33] omschreven doeleinden te bereiken, kunnen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid met name voorzieningen worden getroffen met betrekking tot:

  • a) 
    een doeltreffende coördinatie van hetgeen ondernomen wordt op het gebied van de beroepsopleiding, het landbouwkundig onderzoek en de landbouwkundige voorlichting, welke coördinatie gemeenschappelijk gefinancierde projecten of instellingen kan medebrengen,
  • b) 
    gemeenschappelijke acties voor de ontwikkeling van het verbruik van bepaalde producten.

7.

III-121 Handel in landbouwproducten

  • 1. 
    De [afdeling] over regels betreffende de mededinging is op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten slechts in zoverre van toepassing, als bij Europese wet of kaderwet met inachtneming van de in [ex artikel 33] vermelde doeleinden wordt bepaald overeenkomstig [ex artikel 37, lid 2].
  • 2. 
    Op voorstel van de Commissie kan de Raad een Europese verordening of een Europees besluit aannemen dat machtiging geeft tot het verlenen van steun:
    • a) 
      ter bescherming van door structurele of natuurlijke omstandigheden benadeelde bedrijven,
    • b) 
      in het kader van economische ontwikkelingsplannen.

8.

III-122 Totstandbrenging en uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

  • 1. 
    De Commissie doet voorstellen inzake de totstandbrenging en de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, daarbij inbegrepen de vervanging van de nationale organisaties door een van de in [ex artikel 34, lid 1,] genoemde vormen van gemeenschappelijke ordening, alsook de uitvoering van de in [deze afdeling] vermelde maatregelen.

Deze voorstellen houden rekening met de onderlinge samenhang tussen de in deze afdeling genoemde landbouwvraagstukken.

  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet wordt de in [ex artikel 34, lid 1,] bedoelde gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkt ingesteld en worden de overige bepalingen vastgesteld die nodig zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid na te streven.
  • 3. 
    De Raad stelt op voorstel van de Commissie de Europese verordeningen of besluiten vast betreffende de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen, en betreffende de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.
  • 4. 
    De in [ex artikel 34, lid 1,] genoemde gemeenschappelijke ordening kan overeenkomstig [lid 2] in de plaats worden gesteld van de nationale marktorganisaties:
    • a) 
      indien de gemeenschappelijke ordening aan de lidstaten welke tegen deze maatregelen gekant zijn en zelf over een nationale organisatie voor de betrokken productie beschikken, gelijkwaardige waarborgen biedt inzake de werkgelegenheid en de levensstand van de betrokken producenten, met inachtneming van het ritme van de mogelijke aanpassing en van de noodzakelijke specialisatie, en
    • b) 
      indien deze ordening aan het handelsverkeer binnen de Unie analoge voorwaarden waarborgt als op een nationale markt bestaan.
  • 5. 
    Wanneer voor bepaalde grondstoffen een gemeenschappelijke ordening in het leven wordt geroepen, voordat er reeds een gemeenschappelijke ordening voor de overeenkomstige verwerkte producten bestaat, mogen de betrokken grondstoffen, gebruikt voor de producten die voor uitvoer naar derde landen zijn bestemd, van buiten de Unie worden ingevoerd.

9.

III-123 Compenserende heffing

Wanneer in een lidstaat een product onder een nationale marktorganisatie valt of onder een binnenlandse regeling van gelijke werking welke een gelijksoortige productie in een andere lidstaat bij de mededinging nadelig beïnvloedt, leggen de lidstaten een compenserende heffing op de invoer van dat product uit de lidstaat waar de organisatie of de regeling bestaat, tenzij deze staat een compenserende heffing op de uitvoer toepast.

De Commissie bepaalt de hoogte van deze heffingen zodanig als nodig is om het evenwicht te herstellen; zij kan eveneens machtiging verlenen tot het nemen van andere maatregelen waarvan zij de voorwaarden en wijze van toepassing vaststelt.