Staatscommissie parlementair stelsel

De Staatscommissie parlementair stelsel werd op 27 januari 2017 ingesteld door het kabinet-Rutte II om te adviseren over de noodzaak van veranderingen in het parlementaire stelsel en de parlementaire democratie.

De resultaten van het onderzoek werden uitgewerkt in het eindrapport ('Lage drempels, hoge dijken') dat op 13 december 2018 verscheen. Daarin staan zeven hoofdaanbevelingen, waaronder een bindend referendum, een terugzendrecht voor de Eerste Kamer, een lagere voorkeursdrempel bij verkiezingen en een gekozen formateur.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Aanleiding

Op initiatief van de Eerste Kamer vroegen zowel Tweede als Eerste Kamer om de instelling van deze commissie vanwege een grotere behoefte aan burgerparticipatie, invloed van Europese besluitvorming en decentralisatie van rijkstaken en vanwege de rol die nieuwe media en ict hebben op parlement en democratie.

2.

Samenstelling

Staatscommissie parlementair stelsel

Voorzitter van de commissie was de Noord-Hollandse commissaris van de Koning Johan Remkes. De commissie bestond uit wetenschappers en oud-politici. Opvallend was dat de SP voor het eerst een lid in een dergelijke staatscommissie had.

Leden:

 

naam

functie(s)

politieke kleur

prof.dr. C.C. van Baalen

hoogleraar parlementaire geschiedenis in Nijmegen

-

dr. E.J. Janse de Jonge

oud-Eerste Kamerlid, oud-gedeputeerde

CDA

mr. J. Kohnstamm

oud-staatssecretaris, oud-Tweede en Eerste Kamerlid

D66

prof.dr. R.A. Koole

oud-partijvoorzitter, oud-Eerste Kamerlid, hoogleraar

PvdA

mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst

raadsheer in Den Haag, oud-Eerste Kamerlid

CU

prof.dr. Th.W.G. van der Meer

hoogleraar politicologie in Amsterdam

-

mr. A.C. Quik-Schuijt

oud-kinderrechter, oud-Eerste Kamerlid

SP

J.W. Remkes

commissaris van de Koning, oud-minister, oud-Tweede Kamerlid

VVD

Eerste en Tweede Kamer hebben ook een begeleidingscommissie benoemd.

3.

Opdracht

De staatscommissie werd ingesteld om te onderzoeken of het parlementaire stelsel beantwoordde aan de eisen van de tijd:

Het parlementaire stelsel vertegenwoordigt de Nederlandse bevolking, is (mede) verantwoordelijk voor beleid en wetgeving en controleert de regering. Door tal van (maatschappelijke) ontwikkelingen is de vraag gerezen of dit parlementair stelsel nog bevredigend werkt en of dat in de nabije toekomst zal blijven doen.

Maatschappelijke ontwikkelingen

  • De Nederlandse burger wil meer betrokken zijn bij beleid en politiek.
  • Europese besluiten worden belangrijker voor het Nederlandse parlement.
  • Veel taken van de rijksoverheid zijn overgegaan naar gemeenten.
  • Er zijn grotere verschillen tussen verkiezingsuitslagen.
  • De invloed van digitalisering en social media op de democratie en het parlement.

4.

Conclusie

Op 13 december 2018 presenteerde de commissie haar eindrapport "Lage drempels, hoge dijken". In dit rapport zijn zeven thema's uiteengezet, namelijk:

  • Aanpassing van het kiesstelsel voor de Tweede Kamer.

    Binnen dit thema doet de commissie drie aanbevelingen. Allereerst het versterken van persoonlijke en regionale componenten in het kiesstelsel. Binnen het aanpaste stelsel hebben kiezers een duidelijke keuze om ofwel te stemmen op een kandidatenlijst van een partij, ofwel op één persoon. Daarnaast adviseert de staatscommissie de waarborgsom en het aantal benodigde ondersteuningsverklaringen voor nieuwe politieke partijen te verhogen om verdere versplintering te voorkomen. Om het opkomstpercentage bij verkiezingen te verhogen, beveelt de commissie aan meer stembureaus te plaatsen op locaties waar de opkomstpercentages laag liggen, het eenvoudiger te maken om te stemmen vanuit het buitenland en de mogelijkheid om vervroegd te stemmen te introduceren.

  • Invoering van een correctief bindend referendum.

    Binnen het huidige stelsel kunnen besluiten worden genomen waarvoor een meerderheid is in het parlement, maar waarvoor geen meerderheid bestaat in de samenleving. De stem van de kiezer wordt afgezwakt door het vormen van een regeerakkoord. Bovendien voelen lager opgeleide inwoners zich minder goed vertegenwoordigd dan hoger opgeleiden als het gaat om thema's zoals immigratie en Europa. Een correctief bindend referendum kan volgens de staatscommissie bijdragen aan een oplossing voor deze tekortkomingen van het parlementair stelsel. Door middel van een referendum kunnen wetten die door het parlement al zijn aangenomen, toch komen te vervallen. Om een referendum tot stand te laten komen zijn allereerst 5000 handtekeningen nodig binnen 4 weken. Vervolgens zijn 400 000 handtekeningen nodig binnen 6 weken voor een definitief verzoek. Om de uitslag te laten gelden zijn meer nee- dan ja-stemmen nodig en moet het aantal nee-stemmen minimaal gelijk zijn aan de helft van de opkomst bij de laatste Tweede Kamer verkiezingen.

  • Invoering van een gekozen formateur.

    Momenteel heeft de kiezer nauwelijks invloed op de kabinetsformatie. De staatscommissie beveelt daarom aan de formateur te kiezen door middel van een stelsel waarbij kiezers hun stem uitbrengen op meerdere kandidaten. Zij geven daarbij de volgorde van hun voorkeur aan. Deze verkiezingen zouden op dezelfde dag plaatsvinden als de parlementsverkiezingen.

  • Het instellen van een Constitutioneel Hof.

    De commissie pleit voor het invoeren van een constitutionele toets, die wetten controleert na invoering. Momenteel bestaat er enkel een toets vooraf door de Raad van State en de Eerste Kamer. In andere woorden: alleen de wetgever zelf beoordeelt de grondwettigheid van nieuwe wetten. De staatscommissie adviseert een Constitutioneel Hof in te voeren, om de weerbaarheid van de democratie verhogen. Dit Hof toetst aangenomen wetten alleen aan klassieke grondrechten. De behoefte aan een toets achteraf is toegenomen, onder meer door verminderde aandacht voor de kwaliteit van wetgeving en het toegenomen aantal beroepen van burgers op rechtsbescherming vanwege gebreken in de wetgeving.

  • Het opstellen van een 'Wet op de politieke partijen'.

    De staatcommissie stelt voor de Wet op de politieke partijen (Wpp) in te voeren om bestaande regelingen en wetten met betrekking op politieke partijen te bundelen en vast te leggen. Daarnaast adviseert de commissie hierin enkele nieuwe bepalingen op te nemen. Allereerst een regeling die het mogelijk maakt politieke partijen te verbieden die een ernstige bedreiging vormen voor de democratische rechtsstaat. Ten tweede adviseert de staatscommissie een bepaling op te nemen die de transparantie van verkiezingscampagnes waarborgt. Digitalisering brengt positieve gevolgen, maar ook risico's met zich mee voor de democratie. Er ontstaan nieuwe, minder transparante manieren om kiezers te beïnvloeden. Hierdoor maken kiezers mogelijk geen keuze die gebaseerd is op juiste, veelzijdige informatie. Om openheid rondom verkiezingscampagnes te vergroten, adviseert de staatscommissie dat politieke advertenties als zodanig herkenbaar moeten zijn en het duidelijk moet zijn wie ervoor heeft betaald. Verder vindt de commissie het niet wenselijk als algoritmes informatie van bepaalde partijen disproportioneel sterk onder de aandacht brengen. Ten derde adviseert de staatscommissie een maximum in te stellen op giften aan politieke partijen en kandidaten. Ten slotte moet in de Wpp worden benadrukt dat politieke partijen een vereniging zijn.

  • Meer democratische kennis en vaardigheden in het onderwijs.

    Uit onderzoek van de staatscommissie is gebleken dat Nederlandse jongeren, vergeleken met leerlingen uit andere West-Europese landen, over relatief weinig kennis en vaardigheden beschikken op het gebied van burgerschap. Kennis over de democratische rechtsstaat is echter belangrijk voor de kwaliteit van het burgerschap. Daarom vindt de staatscommissie dat onder andere via het onderwijs deze kennis moet worden vergroot. Daarnaast adviseert de staatscommissie de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen als "coördinerend bewindspersoon voor digitaal burgerschap." Digitalisering brengt risico's voor de rechtsstaat met zich mee (zie hierboven). Daarom is verbetering van digitaal burgerschap nodig. Ten slotte vindt de commissie dat de democratische rechtsstaat gevierd moet worden. 5 mei zou in plaats van Bevrijdingsdag "Vrijheidsdag" moeten worden.

  • Invoering van het terugzendrecht voor de Eerste Kamer.

    De Eerste Kamer is niet gebonden aan een regeerakkoord en kan daarom een tegenwicht bieden tegen de Tweede Kamer. Op dit moment kan de Eerste Kamer wetsvoorstellen echter alleen aannemen of verwerpen. De staatcommissie stelt voor de Eerste Kamer hiernaast ook de bevoegdheid te geven wetsvoorstellen aan te passen en terug te sturen naar de Tweede Kamer. Vervolgens neemt de Tweede Kamer een definitief besluit over het voorstel. Op deze manier wordt de toevoeging die de Eerste Kamer heeft binnen het parlementair stelsel meer optimaal benut.

De conclusie van de commissie is dat het parlementaire stelsel in het algemeen goed werkt, maar dat er zeker onderdelen zijn die verbetering behoeven. Een van de adviezen is het invoeren van een correctief bindend referendum. Daarnaast moet de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat versterkt worden, onder andere door het oprichten van een Constitutioneel Hof. Daarnaast moet gekeken worden naar de taakvervulling van het parlement. - Verwijderen?


Meer over