Staatscommissie parlementair stelsel

De staatscommissie parlementair stelsel werd op 27 januari 2017 ingesteld door het kabinet-Rutte II om te adviseren over de noodzaak van veranderingen in het parlementaire stelsel en de parlementaire democratie. Op initiatief van de Eerste Kamer vroegen zowel Tweede als Eerste Kamer om de instelling hiervan vanwege een grotere behoefte aan burgerparticipatie, invloed van Europese besluitvorming en decentralisatie van rijkstaken en vanwege de rol die nieuwe meda en ict hebben op parlement en democratie.

OP 21 juni 2018 bracht de Staatscommissie een tussenrapportage uit, waarin onder andere een bindend referendum, een terugzendrecht voor de Eerste Kamer, een lagere voorkeursdrempel en districtsgewijze kandidaatstelling als verbeteringen van het stelsel werden aangedragen. Dit wordt uitgewerkt in het eindrapport dat eind 2018 verschijnt.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Samenstelling

Voorzitter van de commissie is de Noord-Hollandse commissaris van de Koning Johan Remkes . De commissie bestaat uit wetenschappers en oud-politici. Opvallend is dat de SP voor het eerst een lid in een dergelijke staatscommissie heeft.

Leden:

 

naam

functie(s)

politieke kleur

prof.dr. C.C. van Baalen

hoogleraar parlementaire geschiedenis in Nijmegen

-

dr. E.J. Janse de Jonge

oud-Eerste Kamerlid, oud-gedeputeerde

CDA

mr. J. Kohnstamm

oud-staatssecretaris, oud-Tweede en Eerste Kamerlid

D66

prof.dr. R.A. Koole

oud-partijvoorzitter, oud-Eerste Kamerlid, hoogleraar

PvdA

mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst

raadsheer in Den Haag, oud-Eerste Kamerlid

CU

prof.dr. Th.W.G. van der Meer

hoogelaar politicologie in Amsterdam

-

mr. A.C. Quik-Schuijt

oud-kinderrechter, oud-Eerste Kamerlid

SP

J.W. Remkes

commissaris van de Koning, oud-minister, oud-Tweede Kamerlid

VVD

Eerste en Tweede Kamer hebben ook een begeleidingscommissie benoemd.

2.

Opdracht

De staatscommissie is ingesteld om te onderzoeken of het parlementaire stelsel beantwoordt aan de eisen van de tijd:

Het parlementaire stelsel vertegenwoordigt de Nederlandse bevolking, is (mede) verantwoordelijk voor beleid en wetgeving en controleert de regering. Door tal van (maatschappelijke) ontwikkelingen is de vraag gerezen of dit parlementair stelsel nog bevredigend werkt en of dat in de nabije toekomst zal blijven doen.

Maatschappelijke ontwikkelingen

  • De Nederlandse burger wil meer betrokken zijn bij beleid en politiek.
  • Europese besluiten worden belangrijker voor het Nederlandse parlement.
  • Veel taken van de rijksoverheid zijn overgegaan naar gemeenten.
  • Er zijn grotere verschillen tussen verkiezingsuitslagen.
  • De invloed van digitalisering en social media op de democratie en het parlement.

3.

Werkwijze

In oktober 2017 verscheen een tussenrapportage waarin de commissie zes thema's benoemde die om onderzoek en discussie vragen:

  • Het vertegenwoordigende karakter van het parlement
  • Het afnemend ledental van politieke partijen
  • De duur en geslotenheid van de kabinetsformatie
  • De risico's van ondermijning van de democratie, onder meer door digitalisering
  • Het afnemend belang van nationale besluitvorming door de EU en decentralisatie
  • De verhouding tussen Tweede en Eerste Kamer.

Een 'buitenring' van de commissie, bestaande uit door de commissie geselecteerde wetenschappers en deskundigen zal deze thema's bahandelen. De commissie trekt ook 'het land in' om in openbare bijeenkomsten deze thema's te bespreken en mogelijk aan te vullen. Daarnaast is het de bedoeling via digitale media om feedback te vragen.


Meer over