Afdeling 7 - Vervoer

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-128 Doelstellingen gemeenschappelijk vervoerbeleid

De doelstellingen van de Grondwet worden, wat het in deze titel geregelde onderwerp betreft, nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.

2.

III-129 Totstandkoming gemeenschappelijk vervoerbeleid

Bij Europese wet of kaderwet wordt [ex artikel 70] uitgevoerd, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer. Deze wet wordt vastgesteld na raadpleging van het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité.

De Europese wet of kaderwet omvat:

  • a) 
    gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten,
  • b) 
    de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn,
  • c) 
    de maatregelen die de veiligheid van het vervoer kunnen verbeteren,
  • d) 
    alle overige dienstige maatregelen.

3.

III-130 Bepalingen lidstaten

Totdat de in [artikel 71, lid 1,] bedoelde Europese wet of kaderwet is vastgesteld, en behoudens vaststelling, met eenparigheid van stemmen, van een Europese wet van de Raad waarbij een afwijking wordt toegestaan, mag geen enkele lidstaat de onderscheidende bepalingen, die terzake gelden op 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, op de datum van hun toetreding, zodanig veranderen dat zij daardoor in hun rechtstreekse of zijdelingse uitwerking minder gunstig worden voor de vervoerondernemers der overige lidstaten dan voor de nationale vervoerondernemers.

4.

III-131 Steunmaatregelen

Met deze Grondwet zijn verenigbaar de steunmaatregelen die beantwoorden aan de behoeften van de coördinatie van het vervoer of die overeenkomen met de vergoeding van bepaalde met het begrip "openbare dienst" verbonden, verplichte dienstverrichtingen.

5.

III-132 Speciale voorziening vervoerondernemers

Elke in het kader van deze Grondwet vastgesteld maatregel op het gebied der vrachtprijzen en vervoervoorwaarden moet rekening houden met de economische toestand van de vervoerondernemers.

6.

III-133 Verbod op discriminatie

  • 1. 
    In het verkeer binnen de Unie is elke discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen toepast naar gelang van de lidstaat van herkomst of bestemming van de vervoerde waren.
  • 2. 
    Lid 1 sluit niet uit dat krachtens [artikel 71, lid 1,] andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
  • 3. 
    De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, Europese verordeningen of besluiten vast teneinde de uitvoering van lid 1 te waarborgen. Hij besluit na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

    De Raad kan met name de Europese verordeningen of besluiten vaststellen die noodzakelijk zijn om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 vermelde voorschrift en teneinde te verzekeren dat de gebruikers hiervan volledig voordeel trekken.

  • 4. 
    De Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van elke belanghebbende lidstaat, in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluiten, de noodzakelijke Europese besluiten vast.

7.

III-134 Beperkingen bij toepassing van prijzen en voorwaarden

  • 1. 
    Het is een lidstaat, behoudens machtiging op grond van een Europees besluit van de Commissie, verboden voor het vervoer binnen de Unie de toepassing van prijzen en voorwaarden op te leggen die enig element van steun of bescherming in het belang van een of meer ondernemingen of bepaalde industrieën inhouden.
  • 2. 
    De Commissie onderwerpt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde prijzen en voorwaarden aan een onderzoek en houdt daarbij met name rekening met, enerzijds, de vereisten van een passend regionaal economisch beleid, de behoeften van minder ontwikkelde gebieden en de vraagstukken die zich in door politieke omstandigheden ernstig benadeelde streken voordoen, en, anderzijds, de gevolgen van die prijzen en voorwaarden voor de mededinging tussen de takken van vervoer.

    Na raadpleging van elke betrokken lidstaat stelt zij de noodzakelijke Europese besluiten vast.

  • 3. 
    Het in lid 1 bedoelde verbod is niet van toepassing op mededingingstarieven.

8.

III-135 Kosten grensoverschrijdend vervoer

De heffingen of and ere rechten welke naast de vervoerprijs door een vervoerondernemer in verband met het overschrijden der grens in rekening worden gebracht, mogen een redelijk peil niet te boven gaan, gelet op de werkelijke kosten die door de grensoverschrijding feitelijk zijn veroorzaakt.

De lidstaten streven naar een verlaging van die kosten.

De Commissie kan de lidstaten aanbevelingen doen voor de toepassing van dit artikel.

9.

III-136 Speciale bepaling voor Duitsland

De bepalingen van [deze afdeling] staan in de Bondsrepub liek Duitsland genomen maatregelen niet in de weg, voorzover deze noodzakelijk zijn om de economische nadelen door de deling van Duitsland berokkend aan de economie van die streken in de Bondsrepubliek welke door deze deling zijn getroffen, te compenseren.

10.

III-137 Comité van raadgevende aard

Een comité van raadgevende aard, bestaande uit door de regeringen der lidstaten aangewezen deskundigen, wordt aan de Commissie toegevoegd. Deze raadpleegt het comité over vervoeraangelegenheden, zo dikwijls zij zulk s nodig acht.

11.

III-138 Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze titel is van toepassing op het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren.
  • 2. 
    De Europese wet of kaderwet kan passende maatregelen vaststellen voor de zeevaart en de luchtvaart. Deze wordt aangenomen na raadpleging van het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité.