Afdeling 9 - Onderzoek en technologische ontwikkeling

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-141 Doelstellingen Europees onderzoek en technologische ontwikkeling

  • 1. 
    De Unie heeft als doelstelling de wetenschappelijke en technologische grond slagen van de industrie van de Unie te versterken en de ontwikkeling van haar internationale concurrentiepositie te bevorderen, alsmede de onderzoekactiviteiten te bevorderen die uit hoofde van andere hoofdstukken van de Grondwet nodig worden geacht.
  • 2. 
    Te dien einde stimuleert zij in de gehele Unie de ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, de onderzoekcentra en de universiteiten bij hun inspanningen op het gebied van hoogwaardig onderzoek en hoogwaardige technologische ontwikkeling; zij ondersteunt hun streven naar onderlinge samenwerking, waarbij haar beleid er vooral op gericht is de ondernemingen in staat te stellen ten volle de mogelijkheden van de interne markt te benutten, in het bijzonder door openstelling van de nationale overheidsopdrachten, vaststelling van gemeenschappelijke normen en opheffing van de wettelijke en fiscale belemmeringen welke die samenwerking in de weg staan.
  • 3. 
    Alle activiteiten van de Unie uit hoofde van de Grondwet, met inbegrip van demonstratieprojecten, op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling worden vastgesteld en uitgevoerd overeenkomstig [deze afdeling].

2.

III-142 Totstandkoming Europees onderzoek en technologische ontwikkeling

Voor de verwezenlijking van deze doelstellingen onderneemt de Unie de volgende activiteiten, die de activiteiten van de lidstaten aanvullen:

  • a) 
    uitvoering van programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, waarbij de samenwerking met en tussen ondernemingen, onderzoekcentra en universiteiten wordt bevorderd;
  • b) 
    bevordering van de samenwerking van de Unie met derde landen en internationale organisaties inzake onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie;
  • c) 
    verspreiding en exploitatie van de resultaten van de activiteiten van de Unie inzake onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie;
  • d) 
    stimulering van de opleiding en de mobiliteit van onderzoekers in de Unie.

3.

III-143 Coördinatie

  • 1. 
    De Unie en de lidstaten coördineren hun activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling, teneinde de wederzijdse samenhang van het beleid van de lidstaten en het beleid van de Unie te verzekeren.
  • 2. 
    De Commissie kan in nauwe samenwerking met de lidstaten alle dienstige initiatieven nemen om de in lid 1 bedoelde coördinatie te bevorderen.

4.

III-144 Meerjarenkaderprogramma

  • 1. 
    Bij Europese wet wordt het meerjarenkaderprogramma vastgesteld waarin alle activiteiten van de Unie zijn opgenomen. Deze wet wordt aangenomen na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

    In dit kaderprogramma:

    • a) 
      worden de wetenschappelijke en technologische doelstellingen die met de in [ex artikel 164] bedoelde activiteiten moeten worden verwezenlijkt, alsmede de daarmee samenhangende prioriteiten vastgesteld;
    • b) 
      worden de grote lijnen van deze activiteiten aangegeven;
    • c) 
      worden het totale maximumbedrag van en nadere regels voor de financiële deelneming van de Unie aan het kaderprogramma alsmede de onderscheiden deelbedragen voor elk van de overwogen activiteiten vastgesteld.
  • 2. 
    Het kaderprogramma wordt naar gelang van de ontwikkeling van de situatie aangepast of aangevuld.
  • 3. 
    Het kaderprogramma wordt uitgevoerd door middel van specifieke programma's die binnen elke activiteit worden ontwikkeld. In elk specifiek programma worden de nadere bepalingen voor de uitvoering ervan, de looptijd en de noodzakelijk geachte middelen vastgesteld. Het totaal van de in de specifieke programma's vastgestelde noodzakelijk geachte bedragen mag niet meer belopen dan het voor het kaderprogramma en voor elke activiteit vastgestelde totale maximumbedrag.
  • 4. 
    De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, de Europese verordeningen of besluiten houdende de specifieke programma's vast. Hij besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

5.

III-145 Uitvoering van het meerjarenkaderprogramma

Voor de uitvoering van het meerjarenkaderprogramma worden bij Europese wet of kaderwet de volgende regels vastgesteld:

  • a) 
    de regels voor de deelneming van ondernemingen, onderzoekcentra en universiteiten;
  • b) 
    de regels voor de verspreiding va n de onderzoekresultaten.

De Europese wet of kaderwet wordt aangenomen na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

6.

III-146 Aanvullende programma's

Bij de uitvoering van het meerjarenkaderprogramma kunnen aanvullende programma's worden vastgesteld waaraan alleen wordt deelgenomen door bepaalde lidstaten, die zorg dragen voor de financiering daarvan, onder voorbehoud van een eventuele deelneming van de Unie.

Bij Europese wet of kaderwet worden stelt de regels voor de aanvullende programma's vastgesteld, met name voor wat betreft de verspreiding van de kennis en de toegang van andere lidstaten. Deze wet wordt aangenomen na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

Voor de vaststelling van de aanvullende programma's is de goedkeuring van de betrokken lidstaten vereist.

7.

III-147 Uitvoering programma's door verscheidene lidstaten

Bij de uitvoering van het meerjarenkaderprogramma kan een Europese wet of kaderwet in overeenstemming met de betrokken lidstaten voorzien in deelneming aan door verscheidene lidstaten opgezette onderzoek- en ontwikkelingsprogramma's, met inbegrip van de deelneming aan de voor de uitvoering van die programma's tot stand gebrachte structuren.

De Europese wet of kaderwet wordt aangenomen na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

8.

III-148 Samenwerking met derde landen bij uitvoering programma's

Bij de uitvoering van het meerjarenkaderprogramma kan de Unie voorzien in samenwerking van de Unie met derde landen of internationale organisaties inzake onderzoek en technologische ontwikkeling en demonstratie.

De nadere regeling van deze samenwerking kan worden vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en de betrokken derde partijen, waarover wordt onderhandeld en die worden gesloten overeenkomstig [ex artikel 300].

9.

III-149 Oprichting gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren

De Raad kan, op voorstel van de Commissie, Europese verordeningen of besluiten vaststellen tot oprichting van gemeenschappelijke ondernemingen of andere structuren die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van programma's van de Unie voor onderzoek en technologische ontwikkeling en demonstratie. Hij besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

10.

III-150 Ruimteonderzoek

  • 1. 
    Om de wetenschappelijke en technische vooruitgang, het industriële concurrentievermogen en de uitvoering van haar beleid te bevorderen, stippelt de Unie een Europees ruimtebeleid uit. Daartoe kan zij gemeenschappelijke initiatieven bevorderen, onderzoek en technologische ontwikkeling steunen en de noodzakelijke inspanningen coördineren voor de verkenning en het gebruik van de ruimte.
  • 2. 
    Om bij te dragen aan de verwezenlijking van de in lid 1 bedoelde doelstellingen, worden bij Europese wet of kaderwet de noodzakelijke maatregelen vastgesteld, die de vorm kunnen hebben van een speciaal Europees ruimteprogramma.

11.

Toelichting

Lid 1 geeft de algemene doelstelling en de verschillende richtsnoeren van dit beleid, die betrekking hebben op de dimensies van het onderzoek en de technologische ontwikkeling, maar ook de dimensie van het industriële concurrentievermogen en eventueel van de andere beleidsgebieden van de Unie.

Lid 2 geeft de aard en de inhoud van de acties van de Unie op dit gebied aan, zoals de opstelling en uitvoering van een Europees ruimtevaartprogramma, zonder dat andere vormen van actie bijvoorbeeld internationale samenwerking) worden uitgesloten.

12.

III-151 Verslaglegging door Commissie

Aan het begin van elk jaar legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor. Dit verslag heeft met name betrekking op de activiteiten inzake onderzoek en technologische ontwikkeling en verspreiding van de resultaten in het voorafgaande jaar alsmede op het werkprogramma van het lopende jaar.