Afdeling 6 - Bepalingen betreffende belastingen

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-59 Invoerheffingen

De lidstaten heffen, al dan niet rechtstreeks, op producten van de overige lidstaten geen hogere binnenlandse belastingen van welke aard ook dan die welke, al dan niet rechtstreeks, op gelijksoortige nationale producten worden geheven.

Bovendien heffen de lidstaten op producten van de overige lidstaten geen zodanige binnenlandse belastingen, dat daardoor andere producties zijdelings worden beschermd.

2.

III-60 Teruggave van binnenlandse belastingen

Bij de uitvoer van producten van een lidstaat naar het grondgebied van een andere lidstaat mag de teruggave van binnenlandse belastingen niet het bedrag overschrijden dat daarop al dan niet rechtstreeks geheven is.

3.

III-61 Vrijstellingen en teruggaven van andere belastingen

Met betrekking tot andere belastingen dan de omzetbelasting, de accijnzen en de overige indirecte belastingen mogen vrijstellingen en teruggaven bij uitvoer naar de andere lidstaten slechts worden verleend en compenserende belastingen bij invoer uit de lidstaten slechts worden geheven, voorzover de bedoelde regelingen van tevoren voor een beperkte periode bij een door de Raad van Ministers op voorstel van de Europese Commissie aangenomen Europees besluit zijn goedgekeurd.

4.

III-62 Harmonisatie omzetbelasting, accijnzen en andere indirecte belastingen

  • 1. 
    De Raad van Ministers stelt bij Europese wet of kaderwet maatregelen vast aangaande de harmonisatie van de wetgevingen inzake de omzetbelasting, de accijnzen en andere indirecte belastingen, voorzover deze harmonisatie geboden is om de werking van de interne markt zeker te stellen en concurrentieverstoringen te voorkomen. De Raad van Ministers besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en van het Economisch en Sociaal Comité.
  • 2. 
    Wanneer de Raad van Ministers met eenparigheid van stemmen en op voorstel van de Europese Commissie besluit dat de in lid 1 bedoelde maatregelen de administratieve samenwerking of de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking betreffen, wordt de Europese wet of kaderwet houdende vaststelling van deze maatregelen in afwijking van lid 1 met gekwalificeerde meerderheid van stemmen aangenomen.

5.

III-63 Administratieve samenwerking en belastingfraude

Wanneer de Raad van Ministers met eenparigheid van stemmen en op voorstel van de Europese Commissie besluit dat maatregelen inzake de vennootschapsbelasting betrekking hebben op administratieve samenwerking of de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking, stelt hij deze maatregelen bij Europese wet of kaderwet met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast, voorzover zij nodig zijn om de werking van de interne markt zeker te stellen en concurrentieverstoringen te voorkomen.

De wet of kaderwet wordt na raadpleging van het Europees Parlement en van het Economisch en Sociaal Comité aangenomen.