Afdeling 3 - Justitiële samenwerking in civiele zaken

1.

III-170 Justitiële samenwerking in civiele zaken

  • 1. 
    De Unie ontwikkelt justitiële samenwerking in civiele zaken met grensoverschrijdende gevolgen, die berust op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen en van beslissingen in buitengerechtelijke zaken. Deze samenwerking kan maatregelen ter aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke regelingen van de lidstaten omvatten.
  • 2. 
    Te dien einde worden bij Europese wet of kaderwet maatregelen vastgesteld die onder meer het volgende beogen:
    • a) 
      de wederzijdse erkenning tussen de lidstaten van rechterlijke beslissingen en van beslissingen in buitengerechtelijke zaken en de tenuitvoerlegging daarvan;
    • b) 
      de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken;
    • c) 
      verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende regels voor collisie en jurisdictiegeschillen;
    • d) 
      samenwerking bij het vergaren van bewijsmiddelen;
    • e) 
      een hoge mate van toegang tot de rechter;
    • f) 
      de goede werking van civielrechtelijke procedures, zo nodig door bevordering van de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende bepalingen inzake civiele rechtsvordering;
    • g) 
      de ontwikkeling van alternatieve methoden voor geschillenbeslechting;
    • h) 
      de ondersteuning van de opleiding van magistraten en justitieel personeel.
  • 3. 
    In afwijking van lid 2, worden maatregelen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen bij Europese wet of kaderwet van de Raad van Ministers vastgesteld. De Raad van Ministers besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

    De Raad van Ministers kan op voorstel van de Europese Commissie bij Europees besluit vaststellen, ten aanzien van welke aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen handelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld. De Raad van Ministers besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.