Hoofdstuk III - De gemeenschappelijke handelspolitiek

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-216 Douane-unie

Door tussen de lidstaten een douane-unie op te richten beoogt de Unie in het gemeenschappelijk belang een bijdrage te leveren tot een harmonische ontwikkeling van de wereldhandel, tot de geleidelijke afschaffing van de beperkingen voor het internationale handelsverkeer en voor buitenlandse directe investeringen, en tot de verlaging van de tarief- en andere barrières.

2.

III-217 Gemeenschappelijke handelspolitiek

  • 1. 
    De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gegrond op eenvormige beginselen, met name aangaande de tariefwijzigingen, het sluiten van tarief- en handelsakkoorden betreffende handel in goederen en diensten, en de handelsaspecten van intellectuele eigendom, de directe buitenlandse investeringen, het eenvormig maken van liberalisatiemaatregelen, de uitvoerpolitiek alsmede de handelspolitieke beschermingsmaatregelen, waaronder de te nemen maatregelen in geval van dumping en subsidies. De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gevoerd in het kader van de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet worden de maatregelen ter uitvoering van de gemeenschappelijke handelspolitiek vastgesteld.
  • 3. 
    Indien over akkoorden met een of meer staten of internationale organisaties wordt onderhandeld en deze worden gesloten, zijn de desbetreffende bepalingen van artikel III-227 van toepassing. De Europese Commissie doet aanbevelingen aan de Raad van Ministers, die haar machtigt de vereiste onderhandelingen te openen. De Raad en de Commissie zien erop toe dat die akkoorden verenigbaar zijn met het interne beleid en de interne voorschriften van de Unie.

    De Europese Commissie voert de onderhandelingen in overleg met een speciaal comité, door de Raad van Ministers aangewezen om haar daarin bij te staan, en binnen het raam van de richtsnoeren welke de Raad van Ministers haar kan verstrekken. De Commissie brengt aan het speciaal comité en het Europees Parlement regelmatig verslag uit over de stand van de onderhandelingen.

  • 4. 
    Terzake van de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende de handel in diensten waarbij personen zich verplaatsen en betreffende de handelsaspecten van intellectuele eigendom, besluit de Raad van Ministers met eenparigheid van stemmen voorzover deze akkoorden bepalingen bevatten die met eenparigheid van stemmen worden vastgesteld indien het interne voorschriften zou betreffen.

    De Raad besluit ook met eenparigheid van stemmen terzake van de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende de handel in culturele en audiovisuele diensten, indien deze akkoorden afbreuk dreigen te doen aan de verscheidenheid aan culturen en talen in de Unie.

    Op de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende vervoer blijven de bepalingen van afdeling 7 van hoofdstuk III van titel III, alsmede artikel III-227, van toepassing.

  • 5. 
    De uitoefening van de bij dit artikel verleende bevoegdheden op het gebied van de handelspolitiek laat de afbakening van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten onverlet en leidt niet tot enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke regelingen van de lidstaten voorzover de Grondwet een dergelijke harmonisatie uitsluit.