Artikel 20: Beginselen bij het verstrekken van leningen

19
Artikel 20
21

Bij het verstrekken van leningen en van garanties neemt de Bank de volgende beginselen in acht:

  • 1. 
    Zij waakt ervoor dat haar gelden op de meest rationele wijze in het belang van de Gemeenschap worden aangewend.

    Zij kan slechts leningen verstrekken of op te nemen leningen garanderen:

    • a) 
      wanneer rente en aflossing bij projecten, uitgevoerd door ondernemingen in de produktieve sector, zijn gewaarborgd door de exploitatie-opbrengsten, of, bij andere projecten, door een verbintenis aangegaan door de Staat waarin het project wordt uitgevoerd dan wel op enigerlei andere wijze,
    • b) 
      en wanneer de uitvoering van het project bijdraagt tot een verhoging van de economische produktiviteit in het algemeen en eveneens tot de verwezenlijking van de gemeenschappelijke markt.
  • 2. 
    Zij mag op generlei wijze deelnemen in ondernemingen noch een verantwoordelijkheid in het beleid daarvan op zich nemen, tenzij beveiliging van haar rechten dit als waarborg voor de inning van haar schuldvordering vereist.
  • 3. 
    Zij kan haar schuldvorderingen cederen op de kapitaalmarkt en te dien einde van haar geldnemers de uitgifte van obligaties of andere effecten verlangen.
  • 4. 
    Noch de Bank noch de Lid-Staten mogen als voorwaarde stellen dat uitgeleende gelden in een bepaalde Lid-Staat moeten worden besteed.
  • 5. 
    Zij kan het verstrekken van leningen afhankelijk stellen van het uitschrijven van internationale aanbestedingen.
  • 6. 
    Zij financiert noch geheel noch gedeeltelijk een project waartegen de Lid-Staat op wiens grondgebied het project moet worden uitgevoerd, zich verzet.

1.

Toelichting Nederlandse regering

Ook dit artikel bevat een aantal voorwaarden, waaraan bij kredietverlening moet zijn voldaan. Een algemene regel is, dat de Bank bij de aanwending van haar middelen moet streven naar een zo groot mogelijk economisch nut voor de Gemeenschap. Ten slotte zal het te financieren project moeten bijdragen tot een verhoging van de produktiviteit en de totstandkoming van de Gemeenschappelijke Markt.

Tenzij haar crediteurbelangen zulks vereisen, verbiedt het tweede lid van artikel 20 de Bank deel te nemen aan het kapitaal of het bestuur van ondernemingen.

In lid 4 wordt bepaald, dat de Bank niet mag eisen, dat de door haar verstrekte middelen in een bepaalde Lid-Staat worden besteed.