Eed voor den Raadpensionaris.

.

Eed voor den Raadpensionaris

Ik belove en zwere, dat ik, als Raadpensionaris, achtervolgens de Staatsregeling, en de magt, mij bij dezelve opgedragen, de belangen des Bataafschen Volks, met al mijn vermogen, zal bevorderen, deszelfs regten, hoogheid en waardigheid zal voorstaan, de onafhankelijkheid van het Gemeenebest en de vrijheid der Ingezetenen, door alle gepaste middelen en wegen, zal bevestigen, handhaven en verzekeren; dat ik mij opregtelijk en naarstelijk zal kwijten van alle de pligten, mij in voormelde betrekking opgelegd, zonder mij daar van immer te laten weerhouden, om lief of leed, gunst of ongunst, beloften of geschenken, of andere zaken.

Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig !

(In de proclamatie van het Staats-Bewind van 25 Maart 1805 volgde, na het ontwerp der Staatsregeling, ook nog het voorstel:

 

dat tevens, aan het Bataafsche Volk, zal worden voorgesteld, om, bij de eventueele aanneming der Staatsregeling, tot Eersten Raadpensionaris te benoemen RUTGER JAN SCHIMMELPENNINCK, met magt en bevoegdheid, om de alzoo aangenomen Staatsregeling in werking te brengen, mitsgaders om de eerste benoeming van de Leden der Vergadering van Hun Hoog Mogenden, en alle zoodanige verdere eerste aanstellingen te doen, als tot invoering dezer Staatsregeling, zullen worden vereischt.