Vijfde Hoofdstuk. Van de Financie.

Inhoudsopgave van deze pagina:

117.

Belastingheffing

De Souvereine Vorst en de Staten Generaal gezamenlijk zijn alleen en bij uitsluiting bevoegd tot het heffen en regelen van belastingen.

De belastingen, bij het aannemen dezer grondwet bestaande, blijven op denzelfden voet, tot dat er anders over beschikt worde bij de wet.

118.

Schuld

De schuld wordt jaarlijks in overweging genomen ter bevordering der belangen van de schuldeischers van den Staat.

119.

Munt; Instelling Raden en Generaal-meesters van de Munt

Het toezigt en de zorg over de zaken van de Munt met den aankleve van dien, en de beslissing der questiën over het allooi, essai, en wat dies meer is, wordt opgedragen aan een kollegie onder den titel van Raden en Generaalmeesters van de Munt, achtervolgens zoodanige instructiën, als bij de wet zullen worden vastgesteld.

Bij vacature zenden de Staten Generaal eene nominatie van drie personen aan den Souvereinen Vorst, welke daaruit de verkiezing doet.

120.

Algemeene Rekenkamer; Mandaat; Leden

Er zal eene algemeene Rekenkamer zijn, ten einde jaarlijks de rekeningen der verschillende ministeriële departementen optenemen en te liquideren, mitsgaders behoorlijke rekening en verantwoording te vorderen van alle bijzondere Lands comptabelen, alles achtervolgens zoodanige instructiën, als bij de wet zullen worden vastgesteld.

De leden van deze Rekenkamer worden, zoo veel mogelijk, uit alle Provinciën genomen.

Bij vacature zenden de Staten Generaal eene nominatie van drie personen aan den Souvereinen Vorst, welke daaruit de verkiezing doet.