Tweede Afdeeling. Van de tweede kamer der Staten-Generaal

Inhoudsopgave van deze pagina:

83.

Voorwaarden lidmaatschap Tweede Kamer

Tot leden der tweede Kamer zijn verkiesbaar ingezetenen der Provincie waaruit zij genoemd worden, bereikt hebbende den vollen ouderdom van dertig jaren.

De leden uit dezelfde Provincie gekozen, mogen elkander niet nader dan in den derden graad van bloedverwantschap of zwagerschap bestaan; geen zee- of landofficieren zijn daartoe verkiesbaar, welke eenen minderen rang dan dien van hoofd-officier hebben.

84.

Zittingsduur; Roulatie Leden Tweede Kamer

De leden dezer Kamer hebben zitting gedurende drie jaren. Een derde van hen valt jaarlijks uit, volgens een daarvan te maken rooster. De uitvallende zijn dadelijk weder verkiesbaar.

85.

Stemmingen zonder last of ruggespraak

De leden dezer Kamer stemmen voor zich zelven, en zonder last van, of ruggespraak met de vergadering, door welke zij benoemd zijn.

86.

Eed van toelating; Eed van zuivering

Bij het aanvaarden hunner waardigheid, doen zij ieder op de wijze zijner godsdienstige gezindheid, den navolgenden eed:

"Ik zweer (belove) dat ik de Grondwet der Nederlanden zal onderhouden en handhaven; dat ik bij geene gelegenheid en onder geen voorwendsel hoe ook genaamd, daarvan zal afwijken, of toestemmen dat daarvan afgeweken worde; dat ik voorts de onafhankelijkheid van den Staat, de algemeene en bijzondere vrijheid der ingezetenen bewaren en beschermen en het algemeen belang met al mijn vermogen bevorderen zal, zonder mij daarvan door eenige provinciale of andere bijzondere belangen te laten aftrekken.

Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!"

Zij zullen, alvorens tot dien eed te worden toegelaten, doen den volgenden eed van zuivering:

"Ik zweer (verklare) dat ik, om tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal te worden benoemd, directelijk of indirectelijk aan geene personen, hetzij in of buiten het bestuur, onder wat naam of voorwendsel ook, eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb, nochte beloven of geven zal.

Ik zweer (belove) dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd eenige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk.

Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!"

Deze eeden worden afgelegd in handen van den Koning, of te wel in de vergadering der Tweede Kamer, in handen van den President daartoe door den Koning gemagtigd.

87.

Voorzitter

De Koning benoemt uit eene opgave van drie leden, Hem door de Kamer aangeboden, één om het Voorzitterschap, gedurende den tijd van het openen tot het sluiten der zitting, waar te nemen.

88.

Reis- en verblijfskostenvergoeding

De leden dezer Kamer genieten voor reiskosten zoodanige soms als, in evenredigheid der afstanden, bij de wet zal worden geregeld.

Tot goedmaking der verblijfkosten in de plaats der bijeenkomst, wordt hun toegelegd eene som van f 2 500 's jaars.

Deze verblijfkosten, die maandelijks betaald worden, worden in het tijdvak van de eene zitting tot de andere niet genoten door de leden, die bij de laatste zitting niet zijn tegenwoordig geweest, ten ware zij bewezen door ziekte belet te zijn geworden.