Derde Afdeeling. Van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Inhoudsopgave van deze pagina:

86.

Zittingsduur; roulatie leden; eed of verklaring; vergoeding reis- en verblijfskosten

De leden der Eerste Kamer hebben zitting gedurende negen jaren.

Een derde gedeelte treedt om de drie jaren af, volgens een daarvan te maken rooster. De uitvallende leden zijn dadelijk weder verkiesbaar. Art. 82 is op hen van toepassing.

Zij leggen, bij het aanvaarden hunner betrekking, in handen van den Koning gelijke eeden (beloften en verklaring) af, als voor de leden der Tweede Kamer zijn bepaald.

Zij genieten reis- en verblijfkosten volgens de wet.

87.

Voorzitter

De Voorzitter wordt door den Koning benoemd, voor het tijdperk eener zitting.