Additionele artikelen.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Tijdelijke handhaving bestaande autoriteiten

Alle bestaande autoriteiten blijven voortduren, totdat zij door andere, volgens deze Grondwet, zijn vervangen.

2.

Mogelijke schadevergoeding bij grondwetswijzigingen

De wet regelt de schadevergoeding, toe te kennen aan hen, die door of tengevolge van de herziening der Grondwet, betrekkingen verliezen, hun voor hun leven opgedragen.

3.

Tijdelijke handhaving bestaande wetgeving, reglementen en besluiten

Alle op het oogenblik der afkondiging van de veranderingen in de Grondwet verbindende wetten, reglementen en besluiten worden gehandhaafd, totdat zij achtervolgens door andere worden vervangen.

4.

Opheffing heerlijke regten; Schadeloosstelling

De heerlijke regten betreffende voordragt of aanstelling van personen tot openbare betrekkingen zijn afgeschaft.

De opheffing der overige heerlijke regten en de schadeloosstelling der eigenaren kunnen door de wet worden vastgesteld en geregeld.

5.

Termijnen voor voordragt essentiële nieuwe wetsvoorstellen

De voorstellen:

1e. der wet regelende het kiesregt en de benoeming van afgevaardigden ter Eerste en Tweede Kamer,

2e. van provinciale en gemeente-wet,

worden voorgedragen in de eerste zitting der Staten- Generaal, volgende op de afkondiging der veranderingen in de Grondwet.

De ontwerpen van wet, betreffende de verantwoordelijkheid der ministers, de nieuwe regterlijke inrigting, het onderwijs en armbestuur, en tot uitoefening van het regt van vereeniging en vergadering, worden zoo mogelijk in diezelfde zitting, en in allen geval niet later dan in de daarop volgende, voorgesteld.

De wetten op het beleid der regering in de koloniën en bezittingen van het Rijk in andere werelddeelen worden binnen drie jaren na de afkondiging dezer veranderingen in de Grondwet voorgedragen.

6.

Eerste roulatie leden Eerste en Tweede Kamer

De eerste aftreding van een derde der leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal zal plaats hebben met den derden Maandag in September 1851; die van de helft der leden van de Tweede Kamer niet den derden Maandag in September 1854; beide volgens een rooster, te regelen door de wet, in artikel 5, no. 1, vermeld.

7.

Voorlopig kiesreglement

Bevat het voorlopig kiesreglement.

[Het voorlopig kiesreglement was een overgangsmaatregel, strekkende om aanstonds nieuwe Kamers te doen kiezen, die zich allereerst zouden bezighouden met de voor te stellen Kieswet. Krachtens dit reglement werden in elk van de 68 kiesdistricten een lid voor de Tweede Kamer en twee kandidaten voor het lidmaatschap van de Eerste Kamer gekozen; uit de aldus verkregen 136 kandidaten voor de Eerste Kamer werden er door de Koning 39 tot lid benoemd. Deze afwijking van artikel 78 van de Grondwet werd gemaakt, omdat er nog geen volgens het nieuwe stelsel gekozen Provinciale Staten bestonden.]