Proclamatie

.

Proclamatie van 24 augustus 1815

WIJ WILLEM, BIJ DE GRATIE GODS, KONING DER NEDERLANDEN, PRINS VAN ORANJE-NASSAU, GROOT-HERTOG VAN LUXEMBURG, enz. enz. enz.

Aan alle de genen die deze zullen zien, salut:

Van het oogenblik dat Wij de Koninklijke waardigheid aanvaard hebben, is onze voornaamste wensch geweest, alle de inwoners van het nieuwe Rijk onder gelijke Staats-instellingen vereenigd, en aldus alle aanleiding tot naijver of tweespalt verwijdert te zien.

Dien ten gevolge moest de reeds voor een gedeelte Onzer onderdanen verbindende Grondwet in het belang van allen, en overeenkomstig de bedoelingen der Mogendheden, aan welker Staatkunde, onder de leiding der Goddelijke Voorzienigheid, de nieuwe toestand van zaken te danken is, gewijzigd worden.

De commissie, aan welke Wij die gewigtige taak hebben opgedragen, heeft uit mannen bestaan, die zich door hunne kunde en vaderlandsliefde de achting hunner medeburgers verworven hadden. Maar hoe volkomen ook het vertrouwen was dat zij Ons hadden ingeboezemd, moesten Wij echter, in eene voor het heil des vaderlands zoo beslissende omstandigheid, de algemeene denkwijze over het ontwerp, dat de vrucht hunner overwegingen was, trachten te kennen.

In de noordelijke provinciën had de Grondwet zelve daartoe den weg aangewezen, en de Staten-Generaal wierden in dubbelen getale bij een geroepen.

Voor de zuidelijke provinciën scheen, bij gebreke eener vergadering die beschouwd kon worden het volk wettiglijk te vertegenwoordigen, die maatregel in aanmerking te moeten komen welke, naauwelijks een jaar geleden, in de Vereenigde Nederlanden, zonder iemands tegenspraak, ter uitvoer gebragt was. Maar niettegenstaande dit voorbeeld wierd de vrage opzettelijk onderzocht, en het was op het advies der commissie van herziening, dat Wij besloten om in ieder arrondissement, in evenredigheid van deszelfs bevolking, notabelen te vergaderen.

Met leedwezen hebben Wij vernomen, dat Onze bedoelingen te dien opzigte of miskend of verkeerdelijk uitgelegd zijn, en dat, om redenen, die elken goeden Nederlander moeten bedroeven, de bevolene maatregel verstoken is gebleven van den uitslag die Wij daarvan verwacht hadden.

Bijna een zesde der opgeroepene personen is niet in de vergaderingen verschenen; en hoewel hunne afwezendheid kan worden beschouwd als een bewijs dat zij met het voorgestelde ontwerp genoegen hebben genomen, ware het ons aangenamer geweest dat niemand de hem aangebodene gelegenheid had verzuimd van over de hoogste belangen van den Staat zijn gevoelen vrijmoediglijk te uiten.

Van de zeven honderd zes en negentig notabelen, door welken het ontwerp is afgekeurd, hebben honderd zes en twintig uitdrukkelijk verklaard dat zulks geschied was uit hoofde van eenige artikelen over den eeredienst; artikelen, die, overeenkomstig met de sedert lang bestaande wetgeving, gegrond op de traktaten en strookende met de beginselen welke de godsdienstige Souvereinen in het Europische systema hebben ingevoerd, uit de Nederlandsche grondwet niet konden worden weggelaten, zonder het bestaan der monarchie in de waagschaal te stellen en zonder juist de waarborg van die genen te verminderen, welken de bedoelde bepalingen bedenkelijk voorgekomen zijn.

Zoo deze waarheid niet verduisterd ware door eenige menschen van welken de maatschappij integendeel het voorbeeld der evangelische liefde en verdraagzaamheid verwachten mogt, zouden ten minste de gemelde stemmen, zich gevoegd hebben bij die der vijf honderd zeven en twintig notabelen welke het ontwerp hebben goedgekeurd.

De Staten-Generaal hebben Ons insgelijks hunne goedkeuring te kennen gegeven, des te merkwaardiger om dat dezelve, in eene zeer talrijke vergadering, eenparig geweest zijnde, gehouden worden moet voor de duidelijk uitgedrukte meening van al de bewoners der noordelijke provinciën.

En alzoo Ons na deze optelling en vergelijking der respectivelijk uitgebragte stemmen geen twijfel overblijven kan omtrent de gevoelens en wenschen der groote meerderheid Onzer gezamenlijke onderdanen en de toestemming dier meerderheid ten volle gebleken is, aarzelen Wij niet, maar achten ons integendeel verpligt het ontwerp, dat Onzentwege aan de Staten-Generaal en aan de notabelen medegedeeld is, plegtig te bekrachtigen en te verklaren, zoo als Wij verklaren bij deze, dat de daarin vervatte bepalingen, van dit oogenblik af uitmaken de Grondwet van het Koningrijk der Nederlanden.

Wij zullen onverwijld de maatregelen nemen die tot het in werking brengen der Grondwet vereischt worden en vooral door eene spoedige bijeenroeping der beide kamers, de Staten-Generaal in de gelegenheid stellen om gezamenlijk met Ons de wetgevende magt uit te oefenen. De eed die wij aldaar zullen uitspreken, staat Ons sedert lang gegriffeld in het harte. Nimmer hebben Wij eene andere bedoeling gehad, nimmer kunnen Wij eene andere bedoeling hebben dan het bevorderen der algemeene welvaart en het beschermen der algemeene en bijzondere vrijheid en der regten van alle Onze onderdanen.

Gezind om zelve de maatschappelijke instellingen te eerbiedigen, welke die treffelijke panden waarborgen, verwachten en vorderen Wij denzelfden eerbied van alle de inwoners dezer landen, en hij die zich voortaan veroorloven mogt door daden of geschriften de gevoelens van onderwerping, verkllefdheid en trouw, die elk burger aan de Grondwet verschuldgid is, tegen te gaan of aan het wankelen te brengen, zich zelven het leed te wijten hebben, dat voor hem uit de strenge toepassing der wetten op zulke overtredingen gesteld, volgen zal.

Maar verre van Ons de gedachte dat de toepassing dier wetten nu of immer noodzakelijk worden kan. Deze dag die alle onzekerheid doet ophouden, moet tevens een einde maken aan alle ongerustheid, aan alle verdeeldheden. De Nederlanders zullen de weldaden niet miskennen die de algoede Voorzienigheid hun aanbiedt. De stem der driften zal weldra zwijgen voor het koele oordeel, dat deze landaard eigen is, en allen zullen deelen in de overtuiging, dat het nationaal geluk, waarvan de grondslagen gelegd zijn, niet anders kan worden voltooid of bevestigd dan door onderlinge welwillendheid en een onwrikbaar vertrouwen op den Souverein die hun allen gelijkelijk genegen is, en die zijn geheel bestaan toewijdt aan hunnen voorspoed en aan hunnen roem.

Lasten en bevelen dat deze zal worden gepubliceerd en geaffigeerd alomme waar zulks te doen gebruikelijk is, in het Staatsblad en in het officiële dagblad geplaatst en geregistreerd bij de Hooge Geregtshoven te 's Gravenhage, te Brussel en Luik.

Lasten en bevelen voorts dat de ministeriële departementen en andere authoriteiten, wie zulks aangaat, aan naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden, zonder eenige conniventie of disimulatie.

Gegeven in 's Gravenhage, den 24 Augustus des jaars 1815, het Tweede van Onze regering.

( geteekend) WILLEM

( geteekend) Van wege den Koning, A.R. FALCK