Paragraaf 2: Overige bepalingen

Inhoudsopgave van deze pagina:

90.

Internationale rechtsorde

De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

91.

Goedkeuring verdragen

  • 1. 
    Het Koninkrijk wordt niet aan verdragen gebonden en deze worden niet opgezegd zonder voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal. De wet bepaalt de gevallen waarin geen goedkeuring is vereist.
  • 2. 
    De wet bepaalt de wijze waarop de goedkeuring wordt verleend en kan voorzien in stilzwijgende goedkeuring.
  • 3. 
    Indien een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Grondwet dan wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de kamers de goedkeuring alleen verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
 

92.

Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties

Met inachtneming, zo nodig, van het bepaalde in artikel 91, derde lid, kunnen bij of krachtens verdrag aan volkenrechtelijke organisaties bevoegdheden tot wetgeving, bestuur en rechtspraak worden opgedragen.

93.

Rechtskracht internationale verdragen

Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.

94.

Voorrang internationale rechtsorde boven nationale wet

Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

95.

Bekendmaking verdragen

De wet geeft regels omtrent de bekendmaking van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

96.

Oorlogsverklaring

  • 1. 
    Het Koninkrijk wordt niet in oorlog verklaard dan na voorafgaande toestemming van de Staten-Generaal.
  • 2. 
    De toestemming is niet vereist, wanneer het overleg met de Staten-Generaal ten gevolge van een feitelijk bestaande oorlogstoestand niet mogelijk is gebleken.
  • 3. 
    De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
  • 4. 
    Het bepaalde in het eerste en het derde lid is van overeenkomstige toepassing voor een verklaring dat een oorlog beëindigd is.

97.

Plichten burgers inzake landsverdediging

  • 1. 
    Alle Nederlanders daartoe in staat, zijn verplicht mede te werken tot handhaving van de onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van zijn grondgebied.
  • 2. 
    Ook aan ingezetenen die geen Nederlanders zijn, kan die plicht worden opgelegd.

98.

Samenstelling krijgsmacht; militaire dienst

1.Tot bescherming van de belangen van de staat is er een krijgsmacht die bestaat uit vrijwillig dienenden en mede kan bestaan uit dienstplichtigen.

2.De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.

3.De wet regelt de verplichte krijgsdienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst. Zij regelt ook de verplichtingen die aan hen, die niet tot de krijgsmacht behoren, ten aanzien van 's lands verdediging opgelegd kunnen worden.

99.

Vrijstelling dienstplicht wegens ernstige gewetensbezwaren

Bij de wet worden de voorwaarden genoemd, waarop wegens ernstige gewetensbezwaren vrijstelling van de krijgsdienst wordt verleend.

100.

Vreemde troepen

Vreemde troepen worden niet dan krachtens een wet in dienst genomen.

101.

- Vervallen -

Vervallen bij rijkswet van 20 juli 1995.

102.

Lasten inzake legers of verdedigingswerken; Schadeloosstelling

  • 1. 
    Al de kosten voor de legers van het Rijk worden uit 's Rijks kas voldaan.
  • 2. 
    De inkwartieringen en het onderhoud van het krijgsvolk, de transporten en leverantiën van welke aard ook voor de legers of verdedigingswerken van het Rijk gevorderd, kunnen niet dan volgens algemene regels bij de wet vast te stellen en tegen schadeloosstelling ten laste van een of meer inwoners of gemeenten worden gebracht.
  • 3. 
    De uitzonderingen op die algemene regels voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar of buitengewone omstandigheden worden bij de wet vastgesteld.

103.

Uitzonderingstoestanden; noodwetten; oorlogstrafrecht

  • 1. 
    De wet bepaalt in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij koninklijk besluit een door de wet als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.
  • 2. 
    Daarbij kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen inzake de bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten en waterschappen, van de grondrechten geregeld in de artikelen 6, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, 7, 8, 9, 12, tweede lid, en 13, alsmede van artikel 113, eerste en derde lid.
  • 3. 
    Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij koninklijk besluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen beslissen de Staten-Generaal omtrent het voortduren daarvan; zij beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

104.

Belastingen

Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.

105.

Begroting; budgetrecht; rekening en verantwoording; comptabiliteit

  • 1. 
    De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld.
  • 2. 
    Jaarlijks worden voorstellen van algemene begrotingswetten door of vanwege de Koning ingediend op het in artikel 65 bedoelde tijdstip.
  • 3. 
    De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. De door de Algemene Rekenkamer goedgekeurde rekening wordt aan de Staten-Generaal overgelegd.
  • 4. 
    De wet stelt regels omtrent het beheer van de financiën van het Rijk.

106.

Geldstelsel

De wet regelt het geldstelsel.

107.

Codificatie; bestuursrecht

  • 1. 
    De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten.
  • 2. 
    De wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast.

108.

- Vervallen -

Vervallen bij rijkswet van 25 februari 1999.

109.

Ambtenarenrecht

De wet regelt de rechtspositie van de ambtenaren. Zij stelt tevens regels omtrent hun bescherming bij de arbeid en omtrent medezeggenschap.

110.

Openbaarheid van bestuur

De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.

111.

Ridderorden

Ridderorden worden bij de wet ingesteld.