De omzeiling van het beschermingssysteem van een spelcomputer kan in bepaalde omstandigheden rechtmatig zijn

Met dank overgenomen van Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) i, gepubliceerd op donderdag 23 januari 2014.

De omzeiling van het beschermingssysteem van een spelcomputer kan in bepaalde omstandigheden rechtmatig zijn

De producent van de spelcomputer is slechts beschermd tegen omzeiling wa nneer de beschermingsvoorzieningen tot doel hebben het gebruik van illegale videogames tegen te gaan

Nintendo verhandelt twee soorten systemen voor videogames, namelijk draagbare DS-spelcomputers en vaste Wii-spelcomputers, en installeert een herkenningssysteem in de spelcomputers en een versleutelde code op de drager van videogames, waardoor wordt voorkomen dat illegale kopieën van videogames worden gebruikt. Deze technische beschermingsvoorzieningen voorkomen dat games zonder code op een apparaat van Nintendo kunnen worden opgestart en dat programma’s, games en in het algemeen multimediaproducten die niet van Nintendo zijn, op de spelcomputers worden gebruikt.

PC Box verhandelt de originele spelcomputers van Nintendo met extra software bestaande uit applicaties van onafhankelijke producenten („homebrews”) die pas kunnen worden gebruikt nadat apparaten van PC Box waarmee de technische beschermingsvoorzieningen van de spelcomputer worden omzeild en uitgeschakeld, op de spelcomputer zijn geïnstalleerd.

Volgens Nintendo wordt met de apparaten van PC Box hoofdzakelijk beoogd de technische beschermingsvoorzieningen van haar games te omzeilen. PC Box voert aan dat Nintendo het gebruik wil voorkomen van onafhankelijke software die mogelijk maakt dat films, video’s en MP3-bestanden op de spelcomputers kunnen worden gelezen, en dat bij dergelijke software geen sprake is van illegale kopieën van videogames.

Het Tribunale di Milano (rechtbank Milaan, Italië), waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, verzoekt het Hof van Justitie om verduidelijking over de omvang van de rechtsbescherming waar Nintendo zich op grond van de richtlijn betreffende de harmonisatie van het auteursrecht 1 op kan beroepen om de omzeiling van de opgezette technische voorzieningen tegen te gaan.

In zijn arrest van vandaag herinnert het Hof eraan dat videogames complex materiaal vormen dat niet alleen een computerprogramma bevat, maar ook grafische en geluidselementen die, hoewel zij in computertaal zijn gecodeerd, een eigen scheppende waarde hebben. Oorspronkelijke computerprogramma’s zijn als eigen intellectuele schepping van de maker beschermd door het auteursrecht als bedoeld in de richtlijn.

De richtlijn verplicht de lidstaten ertoe te voorzien in een passende rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende „technische voorzieningen” die dienen voor het voorkomen of beperken van de niet-toegestane reproductie, mededeling, beschikbaarstelling voor het publiek of distributie van werken. Met de richtlijn wordt uitsluitend beoogd de houder van het auteursrecht te beschermen tegen handelingen waarvoor zijn toestemming is vereist.

Het Hof wijst er in het bijzonder op dat in overeenstemming met het hoofddoel van de richtlijn (namelijk een hoog niveau van bescherming van auteurs instellen) het begrip „doeltreffende technische voorzieningen” ruim moet worden opgevat en dat hieronder ook de toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocedé (encryptie, versluiering of een andere transformatie van het werk) valt. Bijgevolg vallen technische voorzieningen die zowel in de fysieke dragers van de videogames als in de spelcomputer zijn opgenomen en daartussen interactie vereisen, onder het begrip „doeltreffende technische voorzieningen” in de zin van de richtlijn wanneer zij dienen om handelingen die inbreuk maken op de rechten van de houder, te voorkomen of te beperken.

Het Hof stelt vervolgens vast dat de rechtsbescherming enkel betrekking heeft op technische voorzieningen die dienen voor het voorkomen of beperken van de niet-toegestane reproductie, mededeling, beschikbaarstelling voor het publiek of distributie van werken, waarvoor de toestemming van de houder van het auteursrecht is vereist . Bij de rechtsbescherming moet het evenredigheidsbeginsel in acht worden genomen en mag er geen sprake zijn van een verbod van inrichtingen of activiteiten die een ander commercieel doel of nut hebben dan het omzeilen van de technische beveiliging voor onrechtmatige doeleinden.

Het Hof verklaart dat de omvang van de rechtsbescherming van de technische voorzieningen niet hoeft te worden beoordeeld aan de hand van het door de houder van de auteursrechten aangegeven doel van de spelcomputer, maar dat eerder het doel van de voor de omzeiling van de beschermingsvoorzieningen bestemde inrichtingen moet worden onderzocht en er daarbij in het licht van de omstandigheden van het geval rekening moet worden gehouden met het gebruik dat derden daarvan daadwerkelijk maken.

Het Hof verzoekt de verwijzende rechter dus om na te gaan of andere doeltreffende beschermingsvoorzieningen mogelijk leiden tot een geringere mate van verstoring of beperking van de activiteiten van derden en tegelijk de rechten van de houder op een vergelijkbare manier beschermen. Daartoe kan de verwijzende rechter rekening houden met de kosten van de verschillende soorten technische voorzieningen, de technische en praktische aspecten bij de toepassing van die verschillende soorten technische voorzieningen en de vergelijking van de doeltreffendheid ervan wat de bescherming van de rechten van de houder betreft, met dien verstande dat die doeltreffendheid niet absoluut hoeft te zijn.

De verwijzende rechter kan ook onderzoeken of de apparaten van PC Box vaak worden gebruikt om niet-toegestane kopieën van games van Nintendo op spelcomputers van Nintendo te kunnen lezen, dan wel eerder worden gebruikt voor doeleinden die geen inbreuk maken op het auteursrecht.

NOTA BENE: De prejudiciële verwijzing biedt de rechterlijke instanties van de lidstaten de mogelijkheid, in het kader van een bij hen aanhangig geding aan het Hof vragen te stellen over de uitlegging van het recht van de Unie of over de geldigheid van een handeling van de Unie. Het Hof beslecht het nationale geding niet. De nationale rechterlijke instantie dient het geding af te doen overeenkomstig de beslissing van het Hof. Deze beslissing bindt op dezelfde wijze de andere nationale rechterlijke instanties die kennis dienen te nemen van een soortgelijk probleem.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

De volledige tekst van het arrest is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA.

Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

Beelden van de uitspraak van het arrest zijn beschikbaar via " Europe by Satellite " (+32) 2 2964106

1 :

Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167, blz. 10).