Toespraak herdenking Februaristaking

Met dank overgenomen van S. (Sadet) Karabulut, gepubliceerd op woensdag 26 februari 2014, 1:03, column.

Heldhaftig. Vastberaden. Barmhartig. Koningin Wilhelmina had dat devies aan het Amsterdams wapen toegevoegd naar aanleiding van de Februaristaking 1941. Heldhaftig. Vastberaden. Barmhartig. Dat zijn de stakers die in februari 1941 zich verzetten tegen Jodenvervolging en de bezetter. Vandaag memoreren wij hen.

Voor beschrijving van de gruweldaden in de jaren 40-45 schieten woorden tekort. De jaren van de Tweede Wereldoorlog met de nazi’s aan het roer vormen de zwarte bladzijden in onze geschiedenis. Een geschiedenis waarin onze Joodse medemensen zijn onderdrukt, vernederd, gedeporteerd en vergast. Jaren waarin ook in ons land misdaden tegen de menselijkheid hebben plaatsgevonden.

In mei 1940 wonnen de Duitse militairen het van onze soldaten. Vanaf mei 1940 gingen de veranderingen in ons land heel snel. De Duitse bezetter nestelde. Pers en politieke partijen verstomden. Instituties raakten gewend aan de Duitse bezetter. Volgens sommigen kon Duitsland niet meer verslagen worden. Van de aanstaande gruweldaden hadden velen geen weet.

Vanaf 1941 werd de Duitse bezetter steeds brutaler en agressiever. Steeds meer Joden werden opgepakt en gevangen gezet. Het antisemitisme groeide. Anti-Joodse maatregelen namen toe en het werd steeds grimmiger. In het weekend van 22 en 23 februari kwamen honderden Grüne Feldpolizei zwaar bewapend de binnenstad en andere wijken binnenvallen. In de Jodenbuurt werden de deuren van huizen ingetrapt. Er werden bloedhonden op Joodse mensen losgelaten. Jonge Joodse mannen werden naar het Jonas Daniël Meijerplein geranseld en 427 van hen, in de leeftijd van 18 tot 35 jaar, werden als gijzelaars meegenomen. Zij werden naar Buchenwald en Mauthausen gedeporteerd, waar ze binnen een jaar aan mishandeling en ontberingen stierven.

De Amsterdammers hadden dit met veel ontzetting gadegeslagen. De toen illegale CPN (Communistische Partij van Nederland) riep de bevolking op in verzet te komen tegen de Jodenvervolgingen. Op de ochtend van 25 februari werd een pamflet verspreid met de tekst: 'Protesteert tegen de afschuwelijke Jodenvervolgingen. Kunt gij dit dulden? Neen, duizendmaal neen! Hebt gij de macht en de kracht deze afschuwelijke terreur te verhinderen? Ja, die hebt gij!' Met 'Staakt! Staakt! Staakt!' riepen zij Amsterdammers op zich solidair te verklaren en in verzet te komen.

Op 25 en 26 februari 1941 speelde het overheidspersoneel een zeer belangrijke rol. Waaronder twee mannen van de stadsreiniging: Dirk van Nimwegen en Piet Nak. Tramconducteurs, stratenmakers en meer dan 300.000 mensen stonden op. Ambtenaren, arbeiders, winkeliers, studenten en scholieren in Amsterdam, Utrecht, de Zaanstreek, het Gooi en Kennemerland kwamen in verzet tegen de vervolging van onze Joodse landgenoten. Op 26 februari werd de staat van beleg afgekondigd en de opstand gewelddadig onderdrukt door de bezetters. Vele arrestaties volgden. Drie stakers zijn samen met vijftien andere verzetsstrijders op 13 maart gefusilleerd.

De Februaristaking staat symbool voor de strijd tegen fascisme, rassenwaan en onderdrukking. Symbool vóór solidariteit, saamhorigheid, tolerantie en gelijkwaardigheid. Door hier bij stil te staan, herdenken we de stakers van toen. Staan wij stil bij het nu. En denken wij na over de toekomst.

Als wij toch allen blijven gedenken. Als wij toch allen blijven stilstaan. Als wij toch allen niet vergeten. Dan vormen wij tezamen een vuist tegen onverdraagzaamheid, racisme, discriminatie en vreemdelingenhaat. Dan zullen wij samen strijden tegen onderdrukking, ontmenselijking, dehumanisering en tweedeling. Dan zullen wij tezamen de gedachte aan de dappere werkers, de Nederlandse bevolking blijven bewonderen. Koesteren als ons gedeeld verleden en als schild gebruiken in het heden en de toekomst tegen hen die willen verdelen. Ik wil hierbij mijn diepste respect tonen voor hen die 73 jaar geleden de onderdrukker bestreden, hun angsten van zich afwerpend, het menselijk hart en verstand laten spreken. Voor hen die zijn opgestaan, zich verzetten en ons dat hebben geleerd.

Als ik de Februaristaking memoreer weet ik ook direct weer waarom Amsterdam mijn thuis is geworden. De geest van de stakers, de geest van de dokwerker waart hier namelijk rond. De dokwerker die Mari Andriessen begin jaren vijftig maakte als symbool van de verzetsdaad van de Nederlandse arbeiders. Waar wij jaarlijks de Februaristaking herdenken. Niet alleen heb ik het geluk dat ik de geschiedenis van de Februaristaking vanuit mijn directe omgeving heb meegekregen. De dokwerker is zelfs het logo van de arbeidersvereniging, DVA. Een vereniging die zich inzet voor solidariteit en vriendschap tussen mensen met verschillende achtergronden. Een vereniging waarbij ik actief werd toen ik mij vestigde in Amsterdam. Waar ik de dokwerker echt heb leren kennen. Via wie ik vrienden heb gemaakt zoals Roel Walraven en Max van den Berg die de herinnering aan de Februaristaking warm houden. De strijd hoog houden. Via wie ik in de bijzondere omstandigheid ben gesteld van zeer dichtbij de geest van de Februaristaking te proeven.

Een geest die elders in de wereld ook aanwezig is. Het Midden-Oosten, Rusland, de Oekraïne, Turkije. Overal ter wereld verzetten mensen zich tegen toenemende onderdrukking en repressie. Hunkeren mensen naar een democratische rechtsstaat. Hunkeren kinderen naar vrede en veiligheid. Strijden mensen tegen armoede, uitbuiting en uitsluiting. Ook in ons hedendaags Europa. Een Europa waar de andere kant van de crisismedaille steeds lelijker zichtbaar wordt. Een oprukkend rechts-extremisme, racisme, discriminatie en een groeiende tweedeling en ongelijkheid.

Het veranderde klimaat in Europa, in ons land, doet mij soms schrikken. Neem de Gouden Dageraad en het aftuigen van migranten in Griekenland. Ik houd mijn hart vast.

Verzet en solidariteit is meer dan ooit noodzakelijk. We moeten afdwingen dat menselijke waardigheid voorop komt te staan. Hoe meer we daarin slagen, hoe minder ruimte er komt voor extreemrechts, groeiende intolerantie, vreemdelingenhaat, antisemitisme, homohaat en een zondebokpolitiek waar het islamieten en Oost-Europeanen betreft. Zondebokken naar voren schuiven om de gevolgen van de gigantische crisis van het kapitaal af te wentelen op de verschillende volkeren is een gevaarlijke politiek die wij moeten keren.

Met 'wij' bedoel ik dan ook echt iedereen. Jezelf recht in de spiegel kunnen blijven aankijken vereist moed. Maar is noodzakelijk omdat het deuren kan openen voor verandering. Hoe humaan zijn wij nog? Hoe gaan wij om met vreemdelingen? Hoe gaan wij om met elkaar? Waarom laten we het gebeuren dat er kinderen in de cel zitten? Hoe gaan wij om met verschillen? Zien wij alleen maar anderen? Of kijken wij ook naar onszelf? Is er nog tijd voor reflectie en toenadering?

Of zitten we teveel in de modus van de ander? Zijn wij in staat om het democratisch deficit op te vullen? Willen we dat ook? Luisteren we nog naar elkaar? De antwoorden op al deze vragen moeten wij samen zoeken.

Hoe wij later terug zullen kijken op deze tijd weet ik niet. Wel weet ik dat wij vandaag terugkijken op onze geschiedenis. Antisemitisme, groeiend racisme, wederzijdse discriminatie. Wij zullen dit overwinnen. Wanneer wij denken aan de dappere, moedige strijders van de Februaristaking. De dokwerkers, gemeentewerkers, fabrieksarbeiders. Laat dat onze inspiratie zijn en blijven. Laten we deze geschiedenis delen met anderen. Delen met onze kinderen. Laat hen de moed van de arbeiders herinneren. En die moed ervaren, vandaag en in de toekomst. Want samen staan wij sterk.

Deze tekst sprak SP-Kamerlid Sadet Karabulut op 25 februari 2014 uit tijdens de door de Abvakabo georganiseerde herdenking van de Februaristaking voorafgaand aan de herdenking bij de Dokwerker in Amsterdam.