Wat moet dat moet - en zo is het goed

Met dank overgenomen van M.J.M. (Tiny) Kox, gepubliceerd op maandag 23 november 2015, column.

Van iemand die zo lang leiding zou geven aan de SP, zou je verwachten dat hij verguld was toen hij, de jonge dertiger, in de eerste helft van de jaren '80 gevraagd werd om die leiding te komen versterken. Het tegendeel is waar. Het kostte nogal wat moeite om Jan te overtuigen dat hij beter op zijn plek was in de landelijke leiding dan in zijn woonplaats Oss.

Jan had niet zoveel met de radicaal-linkse splinterpartij zoals die zich probeerde te manifesteren vanuit haar hoofdkwartier aan de Rotterdamse Vijverhofstraat. Hij had het veel meer naar zijn zin in Oss, waar hij geboren en getogen was. Waar 'Rotterdam' na een aanvankelijk wervelend begin in de jaren '70, gaandeweg tot stilstand was gekomen, bleef het bruisen in Oss. Daar straalde de jonge SP uit dat ze niet was opgericht om klein te blijven. Integendeel - in Oss deed de SP ertoe. Daar waren SP' ers bekende mensen geworden, op wie voortdurend een beroep werd gedaan door gewone mensen als er problemen waren.

En tegen wie keihard werd geageerd door de plaatselijke notabelen. Die zagen tot hun schrik de orde en rust van het tot stad uitgegroeide dorp verstoord worden door de jongens en meisjes van de Peperstraat - het onooglijke straatje bij de kerk van waaruit het frisse activisme van de SP Oss inwaaide.

In Oss had de SP zijn eerste zetels in de gemeenteraad gehaald, en was daarna steeds gegroeid, onder de slogan 'De SP doet het gewoon'. En Jan Marijnissen was er het jongste raadslid van Nederland geworden. In de raad zorgde hij voor reuring en niet zo zuinig ook.

De radicale opvattingen die hij poneerde, vooral over het onrecht van de ongelijkheid, stuitten op weerzin bij het CDA, machtige opvolger van de almachtige KVP. De katholieke elite snapte er niks van dat nota bene een zich 'socialisties' noemende partij aan de haal ging met een deel van zijn kiezers.

Wat de PvdA nooit was gelukt, leek wel te lukken bij deze politieke nieuwkomer waar in de rest van het land niemand last van had. Maar in Oss waren ze avond aan avond te vinden in de straten en buurten en ook in de fabrieken kregen ze poot aan de grond. Bij Desso, bij Zwanenberg, bij Philips. Als het moest, ging het werk plat. Omdat de vakbond afwezig was, werd er ' wild' gestaakt. En de SP haalde deur aan deur geld op om de stakers te steunen.

Omdat de SP'ers overal in de stad waren, konden ze in de gemeenteraad niet weggespeeld worden. Toen de burgemeester smalend een dik pak handtekeningen tegen het een of ander terzijde schoof met de mededeling dat je handtekeningen verzamelde zoals je paardenbloemen plukte, reageerden Jan en de zijnen met de actie Paardenbloem. Daarin werd de burgervaderlijke minachting voor zijn burgers genadeloos aan de kaak gesteld - met steun van heel veel Ossenaren die zich niet voor gek wensten te laten verslijten.

Zo verging het ook fabrieksbazen die zeker in Oss al decennia lang dikke vingers in de gemeentepap hadden. De jongens en meisjes van de Peperstraat dreven hen tot wanhoop door van binnenuit erin te slagen het brave werkvolk van Oss te laten zeggen: nou is het klaar, nu laten we niet meer over ons lopen. Zoals ze mensen wisten te mobiliseren tegen botte keuringsartsen en vervuilende bedrijven, die vonden dat zij wel bepaalden wat er wel en niet de lucht of de grond in kon.

En bovenop dit alles kwam Ons Medies Centrum, een spectaculaire groepspraktijk van bevlogen huisartsen in loondienst, die lieten zien hoe het menselijker en beter kon in de gezondheidszorg. En die het niet schuwden om uit hun praktijk aan de Linkensweg te komen en af te stappen op echte oorzaken van gezondheidsklachten: slechte werkomstandigheden, ongezonde woningen, vervuilende bedrijven.

Dat opstandige Oss haalde zelfs her en der de kolommen van een landelijk dagblad of tijdschrift. Maar in Rotterdam waar de landelijke SP huisde, werd er soms ietwat badinerend over gesproken. Toen ik aan mijn collega's in het dagelijks bestuur van de partij voorstelde dat we Jan naar Rotterdam zouden moeten halen om onze landelijke bestuurskracht te versterken, werd dat niet met applaus ontvangen. SP-voorman Daan Monjé wees me er fijntjes op dat het nog iets anders was landelijk en in de grote steden de massa in beweging te krijgen dan op het platteland, in een uitgedijd dorp.

Maar naarmate de tegenstelling tussen de succesvolle Osse SP en de stilvallende landelijke SP groter werd, werd het pleidooi om het 'geheim van Oss' te implanteren in de rest van de partij, kansrijker. En toen de gezondheid van Daan Monjé minder werd en er in ieder geval organisatorische assistentie nodig was op het hoofdkantoor, gingen de deuren daar open voor Jan Marijnissen. Zoals gezegd, daar moest hij met vriendelijke drang doorgeduwd worden. Pas toen besloot hij de knoop door te hakken en te erkennen dat zijn plaats in de toekomst in de dagelijkse leiding van zijn partij zou zijn en hij zijn betrokkenheid met Oss zou moeten afbouwen.

De keuze deed pijn. Maar bij Jan thuis hing een plaat waarop stond: wat moet dat moet - en zo is het goed. Die slogan paste hij toen het erop aan kwam ook op zichzelf toe om de overstap van de lokale naar de landelijke politiek te maken.

Met Jans overstap van lokaal naar landelijk werd halverwege de jaren '80 in stilte een begin gemaakt met de opbouw van een nieuwe SP. Overal liet hij zich zien om de daad bij het woord te voegen. Partijgenoten bewonderden hem maar zuchtten ook op zijn tijd. Niet kunnen kwam niet voor in de vocabulaire van Jan. Hoezo, niet in de gemeenteraad van Amsterdam kunnen komen? Ik kom en laat het je zien. Hoezo het volk van Limburg niet kunnen mobiliseren tegen de schandalige behandeling van zieke oud-mijnwerkers? Ik kom en laat het je zien. Hoezo geen afdelingen kunnen oprichten in Friesland? Ik kom en laat het je zien. Hoezo geen nieuwe leden kunnen maken? Ik kom en loop met je langs de deur om aan te bellen. Hoezo geen professionele partijorganisatie te kunnen bouwen? Komaan, dan laten we het zien. Het is geen kwestie van kunnen maar van willen. En Jan - die wilde wel. Hij had steeds energie voor drie. En dat hebben we met zijn allen gemerkt. En hoe. Grijze haren hebben sommigen van ons er van gekregen. Maar hij heeft al zijn haren geofferd. En dat is nog maar het minste dat het hem gekost heeft. Er is nog heel veel meer. Dus geen reden voor anderen om te zeuren.

Door zijn tomeloze energie gekoppeld aan een diepe overtuiging dat niets hoeft te blijven zoals het nu is, begon de kleine partij met te grote waarheden en te stellige beweringen zich vanaf toen te ontwikkelen in de richting van de grote volkspartij die het nu geworden is en zich baseert op fundamentele, breed gedeelde waarden als menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.

Het zijn grote pretenties - maar wie daarvoor terugschrikt, kan geen socialist zijn. De kloof overbruggen tussen wat is en wat kan is geen schrikbeeld maar een permanente uitdaging. Groot, zeker. Ondoenlijk, geenszins. Zo dacht, zo denkt Jan Marijnissen.

Zonder het grote inzicht, het altijd aanwezige uitzicht en de onbaatzuchtige inzet van Jan Marijnissen was de opbouw van de SP een mission impossible geworden. Met hem is het gelukt. En hoe!

Deze woorden werden op de Partijraad van de SP uitgesproken door Tiny Kox, fractievoorzitter voor de SP in de Eerste Kamer en strijdmakker van Jan Marijnissen van het eerste uur.