De voortzetting van de behandeling van de 34 ontwerpen van (rijks)wet tot het brengen van veranderingen in de Grondwet - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 12 november 1981 orde 7

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Tekst

Regeling van werkzaamheden Grondwet

317

Wilbers Ik heb overigens begrepen dat besloten is een staatscommissie in te stellen, die onder mèèr de mogelijkheden, voor-en nadelen van een referendum, maar dan ook van een referendum in bredere zin, zal onderzoeken en daarover eventueel tussentijds zal rapporteren. Met de Kamer zou overleg over de taken van die staatscommissie volgen. Dat die staatscommissie in tweede instantie ook diverse andere onderwerpen in het kader van de Grondwet zal bestuderen lijkt mijn fractie geen bezwaar. Integendeel zelfs: een vernieuwingsproces op dit terrein is dan meteen een soort van continuproces. Het valt toe te juichen dat de Regering eventuele vernieuwingen op deze wijze wil bijblijven. Ik ben het dus graag eens met collega Nijpels met betrekking tot het intrekken van onze motie. Ik dank de Minister voor zijn reactie op de inhoud daarvan. Hettotaal van de voorgestelde grondwetsherzieningen zal de stem van mijn fractie krijgen. D De heer Patijn (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Ik heb het woord gevraagd in een derde termijn om nog een tweetal opmerkingen te kunnen maken. In de eerste plaats betreft dit het wetsontwerp inzake provincies en gemeenten. Mijn fractie had in de tweede termijn aangekondigd dat zij haar stem met betrekking tot dit wetsontwerp zou bepalen aan de hand van het antwoord van de Minister. Nu deze gisteren heeft toegezegd dat hij de kwestie van de aanwijzing van de Commissaris van de Koningin en de burgemeester serieus in studie zal nemen en dat het zijn bedoeling is dat de staatscommissie zich daarover zal buigen, meent mijn fractie dat zij haar stem aan het wetsontwerp inzake provincies en gemeenten niet mag onthouden. Wij blijven grote bezwaren koesteren tegen de benoemingsprocedure zoals deze nu wordt vastgelegd, maar er is ons hoop op betere tijden gegeven. Een tweede opmerking betreft de discussie over het consultatieve referendum. Nu de heer Nijpels en de heer Wilbers hun motie hebben ingetrokken, is een stemverklaring hierover niet meer mogelijk. Ik zou echter nog eens uiteen willen zetten wat het standpunt van mijn fractie tot op heden over het consultatieve referendum is geweest. Wij hebben dit onlangs nog op 25 februari 1980 bij monde van mevrouw Epema onder woorden gebracht naar aanleiding van een motie van mevrouw Lambers over een algemene peiling van de mening van de stemgerechtigde burgers over de toepassing van kernenergie in Nederland. Mevrouw Epema zei toen dat haar fractie een referendum niet nodig achtte omdat dit slechts betrekking zou kunnen hebben op deelaspecten en het niet meer zou zijn dan een momentopname. Hierdoor zouden de resultaten van de brede maatschappelijke discussie onvoldoende serieus bij de besluitvorming aan de orde komen. Meer in het algemeen kan mijn fractie zich zeer wel vinden in wat prof. Oud over het consultatieve referendum schreef in zijn handboek over het constitutioneel recht van het Koninkrijk der Nederlanden. Oud achtte het consultatiereferendum in strijd met de grondgedachte van het vertegenwoordigend stelsel. Hij beargumenteerde dat als volgt en ik citeer: 'De vertegenwoordiging wordt geacht de wil der kiezers weer te geven, tenzij de kiezers uitdrukkelijk van een andere mening doen blijken. Het consultatieve referendum daarentegen werpt het beginsel der vertegenwoordiging omver. Het doet eerst het kiezerscorps een uitspraak geven en vraagt daarna aan het vertegenwoordigende orgaan of het met die uitspraak instemt. Het is duidelijk, dat dit in het vertegenwoordigend stelsel niet past. Er is, wanneer de vertegenwoordigde zelf zijn besluit heeft genomen, geen plaats meer voor een zelfstandige beslissing van de vertegenwoordiger.' De Minister heeft gisteren meegedeeld dat hij een studie door de ingestelde staatscommissie naar het consultatieve referendum niet afwijst. Het zou een teken van zwakte zijn indien de fractie van de Partij van de Arbeid op grond van haar stellingnametot op heden een studie naar het consultatieve referendum uit de weg zou gaan. Wel is echter duidelijk dat een dergelijke studie naar ons oordeel niet hoog op het prioriteitenlijstje van de staatscommissie zou behoeven te staan. D Minister Van Thijn: Mijnheer de Voorzitter! Om een mogelijk misverstand te voorkomen, wil ik een enkele opmerking maken. Uit het feit dat de heer Nijpels enige malen het lidwoord 'de' in de mond heeft genomen toen hij sprak over 'de staatscommissie' blijkt wel dat het met die verwarring zal meevallen. Het kabinet heeft inderdaad een principebesluit genomen om tot instelling vanzo'n staatscommissie over te gaan. Dat laat onverlet de bereidheid die ik gisteren naar voren heb gebracht om over de opdracht aan en de samenstelling van die staatscommissie nog met deze Kamer in overleg te treden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De Voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. • De heer Schutte (GPV): Mijnheer de Voorzitter! Mede namens de fractie van de SGP en de RPF mag ik een korte verklaring afleggen over ons stemgedrag bij deze belangrijke stemmingen. Tijdens de twee gehouden termijnen heeft elk van de drie fractie op een aantal punten belangrijke bezwaren onder woorden gebracht. Elk van de fracties deed dat met een eigen argumentatie en een eigen toonzetting. Wij hebben begrip voor het streven van deze Regering en deze Kamer om in de tweede lezing te trachten de besluiten met een zo groot mogelijke mate van eenstemmigheid te nemen. Ik vind dat belang vooral duidelijk aanwezig bij de voorstellen die een directe samenhang vertonen met andere voorstellen die nu in stemming komen. Daarom zullen onze bezwaren tegen verschillende onderdelen die wij in twee termijnen onder woorden hebben getracht niet tot een tegenstem leiden. Ik wijs hierbij op de bezwaren die tegen de onbepaalde uitbreiding van het begrip 'discriminatie' in artikel 1.1 zijn geuit en ik wijs ook op onze twijfels die wij over de uitbreiding van het enquêterecht hebben geuit. Deze bezwaren en twijfels zijn niet van dien aard dat zij bij ons zouden moeten leiden tot een onthouden van onze steun aan het voorstel waarvan deze uitbreidingen deel uitmaken. Bij een drietal andere onderdelen ligt dit anders. Het hoofdstuk Justitie, kamerstuk 16928, vinden wij een bijzonder hoofdstuk vanwege het zonder meer uitsluiten van de mogelijkheid nog ergens met de doodstraf te bedreigen. Het voorstel over de sociale grondrechten strookt ook niet met onze opvatting, niet omdat wij tegen de inhoud van deze artikelen op zich zelf overwegende bezwaren hebben -wij zien in deze artikelen ook wel duidelijke voordelen -maar wel omdat meer dan bij andere onderdelen van de Grondwet hier de de behoefte aanwezig is, niet te volstaan met de artikelen maar daaraan een normering te verbinden. Tot onze spijt kent onze Grondwet deze Tweede Kamer 12 november 1981

Grondwet

318

Schutte normering niet en zal zij deze na vandaag ook niet kennen. Daarom zullen wij onze steun aan het voorstel op stuk nr. 16908 niet geven. Het voorstel op stuk nr. 16932 betreffende het kiesrecht voor niet Nederlandse ingezetenen strookt ook niet met onze opvattingen. Wij achten het loslaten van de nationaliteit als criterium voor het kiesrecht een onjuiste ontwikkeling. Wanneer dit voorstel een deel zou uitmaken van het totale pakket, zou dit bezwaar voor ons niet zo zwaar wegen om tegen het hele voorstel te sternmen. Hierbij gaat het echter om een afzonderlijk voorstel dat geen directe relaties heeft met de rest van de Grondwet. Dit is voor ons doorslaggevend om aan het huidige voorstel geen steun te verlenen, te meer daar wij verwachten mogen dat deze materie op korte termijn opnieuw in de Kamer aan de orde komt. Wanneer wij thans voor het voorstel stemmen, worden hieruit wellicht verkeerde conclusies getrokken. D De heer Van der Spek (PSP): Mijnheer de Voorzitter! Het lijkt mij goed, te verklaren waarom de fractie van de PSP tegen vijf van de wetsontwerpen zal stemmen al is het meer 'for the record'. Overigens is dit in overeenstemming met ons stemgedrag bij de behandeling in eerste lezing van de wetsontwerpen tot wijziging van de Grondwet. Wij zullen stemmen tegen het wetsontwerp nr. 16909 over de bepalingen inzake het koningschap om duidelijke redenen. Wij wijzen immers de ondemocratische situatie met een niet gekozen staatshoofd af. Ook zullen wij stemmen tegen het wetsontwerp onder stuk nr. 16919, omdat wij het onjuist achten, uitzonderingstoestanden erop na te houden, waarbij allerlei democratische rechten worden uitgeschakeld. Het vermelden hiervan in de Grondwet is nog erger. Wij zullen tegen het wetsontwerp onder nr. 16927 stemmen, omdat wij adeldom en ridderorden afwijzen als zaken die zeer uit de tijd zijn. Wij zijn tegen het wetsontwerp op stuk nr. 16931, omdat hierin wordt herbevestigd dat burgemeesters en commissarissen van de Koning worden benoemd en niet worden gekozen. Wij zullen stemmen tegen het wetsontwerp op stuk nr. 16934, op grond van ons afwijzende standpunt tegenover corporatieve organen, zoals de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, waarop in dit wetsontwerp wordt gedoeld.

De Voorzitter: Ik doe een algemeen voorstel over de wijze van stemmen. Bij de vorige gelegenheid zijn de wetsontwerpen zonder stemming, dus met algemene stemmen, aangenomen of is een hoofdelijke stemming gehouden op grond van de overweging dat een twee derden meerderheid moet blijken. Mij dunkt dat wij dit keer nog efficiënter kunnen procederen. Wanneer bij een stemming bij zitten en opstaan ten hoogste 25 leden tegen zijn en de aanwezigheid van het quorum niet wordt aangevochten, lijkt het mij zonneklaar te zijn dat de twee derden meerderheid is bereikt. Die 25 zouden dan op papier inderdaad aanwezig moeten zijn. Als de VVD-fractie als zodanig, zonder dat er neuzen worden geteld, tegen is, dan zijn er derhalve maximaal 26 stemmen tegen en is een hoofdelijke stemming nodig. Maar wanneer uitsluitend de fractie van D'66 tegen is of wanneer uitsluitend alle kleinere fracties gezamenlijk tegen zijn, dan lijkt het mij gerechtvaardigd om vast te stellen dat het wetsontwerp is aangenomen. Ik constateer dat deze redenering geen tegenspraak ontmoet.

Overeenkomstig het voorstel van de Voorzitter wordt besloten. In In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake grondrechten (16905). De Voorzitter: Ik merk op, dat in de derde alinea van het formulier van afkondiging in plaats van 'Alzo wij' moet worden gelezen: Alzo Wij. Deze verbetering zal worden aangebracht. Dit wetsontwerp wordt zonder stenv ming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de toelating, uitzetting en uitlevering, het Nederlanderschap en het ingezetenschap (16906, R 1169). Dit ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van een bepaling betreffende het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam (16907).

Dit wetsontwerp wordt zonder sterrv ming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake sociale grondrechten (16908).

Dit wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP, de RPF en het GPV tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het koningschap (16909, R 1170). Dit ontwerp van rijkswet wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de Koning en de ministers alsmede de staatssecretarissen(16910). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van een bepaling inzake de ministerraad alsmede tot wijziging van de bepaling inzake het contraseign (16911, R 1171). Dit ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de inrichting en samenstelling van de Staten-Generaal (16912). De Voorzitter: Ik merk op, dat in de vierde alinea van het formulier van afkondiging na 'Wij' een komma moet worden geplaatst. Deze verbetering zal worden aangebracht. Het wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de verkiezing van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal (16913). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de werkwijze van de Staten-Generaal (16914). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het geven van inlichtingen door de ministers en Tweede Kamer 12 november 1981

Grondwet

319

Voorzitter de staatssecretarissen en het recht van onderzoek (16915, R 1172). Dit ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en vaste college van advies en bijstand (16916, R 1173).

De Voorzitter: Ik merk op, dat in de tweede alinea van het formulier van afkondiging na 'Allen' een komma moet worden geplaatst. In de derde alinea moet na 'hebben' een komma worden geplaatst.

Deze verbeteringen zullen worden aangebracht. Het ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van bepalingen betreffende de wetgevende macht en de algemene maatregelen van bestuur alsmede tot opneming van bepalingen betreffende andere voorschriften (16917, R 1174).

Dit ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de buitenlandse betrekkingen (16918, R 1175).

Dit ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake uitzonderingstoestanden (16919).

Dit wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de belastingen (16920). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de begroting (16921). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van de artikelen 73 en 190-192, alsmede tot het opnemen van een bepaling inzake het geldstelsel (16922). Dit wetsontwerp wordt zonder stenv ming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de regeling van delen van het recht in algemene wetboeken en tot opneming van een bepaling in-zake algemene regels van bestuursrecht(16923).

Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van een bepaling betreffende de instelling van een of meer algemene, onafhankelijke organen voor het onderzoek van klachten betreffende overheidsgedragingen (16924).

De Voorzitter: Ik merk op, dat in de tweede alinea van het formulier van afkondiging na 'Allen' een komma moet worden geplaatst. Deze verbetering zal worden aangebracht. Het wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake ambtenaren (16925). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet, strekkendetot opneming van een bepaling inzake de openbaarheid van bestuur (16926). Dit wetsontwerp wordt zonder stenv ming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake adeldom en ridderorden (16927, R1176).

Dit ontwerp van rijkswet wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de PSP tegen dit ontwerp van rijkswet hebben gestemd. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de justitie (16928). Dit wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP, de RPF en het GPV, alsmede de leden J. D. Blaauw en Van Aardenne tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de Hoge Raad der Nederlanden (16929, R 1177). Dit ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de berechting van ambtsmisdrijven (16930, R 1178). Dit ontwerpvan rijkswet wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van bepalingen inzake provincies en gemeenten (16931). Dit wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt wetsontwerp Verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van een bepaling inzake de mogelijkheid kiesrecht voor de gemeenteraad te verlenen aan ingezetenen die geen Nederlander zijn (16932).

Dit wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de SGP, de RPF en het GPV tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de waterstaat (16933). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake openbare lichamen voor beroep en bedrijf en andere dan in de Grondwet genoemde lichamen met verordenende bevoegdheid (16934). Dit wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De Voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de Tweede Kamer 12 november 1981

Grondwet

320

Voorzitter bepaling met betrekking tot de voorziening in aangelegenheden waarbij twee of meer gemeenten zijn betrokken alsmede van de bepaling inzake geschillen tussen openbare lichamen (16935).

Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake veranderingen in de Grondwet alsmede tot opneming van bepalingen inzake splitsing van een voorstel (16936). Dit wetsontwerp wordt zonder stenv ming aangenomen. In stemming komt het ontwerp van rijkswet Verandering in de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van de artikelen 1 en 2 (16937, R1179).

Dit ontwerp van rijkswet wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het wetsontwerp Verandering in de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van het additionele artikel inzake heerlijke rechten (16938). Dit wetsontwerp wordt zonder stemming aangenomen. De Voorzitter: Nu de parlementaire behandeling van dit onderwerp voor wat betreft deze Kamer geëindigd is, stel ook ik het op prijs een enkel woord te richten tot de heer Regeringscommissaris. Voor zover ik heb kunnen nagaan, is hij de oudste die hier ooit het regeringsstandpunt heeft verdedigd. Dit is een gave. Maar het jeugdige vuur, waarmee hij het heeft gedaan, is een verdienste. Wij zijn u, professor Simons, veel dank verschuldigd.

(Applaus.) De Voorzitter: Ik stel voor, het verslag van de vorige vergadering goed te keuren.

Daartoe wordt besloten. Sluiting 13.45 uur.

 
 

2.

Meer informatie