19032 - Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen voor onderwijs

Dit wetsvoorstel werd op 14 juli 1985 ingediend door de minister van algemene zaken, Lubbers i, de minister van Binnenlandse Zaken, Rietkerk i, en de minister van Onderwijs en Wetenschappen, Deetman i.

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat er grond bestaat voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake onderwijs.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Stand van zaken

Het wetsvoorstel is ingetrokken tijdens de behandeling in de Tweede Kamer door de brief van 10 april 1990.

2.

Kerngegevens

Ingediend
14 juli 1985

Volledige titel
Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen voor onderwijs

Ondertekening memorie van toelichting

De minister van algemene zaken, R.F.M. (Ruud) Lubbers i
De minister van Binnenlandse Zaken, J.G. (Koos) Rietkerk i
De minister van Onderwijs en Wetenschappen, W.J. (Wim) Deetman i

3.

Uit de memorie van toelichting

In verband met de algehele herziening van de Grondwet zijn in 1976, ter vervanging van artikel 208 Grondwet, twee artikelen met grondwettelijke bepalingen over onderwijs voorgesteld. Het wetsontwerp over sociale grondrechten (nr. 13873) bevatte een artikel 1.22, over de zorg van de overheid voor vorming en opleiding. Dit artikel was bestemd om het eerste lid van artikel 208 te vervangen. In de tweede plaats werd een afzonderlijk wetsontwerp omtrent de overige grondwettelijke bepalingen over onderwijs ingediend (nr. 13874). Dit wetsontwerp strekte ertoe de leden twee tot en met acht van artikel 208 Grondwet te vervangen. Bij de behandeling in de Tweede Kamer stuitten beide voorstellen op bezwaren. De meerderheid van die Kamer voelde geen behoefte aan vervanging van het eerste lid van artikel 208 door een bepaling over de zorg van de overheid voor vorming en opleiding. Ook voor de voorstellen ten aanzien van de overige bepalingen bleek geen meerderheid te zijn. Op 22 december 1976 werden de voor voorstellen door een meerderheid der Kamer afgestemd. Bij de afronding van de algehele herziening van de Grondwet was aanpassing noodzakelijk van enkele onderdelen van het onderwijsartikel aan veranderingen, die overigens voor de herziene Grondwet waren vastgesteld. Voorstellen voor de noodzakelijk geachte aanpassingen werden gedaan bij het wetsontwerp «Aanpassing en vernummering van bepalingen over onderwijs in de Grondwet» (nr. 17450). Deze voorstellen betroffen, naast de vernummering en enige redactionele en terminologische aanpassingen, de grondwettelijke nevenschikking van godsdienst en levensovertuiging. Wetsontwerp 17450 werd op 2 november 1982 door de Tweede Kamer en op 18 januari 1983 door de Eerste Kamer met de vereiste gekwalificeerde meerderheid aanvaard. Het onderwijsartikel is als artikel 23 in het eerste hoofdstuk van de herziene Grondwet opgenomen (Wet van 19 januari 1983, Stb. 15). Na de verwerping van de grondwetsherzieningsvoorstellen door de Tweede Kamer in 1976 is herhaalde malen door zowel regering als Staten-Generaal uitgesproken, dat een nieuw herzieningsvoorstel inzake de grondwettelijke bepalingen over onderwijs zou moeten worden ingediend.

4.

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel zijn drie nota's van wijziging, twee nota's van verbetering en vier amendementen ingediend.

5.

Documenten

(24 stuks, sortering chronologisch)   sortering omkeren

2 1 januari 1984, memorie van toelichting, nr. 3     KST19032N3K2
Memorie van toelichting
 
2 15 mei 1985, advies Raad van State, nr. A     KST19032NAK2
Advies van de raad van state
 
2 13 juni 1985, nader rapport, nr. B     KST19032NBK2
Nader rapport
 
2 20 juni 1985, behandeling, 18771, 18947, 18310, 19033, Blz. 5877 - 5934     200685 2 10
De behandeling van de wetsvoorstellen Wijziging van onder meer artikel 100 van de Wet op het voortgezet onderwijs (regeling medegebruik) - Handelingen Tweede Kamer 1984-1985 20 juni 1985 orde 10
vergadering: 20 juni 1985
 
2 14 juli 1985, koninklijke boodschap, nr. 1     KST19032N1K2
Koninklijke boodschap
 
2 14 juli 1985, voorstel van wet, nr. 2     KST19032N2K2
Voorstel van wet
 
2 16 augustus 1985, nota van verbetering, nr. 4     KST19032N4K2
Nota van verbetering
 
2 25 september 1985, voorlopig verslag, nr. 5     KST19032N5K2
Voorlopig verslag
 
2 23 oktober 1985, nota van wijziging, nr. 7     KST19032N7K2
Nota van wijziging
 
2 20 november 1985, eindverslag, nr. 8     KST19032N8K2
Eindverslag
 
2 5 december 1985, nota, nr. 9     KST19032N9K2
Nota naar aanleiding van het eindverslag
 
2 14 januari 1986, nota van verbetering, nr. 10     KST19032N10K2
Tweede nota van verbetering
 
2 10 april 1986, amendement, nr. 11     KST19032N11K2
Amendement van het lid Van Ooijen
 
2 10 april 1986, amendement, nr. 12     KST19032N12K2
Amendementen van het lid Van Ooijen
 
2 10 april 1986, amendement, nr. 13     KST19032N13K2
Amendementen van het lid Van Ooijen
 
2 10 april 1986, amendement, nr. 14     KST19032N14K2
Amendement van het lid Van Ooijen
 
2 23 oktober 1986, memorie van antwoord, nr. 6     KST19032N6K2
Memorie van antwoord
 
2 1 januari 1987, nota van wijziging, nr. C     KST19032NCK2
Oorspronkelijke tekst van de ontwerp-nota van wijziging en van de toelichting, zoals voorgelegd aan de raad van state en voor zover nadien gewijzigd
 
2 29 juni 1988, advies Raad van State, nr. D     KST19032NDK2
Advies raad van state, nader rapport
 
2 30 juni 1988, nota van wijziging, nr. 15     KST19032N15K2
Tweede nota van wijziging
 
2 25 november 1988, eindverslag, nr. 16     KST19032N16K2
Nader eindverslag
 
2 28 maart 1989, nota, nr. 17     KST19032N17K2
Nota naar aanleiding van het nader eindverslag
 
2 18 april 1989, gewijzigd voorstel van wet, nr. 18     KST19032N18K2
Gewijzigd voorstel van wet
 
2 10 april 1990, brief houdende intrekking van een of meer wetsvoorstellen, nr. 19     KST19032N19K2
Brief houdende intrekking van het wetsvoorstel
 

6.

Over dit dossier

Dit parlementaire dossier is door PDC automatisch samengesteld en verrijkt en redactioneel gecheckt. Op basis van dezelfde methoden en technieken creëert PDC 24/7 actuele dossiers in de Parlementaire Monitor en in de EU Monitor. Met behulp van de monitoren volgt u Den Haag en Brussel op de voet of blikt u terug op eerdere besluitvorming. Neem contact op als u meer wilt weten over de parlementaire data van PDC of over een abonnement op een monitor.