Oud- of vrije liberalen

In de loop van de negentiende eeuw waren er steeds meer drie liberale stromingen te onderscheiden: een vooruitstrevende (vrijzinnig-democraten), een conservatieve (oud- of vrij-liberalen) en een middengroep, die zich in 1885 verenigde in de Liberale Unie. In de Kamers traden de oud-liberalen vrijwel zonder enige organisatie op en er was dus geen afzonderlijke fractie.

De oud-liberalen zagen zich als de politieke erflaters van Thorbecke. In politiek opzicht waren ze echter verwant aan de (gematigd) conservatieven. Zij keerden zich tegen een te grote rol van de overheid in het economisch leven, tegen subsidiëring van het bijzonder onderwijs en tegen te grote uitbreiding van het kiesrecht.

Pas in 1906 kwam er een Bond van Vrij-Liberalen.

 

Meer over