Is een bestorming van het Binnenhof denkbaar?

vrijdag 22 januari 2021, Prof.Dr. Bert van den Braak i

Sinds de staatsgrepen tijdens de Bataafse Tijd i, zoals die van januari 1798, is het Binnenhof nooit echt een strijdtoneel geweest. Het kon er wel onrustig zijn.

Het plein van het Binnenhof stond tot begin deze eeuw regelmatig vol met demonstranten. Debatten over kernwapens, werkgelegenheid, studiefinanciering, de zorg, abortus, maar ook lokale kwesties zoals herindelingen, brachten velen ertoe op te trekken naar de parlementsgebouwen.

Het kon grimmig zijn, bijvoorbeeld bij studentenprotesten, maar vaak had het zelfs iets folkloristisch. Regelmatig werd tevens een petitie aangeboden. Ludiek was in 1983 het met een schuimlaag bedekken van het Binnenhof door protesterende ambtenaren (specifiek: de Amsterdamse brandweer). Van een echte blokkade, laat staan 'aanslag' was nooit sprake, al moesten Kamerleden en medewerkers soms via sluiproutes een uitgang bereiken1) .

Nadat scholieren in 2007 - tegen de afspraken in - een protest tegen de studiedruk verplaatsten naar het Binnenhof en daar onder meer ramen beschadigden, was het uit met de mogelijkheid om zo dicht de parlementsgebouwen te benaderen.

Eerder, in 1990, stelden VVD- en een CDA-Eerste Kamerlid vragen aan de ministers Dales i en Hirsch Ballin i over het door demonstranten (verpleegkundigen in opleiding) blokkeren van de toegang tot het Binnenhof. Daardoor hadden zij een ontmoeting met de president van Cyprus niet kunnen bijwonen. De politie was niet alleen niet bereid geweest die toegang wel mogelijk te maken, maar had zelf op enkele plekken Kamerleden de toegang tot het Binnenhof belet.

De leden wezen op artikel 121 van het Wetboek van Strafrecht die zware straffen kent voor het verhinderen van leden om de gang naar een vergadering te maken.

De ministers stelden dat van het verhinderen van de toegang tot een Kamervergadering geen sprake was geweest en dat artikel 121 dus niet van toepassing was. Zij wezen verder op de verantwoordelijkheid van de burgemeester van Den Haag en zagen de blokkade vooral als een ongelukkig (en ongewenst) incident. Zij erkenden dat extra politie-inzet in voorkomende gevallen wel gewenst was,

Tegenwoordig vindt bij dreigende protesten al snel afgrendeling van het Binnenhof plaats en zijn er mogelijkheden tot 'fysieke' afsluiting. Dat er onverwacht een dreigende massa op het Binnenhof staat, is weinig waarschijnlijk. Toepassing van artikel 121 WvS is nog altijd een reële mogelijkheid: tot levenslange gevangenisstraf aan toe.

Bert van den Braak is bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel in Maastricht, en al sinds 1988 medewerker bij PDC en het Montesquieu Instituut.

 

  • 1) 
    Zelf moest ik eens de Eerste Kamer verlaten via een geheime deur naar de Raad van State, van waaruit het (oude) Tweede Kamergebouw kon worden bereikt.