De Franse présidentielles. Een rondje langs de velden.

maandag 4 oktober 2021, analyse van dr. Niek Pas i

De Franse presidentsverkiezingen vinden volgend jaar in twee rondes - op 10 en 24 april 2022 - plaats. Hoewel de kiezer pas over zeven maanden de gang naar de stembus zal maken is het politieke spel al enige tijd op de wagen. De huidige bewoner van het Élysée, Emmanuel Macron, heeft zich nog niet officieel gekandideerd. Dat heeft alles te maken met politieke timing. In werkelijkheid is de zittende president al enkele maanden op campagne. Op binnenlandse verplaatsingen strooit hij gul met beloftes (zoals recentelijk in het door drugsgeweld geteisterde Marseille) en trekt gretig de staatsportemonnee. In de peilingen staat hij samen met Marine Le Pen (Rassemblement National) al maanden op kop. Ze kunnen rekenen tussen de 20 à 25% van de stemmen in de eerste ronde. Mocht een tweede ronde net zoals in 2017 uitlopen op een duel Macron - Le Pen, dan trekt de zittende president tot nu toe in alle peilingen aan het langste eind.

De diverse opposities zijn inmiddels verwikkeld in de strijd om kandidaatstellingen. Naast de onvermijdelijke ‘petits candidats’ - inmiddels een dozijn waaronder een trotskist, voormalig woordvoerder van de gele hesjes en oud-militair - zijn er vijf grotere stromingen die een politieke rol van betekenis spelen. Van rechts naar links zijn dat het Rassemblement National, Les Républicains, de Parti Socialiste, Europe Écologie Les Verts evenals, tenslotte, La France Insoumise.

Politiek links is - ook in Frankrijk - een caleidoscoop. De kans op een president van linkse signatuur in 2022 is bijzonder klein. Ondanks een halfbakken poging afgelopen voorjaar om tot overeenstemming te komen hebben PS, EELV en La France Insoumise besloten elk met een eigen kandidaat op de proppen te komen.

Jarenlang was de ecologische beweging intern verdeeld en speelde hooguit een rol als bijwagen van de oppermachtige Parti Socialiste. Bij de vorige présidentielles trok lijsttrekker en oud-voorzitter Greenpeace Frankrijk Yannick Jadot zich uiteindelijk terug ten faveure van de socialistische kandidaat Benoît Hamon. Zo’n scenario is nu weinig realistisch. Hamons schamele 6% was een historische afgang. Bovenal is EELV tot wasdom gekomen. De ecologisten hebben afgelopen jaren verschillende politieke successen geboekt. De schier eindeloze interne machtsconflicten zijn gekanaliseerd in professioneel opgetuigde voorverkiezingen. De eindstrijd in deze primaires (25-28 september) is een spannend gevecht tussen Jadot en Sandrine Rousseau. Deze econome met een overwegend regionaal politiek profiel belichaamt linksradicaal ecologisme; Europarlementariër Jadot is beduidend gematigder. De groene partij heeft de laatste jaren successen geboekt bij gemeenteraadsverkiezingen en op Europees niveau. In 2020 kozen grote steden als Lyon, Bordeaux en Straatsburg een groene burgemeester. Tot verbazing (of verbijstering) van veel Fransen. Een jaar tevoren behaalde de lijst met ruim 13% van de stemmen de 3e plaats in de Europese verkiezingen, achter de partijen van Macron en Le Pen. Deze successen ten spijt is het niet waarschijnlijk dat de kandidaat van het EELV komend voorjaar een vuist kan maken in de strijd om het Élysée. Daartoe is de electorale basis (hoogopgeleide stedelijke kosmopolieten) te smal en mist het programma (energietransitie) paradoxaal genoeg politieke urgentie. Naar verwachting zullen rechtse thema’s als veiligheid en migratie de campagne domineren.

Inmiddels lijkt de in 2017 weggevaagde Parti Socialiste alle kaarten te zetten op Anne Hidalgo. De burgemeester van Parijs heeft namelijk de steun van de partijtop. Wellicht komt het toch nog tot een voorverkiezing want niet alle socialisten vinden dat Hidalgo automatisch hun rozenkandidaat is. Overigens beweerde deze dochter van Spaanse immigranten nog niet zo heel lang geleden bij hoog en laag zich nooit te kandideren. Mocht Hidalgo inderdaad de PS vertegenwoordigen dan beschikken de socialisten over een krachtige en ervaren politieke personae. Maar Hidalgo’s unique selling point, haar hoofdstedelijke profiel, is tevens haar zwakte. Een andere oud-burgemeester van Parijs die het tot president schopte, Jacques Chirac, had een veel breder politiek profiel als voormalig minister en premier. ‘Déparisianiser’ luidt dan ook het devies van Hidalgo’s campagneteam. Vooralsnog geven de peilingen, een schamele 7%, geen aanleiding tot optimisme. Maar wie weet, de weg naar april 2022 is nog lang.

Een andere tenor op de linkervleugel, Jean-Luc Mélenchon, wil net zoals in 2017 weer een gooi doen namens het radicaallinkse La France Insoumise. Destijds was hij in de eerste ronde goed voor ruim 7 miljoen stemmen (bijna 20%). Momenteel geven de peilingen ruim 10% aan. Alles overziend, zoals de zaken (en peilingen) er nu voor staan, gaat links geen potten breken in 2022. Het gevaar voor de zittende president schuilt vooral op de rechterflank. Daar heeft het (toekomstige) campagneteam van Macron dan ook de herverkiezingsstrategie op afgestemd.

Op het eerste gezicht lijkt er voor de huidige president geen vuiltje aan de lucht. De situatie bij Les Républicains, naast de PS die andere politieke mastodont die in 2017 werd weggeblazen, is op zijn zachtst gezegd verwarrend. Er is geen eenduidigheid over kandidaatstellingen. Al maandenlang bast oud-minister Xavier Bertrand dat hij en niemand anders namens centrumrechts voor het hoogste ambt gaat. De huidige voorzitter van regio Hauts-de-France peinst er niet over om aan voorverkiezingen deel te nemen. Een handvol andere republikeinen waaronder Valérie Pécresse (oud-minister en voorzitter van regio Île-de-France) wil dat juist wèl. Er dreigt dus een situatie dat er straks 2 kandidaten voor de republikeinse familie aan de verkiezingen deelnemen. Bepaald geen prettige uitgangssituatie. Ego’s moeten een stapje opzij doen voor het hogere politieke belang - en doel.

Tenslotte extreem-rechts. Het Rassemblement National. Marine Le Pen heeft de laatste jaren alles uit de kast gehaald om haar partij een gematigder profiel te geven. In 2018 veranderde ze de partijnaam. ‘Rassemblement’ klinkt in elk geval aantrekkelijker dan het bitse ‘Front’ National. Daarnaast heeft ze afstand genomen van het (bruine) gedachtegoed en de verbale uithalen van haar vader en partij-oprichter Jean-Marie. Bovendien slaat Le Pen fille een beduidend minder radicale toon aan inzake thema’s als immigratie en Europa. Ze zal niet meer roepen dat Frankrijk de Euro moet afschaffen. Vooralsnog werpt deze strategie in de peilingen zijn vruchten af.

Maar… de kandidatuur van een ‘petit candidat’, Eric Zemmour, zou een fikse streep door de rekening kunnen zijn. Deze mediagenieke rechtsradicale publicist, bekend van bestsellers als Le suicide français (2014) en recentelijk La France n’a pas dit son dernier mot (2021) slaat wild om zich heen met anti-islam uitspraken. Zemmours doel is de politieke agenda mede te bepalen - het Élysée zal hij nooit betreden. Maar alleen al zijn kandidaatstelling zou Le Pen flink wat stemmen kunnen kosten. Het is niet ondenkbaar dat ze daardoor het ticket voor de finaleronde zou mislopen. Iets dergelijks speelde in 2002. PS-kandidaat Lionel Jospin was op voorhand in alle peilingen de gedoodverfde finalist. Maar de premier sneefde omdat veel linkse Fransen in de eerste ronde massaal op allerlei rode kruimelkandidaten stemden. Jospin zou immers toch wel tot de 2e ronde reiken. Quod non.

Mocht Zemmour instappen dan is dat niet alleen voor Le Pen een nachtmerriescenario. Ook Macron zou er slecht van kunnen slapen. Stel, dit scenario doordenkend, dat niet Le Pen maar een andere kandidaat doordringt tot de tweede ronde. Dan worden de kaarten opnieuw geschud. En dan is het maar de vraag of de Franse kiezer het voordeel van de twijfel aan de zittende president gunt. Macrons herverkiezingsstrategie is al tijden gericht op een tweede ronde tegen Le Pen. Maar zijn campagneteam zal ook rekening moeten houden met dit scenario. Kortom, alleen op het eerste gezicht zijn de présidentielles van 2022 een gelopen race.

 

dr. Niek pas is Frankrijk-specialist en universitair docent politieke geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.