Afdeling 2 - Monetair beleid

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-74 Doelstellingen Europees Stelsel van Centrale Banken

  • 1. 
    Het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken is het handhaven van prijsstabiliteit. Onverminderd dat doel ondersteunt het Europees stelsel van Centrale Banken het algemene economische beleid in de Unie om bij te dragen tot de verwezenlijking van haar in artikel I-3 omschreven doelstellingen. Het Europees Stelsel van Centrale Banken handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in [artikel III-66].
  • 2. 
    De via het Europees Stelsel van Centrale Banken uit te voeren fundamentele taken zijn:
    • a) 
      het bepalen en uitvoeren van het monetair beleid van de Unie;
    • b) 
      het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met [artikel III-223];
    • c) 
      het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves van de lidstaten;
    • d) 
      het bevorderen van een goede werking van het betalingsverkeer.
  • 3. 
    Lid 2, onder c), laat het aanhouden en beheren van werksaldi in buitenlandse valuta's door de regeringen van de lidstaten onverlet.
  • 4. 
    De Europese Centrale Bank wordt geraadpleegd:
    • a) 
      over elk voorstel voor een handeling van de Unie op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen;
    • b) 
      door de nationale autoriteiten over elk ontwerp van wettelijke bepaling op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen, doch binnen de grenzen en onder de voorwaarden die de Raad volgens de procedure van [artikel III-76, lid 6,] vaststelt.

    De Europese Centrale Bank kan advies uitbrengen aan de instellingen of organen van de Unie of aan nationale autoriteiten omtrent aangelegenheden op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen.

  • 5. 
    Het Europese Stelsel van Centrale Banken draagt bij tot een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten ten aanzien van het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel.
  • 6. 
    Bij Europese wet of kaderwet kunnen aan de Europese Centrale Bank specifieke taken betreffende het beleid op het gebied van het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en andere financiële instellingen, met uitzondering van verzekeringsondernemingen, worden opgedragen. De Europese wet of kaderwet wordt na raadpleging van de Europese Centrale Bank vastgesteld.

2.

III-75 Uitgifte van de Euro

  • 1. 
    De Europese Centrale Bank heeft het alleenrecht machtiging te geven tot de uitgifte van bankbiljetten in euro binnen de Unie. De Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken mogen deze bankbiljetten uitgeven. De door de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken uitgegeven bankbiljetten zijn de enige bankbiljetten die binnen de Unie de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben.
  • 2. 
    De lidstaten kunnen munten in euro uitge ven, mits de omvang van de uitgifte door de Europese Centrale Bank wordt goedgekeurd. Bij Europese wet of kaderwet kunnen maatregelen worden vastgesteld om de nominale waarden en technische specificaties van alle voor circulatie bestemde munten te harmoniseren voorzover dit nodig is voor een goede circulatie van munten binnen de Unie. De Europese wet of kaderwet wordt vastgesteld na raadpleging van het Europees Parlement en de Europese Centrale bank.

3.

III-76 Organisatie Europees Stelsel van Centrale Banken

  • 1. 
    Het Europees Stelsel van Centrale Banken bestaat uit de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken.
  • 2. 
    De Europese Centrale Bank bezit rechtspersoonlijkheid.
  • 3. 
    Het Europees Stelsel van Centrale Banken wordt bestuurd door de besluitvormende organen van de Europese Centrale Bank, te weten de Raad van bestuur en de directie.
  • 4. 
    De statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn opgenomen in het protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank.
  • 5. 
    De artikelen 5.1, 5.2, 5.3, 17, 18, 19.1, 22, 23, 24, 26, 32.2, 32.3, 32.4, 32.6, 33.1 a en 36 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken kunnen worden gewijzigd:
    • a) 
      hetzij bij Europese wet die na raadpleging van de Europese Centrale Bank wordt vastgesteld;
    • b) 
      hetzij bij Europese wet van de Raad die op aanbeveling van de Europese Centrale Bank wordt vastgesteld, na goedkeuring van het Europees Parlement en na raadpleging van de Commissie.
  • 6. 
    De in de artikelen 4, 5.4, 19.2, 20, 28.1, 29.2, 30.4 en 34.3 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Bank bedoelde maatregelen worden door de Raad vastgesteld. Hij besluit na raadpleging van het Europees Parlement:
    • a) 
      hetzij op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de Europese Centrale Bank
    • b) 
      hetzij op aanbeveling van de Europese Centrale Bank en na raadpleging van de Commissie.

4.

III-77 Onafhankelijkheid van het Europees Stelsel van Centrale Banken

Bij de uitoefening van de bevoegdheden en het vervullen van de taken en plichten die bij de Grondwet en de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken aan hen zijn opgedragen, is het noch de Europese centrale bank, noch een nationale centrale bank, noch enig lid van hun besluitvormende organen toegestaan instructies te vragen aan dan wel te aanvaarden van instellingen of organen van de Unie, van regeringen van lidstaten of van enig ander orgaan. De instellingen en organen van de Unie alsmede de regeringen van de lidstaten verplichten zich ertoe dit beginsel te eerbiedigen en niet te trachten de leden van de besluitvormende organen van de Europese Centrale Bank of van de nationale centrale banken bij de uitvoering van hun taken te beïnvloeden.

5.

III-78 Compabiliteit nationale wetgeving met Grondwet en Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken

Iedere lidstaat draagt er zorg voor dat zijn nationale wetgeving, met inbegrip van de statuten van zijn nationale centrale bank, verenigbaar is met de Grondwet en met de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken.

6.

III-79 Instrumenten Europees Stelsel van Centrale Banken

  • 1. 
    Ter uitvoering van de aan het Europees Stelsel van Centrale Banken opgedragen taken, worden door de Europese Centrale Bank, overeenkomstig het bepaalde in de Grondwet en onder de voorwaarden van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken:
    • a) 
      Europese verordeningen vastgesteld voorzover nodig voor de uitvoering van de taken omschreven in artikel 3.1, eerste streepje, artikel 19.1, artikel 22 of artikel 25.2 van de statuten van het Europese Stelsel van Centrale Banken, alsmede in de gevallen die worden bepaald in de in [artikel 107, lid 6,] bedoelde handelingen van de Raad;
    • b) 
      de Europese besluiten vastgesteld die nodig zijn voor de uitvoering van de door de Grondwet en de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken aan het Europees stelsel van Centrale Banken opgedrage n taken;
    • c) 
      aanbevelingen en adviezen vastgesteld.
  • 2. 
    De Europese Centrale Bank kan besluiten haar Europese besluiten, aanbevelingen en adviezen openbaar te maken.
  • 3. 
    Binnen de grenzen en onder de voorwaarden die door de Raad volgens de procedure van [ex artikel 107, lid 6,] worden vastgesteld, is de Europese Centrale Bank gerechtigd om ondernemingen boeten of dwangsommen op te leggen bij niet- naleving van haar Europese verordeningen en besluiten.

7.

III-80 Europese wet of kaderwet voor gebruik van de Euro

Onverminderd de bevoegdheden van de Europese Centrale Bank, worden bij Europese wet of kaderwet de maatregelen vastgesteld die nodig zijn voor het gebruik van de euro als enige munteenheid van de lidstaten. De Europese wet of kaderwet wordt vastgesteld na raadpleging van de Europese Centrale Bank.

8.

III-81 Coördinatie lidstaten Eurogroep

  • 1. 
    Teneinde de positie van de euro in het internationale monetaire stelsel veilig te stellen, coördineren de lidstaten die de euro als munt hebben hun optreden onder elkaar en met de Commissie, teneinde gemeenschappelijke standpunten over de monetaire vraagstukken in de bevoegde internationale financiële instellingen en conferenties vast te stellen. Zij verdedigen en bepleiten deze gemeenschappelijke standpunten.

    Voor het monetaire beleid of voor vraagstukken die rechtstreeks daarmee verband houden, wordt de Europese Centrale Bank, onverminderd haar onafhankelijkheid, volledig bij deze coördinatie betrokken.

  • 2. 
    Op basis van deze coördinatie kan de Raad, op voorstel van de Commissie, passende Europese besluiten vaststellen met het oog op een gezamenlijke vertegenwoordiging in de internationale financiële instellingen en conferenties.