Afdeling 4 - Bepalingen welke de instellingen en organen van de Unie gemeen hebben

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-297 Algemene bepalingen

  • 1. 
    Wanneer krachtens dit verdrag een handeling van de Raad wordt aangenomen op voorstel van de Commissie, kan de Raad een handeling die van dat voorstel afwijkt slechts met eenparigheid van stemmen aannemen, onder voorbehoud van de artikelen [251, leden 4 en 5, I-54 en 272].
  • 2. 
    Zolang de Raad niet heeft besloten, kan de Commissie te allen tijde gedurende de procedures die tot aanneming van een communautaire handeling leiden, haar voorstel wijzigen.

2.

III-298 Wetgevingsprocedure

  • 1. 
    Wanneer krachtens de Grondwet de wetten of de kaderwetten volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld, zijn de onderstaande bepalingen van toepassing.
  • 2. 
    De Commissie dient een voorstel in bij het Europees Parlement en bij de Raad.

Eerste lezing

  • 3. 
    Het Europees Parlement stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en deelt het mee aan de Raad.
  • 4. 
    Indien de Raad het standpunt van het Europees Parlement goedkeurt, is de voorgestelde handeling aangenomen.
  • 5. 
    Indien de Raad het standpunt van het Europees Parlement niet goedkeurt, stelt hij zijn standpunt in eerste lezing vast en deelt hij dit mee aan het Europees Parlement.
  • 6. 
    De Raad stelt het Europees Parlement ten volle in kennis van de redenen die hem hebben geleid tot het vaststellen van zijn standpunt in eerste lezing. De Commissie stelt het Europees Parlement ten volle in kennis van haar standpunt.

Tweede lezing

  • 7. 
    Indien het Europees Parlement binnen een termijn van drie maanden na deze mededeling:
  • a) 
    het standpunt van de Raad in eerste lezing goedkeurt of zich niet heeft uitgesproken, wordt de betrokken handeling geacht te zijn aangenomen;
  • b) 
    het standpunt van de Raad in eerste lezing met volstrekte meerderheid van zijn leden verwerpt, wordt de voorgestelde handeling geacht niet te zijn aangenomen;
  • c) 
    met volstrekte meerderheid van zijn leden amendementen op het standpunt van de Raad in eerste lezing voorstelt, wordt de aldus geamendeerde tekst toegezonden aan de Raad en aan de Commissie, die advies over deze amendementen uitbrengt.
  • 8. 
    Indien de Raad binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de amendementen van het Europees Parlement met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
  • a) 
    al deze amendementen goedkeurt, wordt de betrokken handeling geacht te zijn aangenomen;
  • b) 
    niet alle amendementen goedkeurt, roept de voorzitter van de Raad, in overeenstemming met de voorzitter van het Europees Parlement, binnen zes weken het bemiddelingscomité bijeen.
  • 9. 
    De Raad besluit met eenparigheid van stemmen over de amendementen waarover de Commissie negatief advies heeft uitgebracht.

Bemiddeling

  • 10. 
    Het bemiddelingscomité bestaat uit de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en een gelijk aantal vertegenwoordigers van het Europees Parlement en heeft tot taak binnen een termijn van zes weken nadat het is bijeengeroepen met een gekwalificeerde meerderheid van de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en met een meerderheid van de vertegenwoordigers van het Europees Parlement overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke ontwerp-tekst op basis van de standpunten van het Parlement en de Raad in tweede lezing.
  • 11. 
    De Commissie neemt aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité deel en neemt alle nodige initiatieven om de standpunten van het Europees Parlement en de Raad nader tot elkaar te brengen.
  • 12. 
    Indien het bemiddelingscomité binnen een termijn van zes weken nadat het is bijeengeroepen, geen gemeenschappelijke ontwerp-tekst goedkeurt, wordt de voorgestelde handeling geacht niet te zijn aangenomen.

Derde lezing

  • 13. 
    Indien het bemiddelingscomité binnen die termijn een gemeenschappelijke ontwerp-tekst goedkeurt, beschikken het Europees Parlement en de Raad over een termijn van zes weken na deze goedkeuring om de betrokken handeling overeenkomstig de gemeenschappelijke ontwerp-tekst aan te nemen, met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen wat het Europees Parlement betreft, en met gekwalificeerde meerderheid wat de Raad betreft. Wanneer een van de twee instellingen de voorgestelde handeling niet binnen die termijn goedkeurt, wordt zij geacht niet te zijn aangenomen.
  • 14. 
    De in dit artikel vermelde termijnen van drie maanden en zes weken worden, op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad, met ten hoogste één maand, respectievelijk twee weken verlengd.
  • 15. 
    Wanneer een wet of een kaderwet in de specifiek bij de Grondwet bepaalde gevallen op voorstel van een groep van lidstaten aan de gewone wetgevingsprocedure wordt onderworpen, zijn de leden 2, 6 in fine en 9 niet van toepassing.

    Het Europees Parlement en de Raad zenden de Commissie het voorstel van de groep van lidstaten alsmede hun standpunten in eerste en tweede lezing toe. Het Europees Parlement en de Raad kunnen de Commissie te allen tijde gedurende de procedure om advies verzoeken. De Commissie kan ook op eigen initiatief advies uitbrengen. Indien de Commissie dat nodig acht, kan zij onder de in lid 11 genoemde voorwaarden deelnemen aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité.

 

3.

III-299 Interinstitutionele akkoorden

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie raadplegen elkaar en bepalen in onderlinge overeenstemming de wijze waarop zij samenwerken. Daartoe kunnen zij, met inachtneming van de Grondwet, interinstitutionele akkoorden sluiten die een dwingend karakter kunnen hebben.

4.

III-300 Europees ambtenarenapparaat

  • 1. 
    Bij de vervulling van hun taken steunen de instellingen, agentschappen en organen van de Unie op een open, doeltreffend en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat.
  • 2. 
    Onverminderd artikel [283] kan daartoe een Europese wet met de toepasselijke specifieke bepalingen worden vastgesteld.

5.

III-301 Transparantie

  • 1. 
    De instellingen, agentschappen en organen van de Unie erkennen het belang van de transparantie van hun werkzaamheden en nemen krachtens artikel 36 van Deel I van de Grondwet in hun reglementen van orde de specifieke bepalingen over de toegang van het publiek tot documenten op.
  • 2. 
    Met betrekking tot de wetgevingsprocedure houden het Europees Parlement en de wetgevende Raad niet alleen openbare zittingen, maar zorgen zij ook voor de publicatie van de desbetreffende stukken [ optie: publiceren de resultaten, de stemverklaringen, de notulen en alle erin opgenomen verklaringen].

6.

III-302 Vaststelling honorarium van leden Instellingen

De Raad stelt Europese besluiten vast houdende de wedden, vergoedingen en pensioenen van de voorzitter en de leden van de Commissie, van de president, de rechters, de advocaten-generaal en de griffier van het Hof van Justitie, en van de leden en de griffier van het Gerecht van eerste aanleg, van de voorzitter en de leden van de Rekenkamer en van de leden van het Economisch en Sociaal Comité. De Raad stelt tevens alle vergoedingen vast welke als beloning kunnen gelden.

7.

III-303 Tenuitvoerlegging handelingen

De handelingen van de Raad, de Commissie of de Europese Centrale Bank welke voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen executoriale titel.

De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de nationale autoriteit die door de regering van elke lidstaat daartoe wordt aangewezen. Van de aanwijzing stelt zij de Commissie en het Hof van Justitie in kennis.

Nadat de bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.

De tenuitvoerlegging kan niet worden geschorst dan krachtens een beschikking van het Hof van Justitie. Evenwel behoort het toezicht op de regelmatigheid van de wijze van tenuitvoerlegging tot de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties.