Afdeling 1 - Volksgezondheid

1.

III-179 Volksgezondheid

  • 1. 
    Bij de bepaling en de uitvoering van ieder beleid en ieder optreden van de Unie wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.

    Het optreden van de Unie, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens, en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Dit optreden omvat de bestrijding van grote bedreigingen van de gezondheid, door het bevorderen van onderzoek naar de oorzaken, de overdracht en de preventie daarvan, alsmede door het bevorderen van gezondheidsvoorlichting en gezondheidsonderwijs.

    De Unie vult het optreden van de lidstaten ter vermindering van de schade aan de gezondheid door drugsgebruik, met inbegrip van voorlichting en preventie, aan.

  • 2. 
    De Unie moedigt samenwerking tussen de lidstaten op de in dit artikel bedoelde gebieden aan en steunt zo nodig hun optreden.

    De lidstaten coördineren in samenspraak met de Europese Commissie hun beleid en programma's op de in lid 1 bedoelde gebieden. De Commissie kan, in nauw contact met de lidstaten, initiatieven nemen om deze coördinatie te bevorderen, met name initiatieven om richtsnoeren en indicatoren vast te stellen, de uitwisseling van beste praktijken te regelen en de nodige elementen met het oog op periodieke controle en evaluatie te verzamelen. Het Europees Parlement wordt ten volle in kennis gesteld.

  • 3. 
    De Unie en de lidstaten bevorderen de samenwerking met derde landen en met de voor volksgezondheid bevoegde internationale organisaties.
  • 4. 
    Bij Europese wet of kaderwet wordt het nodige geregeld waardoor wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel, en wel door het treffen van de volgende maatregelen om gemeenschappelijke veiligheidskwesties het hoofd te bieden:
    • a) 
      maatregelen waarbij hoge kwaliteits- en veiligheidseisen worden gesteld aan organen en stoffen van menselijke oorsprong, bloed en bloedderivaten; deze maatregelen beletten niet dat een lidstaat maatregelen voor een hogere graad van bescherming handhaaft of treft;
    • b) 
      in afwijking van [artikel III-122 (voorheen artikel 37)], maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid.

De Europese wet of kaderwet wordt aangenomen na raadpleging van het Comité van de Regio's envan het Economisch en Sociaal Comité.

  • 5. 
    Bij Europese wet of kaderwet kunnen ook stimuleringsmaatregelen worden ingesteld die gericht zijn op de bescherming en de verbetering van de menselijke gezondheid en de bestrijding van grote grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid, met uitzondering van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke regelingen van de lidstaten. De wet of kaderwet wordt vastgesteld na raadpleging van het Comité van de Regio's en van het Economisch en Sociaal Comité.
  • 6. 
    De Raad van Ministers kan op voorstel van de Europese Commissie ook aanbevelingen aannemen ter verwezenlijking van de in dit artikel genoemde doelstellingen.
  • 7. 
    Bij het optreden van de Unie op het gebied van de volksgezondheid wordt de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie en verstrekking van gezondheidsdiensten en geneeskundige verzorging volledig geëerbiedigd. Met name doen de in lid 4, onder a), bedoelde maatregelen geen afbreuk aan de nationale voorschriften inzake donatie en geneeskundig gebruik van organen en bloed.