Afdeling 7 - Vervoer

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

III-133/134 Gemeenschappelijk vervoerbeleid

  • 1. 
    De doelstellingen van de Grondwet worden wat de werkingssfeer van deze titel betreft nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet wordt lid 1 uitgevoerd, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer. De wet wordt vastgesteld na raadpleging van het Comité van de Regio's en van het Economisch en Sociaal Comité.

    Bij de Europese wet of kaderwet behelst worden vastgesteld:

    • a) 
      gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten,
    • b) 
      de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn,
    • c) 
      maatregelen ter verbetering van de veiligheid van het vervoer,
    • d) 
      alle overige dienstige maatregelen.
  • 3. 
    Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde Europese wet of kaderwet wordt rekening gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio's, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten.
 

2.

III-135 Bepalingen lidstaten

Totdat de in artikel III-134, eerste alinea, bedoelde Europese wet of kaderwet is vastgesteld, en behoudens vaststelling met eenparigheid van stemmen van een Europees besluit van de Raad waarbij een afwijking wordt toegestaan, mag geen enkele lidstaat de onderscheidende bepalingen, die terzake gelden vanaf 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, vanaf de datum van hun toetreding, zodanig veranderen, dat zij daardoor in hun rechtstreekse of onrechtstreekse uitwerking minder gunstig worden voor vervoerondernemers uit overige lidstaten dan voor de nationale vervoerondernemers.

3.

III-136 Steunmaatregelen

Met deze Grondwet zijn verenigbaar steunmaatregelen die beantwoorden aan de behoeften van de coördinatie van het vervoer of die overeenkomen met de vergoeding van bepaalde met het begrip "openbare dienst" verbonden, verplichte dienstverrichtingen.

4.

III-137 Speciale voorziening vervoerondernemers

Bij iedere in het kader van deze Grondwet vastgestelde maatregel op het gebied van vrachtprijzen en vervoervoorwaarden dient de economische toestand van de vervoerondernemers in aanmerking te worden genomen.

5.

III-138 Verbod op discriminatie

  • 1. 
    In het verkeer binnen de Unie is iedere discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen hanteert naar gelang van de lidstaat van herkomst of van bestemming van de vervoerde waren.
  • 2. 
    Lid 1 sluit niet uit dat krachtens artikel III-134, eerste alinea, andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
  • 3. 
    De Raad stelt op voorstel van de Commissie Europese verordeningen of besluiten vast die erop zijn gericht de uitvoering van lid 1 te waarborgen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.

    De Raad kan met name bij Europese verordening of bij Europees besluit het nodige regelen om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 genoemde voorschrift en om te bewerkstelligen dat de gebruikers volledig voordeel hebben van dit voorschrift.

  • 4. 
    De Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van iedere belanghebbende lidstaat in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluiten de nodige Europese besluiten vast.

Noot PDC

Bij de verwijzing naar artikel III-134 heeft de Werkgroep Juridische Deskundigen IGC geen rekening gehouden met de samenvoeging van de artikelen III-133 en III-134.

6.

III-139 Beperkingen bij toepassing van prijzen en voorwaarden

  • 1. 
    Behoudens machtiging op grond van een Europees besluit van de Commissie, is het een lidstaat verboden voor vervoer binnen de Unie prijzen en voorwaarden op te leggen die enig element van steun of bescherming in het belang van een of meer ondernemingen of bepaalde industrieën inhouden.
  • 2. 
    De Commissie onderwerpt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde prijzen en voorwaarden aan een onderzoek en houdt daarbij rekening met, enerzijds, de vereisten van een passend regionaal economisch beleid, de behoeften van minder ontwikkelde gebieden en de moeilijkheden die zich in door politieke omstandigheden ernstig benadeelde streken voordoen, en, anderzijds, de gevolgen van die prijzen en voorwaarden voor de mededinging tussen de verschillende takken van vervoer.

    De Commissie stelt na raadpleging van iedere betrokken lidstaat de nodige Europese besluiten vast.

  • 3. 
    Het in lid 1 bedoelde verbod is niet van toepassing op mededingingstarieven.
 

7.

III-140 Kosten grensoverschrijdend vervoer

De heffingen of andere rechten welke naast de vervoerprijs door een vervoerondernemer in verband met grensoverschrijding in rekening worden gebracht, mogen een redelijk peil niet te boven gaan, gelet op de werkelijke kosten die door de grensoverschrijding feitelijk zijn veroorzaakt.

De lidstaten streven naar een verlaging van deze kosten.

De Commissie kan de lidstaten aanbevelingen doen voor de toepassing van dit artikel.

8.

III-141 Speciale bepaling voor Duitsland

De bepalingen van deze afdeling staan in de Bondsrepubliek Duitsland genomen maatregelen niet in de weg, voorzover deze noodzakelijk zijn om de economische nadelen welke door de deling van Duitsland worden berokkend aan de economie van de door de deling getroffen streken in de Bondsrepubliek te compenseren.

Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling voor een Grondwet voor Europa kan de Raad op voorstel van de Commissie een Europees besluit tot intrekking van dit artikel vaststellen.

Verklaring voor de slotakte ad artikel III-141

De Conferentie merkt op dat de bepalingen van artikel III-141 moeten worden toegepast in overeenstemming met de gangbare praktijk. De zinsnede "de maatregelen die noodzakelijk zijn om de economische nadelen welke door de deling van Duitsland zijn berokkend aan de economie van de door de deling getroffen streken in de Bondsrepubliek te compenseren" wordt uitgelegd in overeenstemming met de bestaande jurisprudentie van het Hof van Justitie.

Zie ook:

 

9.

III-142 Comité van raadgevende aard

Een comité van raadgevende aard, bestaande uit door de regeringen van de lidstaten aangewezen deskundigen, wordt aan de Europese Commissie toegevoegd. De Commissie raadpleegt het comité over vervoeraangelegenheden zo dikwijls zij dat nodig acht.

10.

III-143 Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze afdeling is van toepassing op het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet kunnen passende maatregelen worden vastgesteld voor de zeevaart en de luchtvaart. Deze wet of kaderwet wordt aangenomen na raadpleging van het Comité van de Regio's en van het Economisch en Sociaal Comité.