Titel VIII - Door de Unie gewaarborgde rechten van de mens

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Recht op leven

Eenieder heeft recht op leven, eerbiediging van zijn fysieke integriteit, vrijheid en veiligheid. Niemand mag ter dood worden veroordeeld of worden blootgesteld aan martelingen, onmenselijke of vernederende straffen of behandelingen.

2.

Waardigheid

De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij omvat met name het fundamentele recht van eenieder op bestaansmiddelen en voorzieningen die voor hemzelf en zijn gezin toereikend zijn.

3.

Rechtsgelijkheid

  • a) 
    Allen zijn voor de wet gelijk.
  • b) 
    Verboden is elke vorm van discriminatie, met name op grond van ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke herkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.
  • c) 
    De gelijkheid tussen mannen en vrouwen moet worden gewaarborgd.

4.

Vrijheid van gedachte

De vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst is een gegarandeerd recht.

Het recht van gewetensbezwaarden om militaire dienst te weigeren wordt gewaarborgd; uitoefening van dit recht mag niet tot discriminatie leiden.

5.

Vrijheid van meningsuiting en informatie

  • a) 
    Eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of over te brengen.
  • b) 
    Kunst, wetenschap en onderzoek zijn vrij.

6.

Persoonlijke levenssfeer

  • a) 
    Eenieder heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn identiteit.
  • b) 
    De eerbiediging van persoonlijke levenssfeer, gezinsleven, goede naam, huis en particuliere communicatievormen wordt gewaarborgd.
  • c) 
    De overheden mogen alleen personen en organisaties controleren indien zij daartoe naar behoren gemachtigd zijn door een bevoegde rechterlijke instantie.

7.

Bescherming van het gezin

Eenieder heeft het recht een gezin te stichten.

Het gezin geniet wettelijke, economische en sociale bescherming. Ook het vaderschap en moederschap, alsmede de rechten van het kind worden beschermd.

8.

Vrijheid van vergadering

Eenieder heeft het recht vreedzame vergaderingen en betogingen te organiseren of daaraan deel te nemen.

9.

Vrijheid van vereniging

Eenieder heeft het recht op vrijheid van vereniging.

10.

Recht op eigendom

Het recht op eigendom wordt gegarandeerd.

Niemand kan van zijn eigendom worden beroofd, behalve om redenen van algemeen belang in de gevallen en onder de voorwaarden bij wet omschreven, zulks tegen een billijke en voorafgaande vergoeding.

11.

Vrijheid van beroep en arbeidsomstandigheden

  • a) 
    De Unie erkent het recht op arbeid; de Unie en haar lid-staten nemen de noodzakelijke maatregelen, opdat dit recht daadwerkelijk kan worden uitgeoefend.
  • b) 
    Eenieder heeft het recht op de vrije keuze van beroep en arbeidsplaats en op de vrije uitoefening van zijn beroep.
  • c) 
    Aan niemand kan om willekeurige redenen arbeid ontnomen worden en niemand mag tot het verrichten van een bepaalde arbeid gedwongen worden.

12.

Collectieve en sociale rechten

  • a) 
    Het recht de verdediging van hun rechten collectief te organiseren, met inbegrip van het recht vakverenigingen op te richten, wordt aan de werknemers gegarandeerd.
  • b) 
    Het recht op onderhandeling tussen de sociale partners wordt gewaarborgd, alsook het recht collectieve overeenkomsten te sluiten op het niveau van de Unie.
  • c) 
    Het recht op collectieve acties en het stakingsrecht worden gewaarborgd.
  • d) 
    De werknemers hebben het recht regelmatig te worden geïnformeerd over de economische en financiële situatie van hun onderneming en te worden geraadpleegd over de besluiten die van invloed kunnen zijn op hun belangen.

13.

Sociale bescherming

  • a) 
    Eenieder heeft het recht aanspraak te maken op maatregelen die zijn gezondheid ten goede komen.
  • b) 
    Eenieder die niet over voldoende financiële middelen beschikt, heeft recht op sociale bijstand en gezondheidszorg.
  • c) 
    Werknemers, zelfstandigen en hun rechthebbenden hebben recht op sociale zekerheid of gelijkwaardige voorzieningen.
  • d) 
    Eenieder die zich om redenen die buiten zijn macht liggen niet behoorlijk kan huisvesten, heeft recht op bijstand van de bevoegde overheden.

14.

Recht op onderwijs

  • a) 
    Eenieder heeft recht op onderwijs en beroepsopleiding naar gelang zijn capaciteiten.
  • b) 
    Het onderwijs is vrij.
  • c) 
    Het recht van de ouders om het onderwijs te laten geven overeenkomstig hun godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging wordt gewaarborgd, met inachtneming evenwel van het recht van het kind op eigen ontplooiing.

15.

Recht op toegang tot informatie

Eenieder heeft het recht op toegang tot en rectificatie van de hem betreffende administratieve documenten en andere gegevens.

16.

Politieke partijen

De oprichting van politieke partijen is vrij. Deze dienen zich te laten leiden door de democratische beginselen die de lid-staten gemeen hebben.

17.

Toegang tot de rechtspraak

  • a) 
    Eenieder heeft het recht voorziening te vragen bij een door de wet bepaalde rechter.
  • b) 
    Eenieder heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke op voorhand bij de wet is ingesteld.
  • c) 
    De toegang tot de rechtspraak dient daadwerkelijk gegarandeerd te zijn en er wordt rechtsbijstand verleend aan degene die onvoldoende middelen heeft om in rechte op te treden.

18.

Non bis in idem

Niemand kan worden vervolgd of veroordeeld wegens feiten waarvoor hij reeds is vrijgesproken of veroordeeld.

19.

Niet-retroactiviteit

Niemand kan verantwoordelijk worden gesteld voor handelingen of nalatigheden waarvoor men op grond van de wetsvoorschriften die ten tijde van de handeling of nalatigheid van kracht waren niet aansprakelijk was bevonden.

20.

Petitierecht

Eenieder heeft het recht zich schriftelijk met verzoeken of bezwaren tot de overheid te wenden, die hierop dient te antwoorden.

21.

Recht op eerbiediging van het milieu

Eenieder heeft het recht op de bescherming en het behoud van zijn leefmilieu.

22.

Beperkingen

Er is geen afwijking mogelijk van de eerbiediging van de rechten en vrijheden die door deze Grondwet worden gewaarborgd, behalve op grond van een wet die de wezenlijke inhoud ervan eerbiedigt, binnen redelijke en voor het behoud van een democratische samenleving noodzakelijk geachte grenzen.

23.

Beschermingsniveau

Geen enkele bepaling van deze Grondwet mag worden uitgelegd als zou zij beperkingen opleggen aan de bescherming die wordt geboden door het recht van de Unie, het recht van de lid-staten en het internationaal recht.

24.

Rechtsmisbruik

Geen enkele bepaling van deze Grondwet mag worden uitgelegd als zou zij enig recht inhouden om een activiteit te ontplooien of een handeling te verrichten welke ten doel heeft de erin genoemde rechten en vrijheden te beperken of teniet te doen.