Artikel I-39: Bekendmaking en inwerkingtreding

I-38
Artikel I-39
I-40
  • 1. 
    Europese wetten en kaderwetten die volgens de gewone wetgevingsprocedure zijn vastgesteld, worden door de voorzitter van het Europees Parlement en door de voorzitter van de Raad ondertekend.

    In de overige gevallen worden zij ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij zijn vastgesteld.

    Europese wetten en kaderwetten worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treden in werking op de in de wet of kaderwet bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

  • 2. 
    Europese verordeningen en Europese besluiten die niet vermelden tot wie zij gericht zijn, worden ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij zijn vastgesteld.

    Europese verordeningen en Europese besluiten die niet vermelden tot wie zij gericht zijn, worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treden in werking op de in de verordening of het besluit bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

  • 3. 
    Van de andere dan in lid 2 bedoelde Europese besluiten wordt kennis gegeven aan degenen tot wie zij gericht zijn. Zij worden door deze kennisgeving van kracht.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

Artikel I-39 bepaalt de wijze van bekendmaking en inwerkingtreding van de rechtshandelingen en komt overeen met artikel 254 van het EG-Verdrag.

2.

Toelichting Belgische regering

In artikel I-39 worden de traditionele regels opgesomd voor de bekendmaking en de inwerkingtreding van de rechtshandelingen van de Unie.

Europese wetten en kaderwetten, en de Europese verordeningen en Europese besluiten die niet vermelden tot wie zij gericht zijn, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze instrumenten treden in werking op de datum die ze zelf bepalen of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag na hun bekendmaking.

3.

Ontwikkeling artikel

1994

De lid-staten leggen de wetten van de Unie ten uitvoer.

Onverminderd het bepaalde in de eerste alinea, beschikt de Commissie over de reglementaire bevoegdheid ten aanzien van de uitvoering van wetten van de Unie en kan zij, in de gevallen die in de Verdragen of de organieke wet zijn voorzien, afzonderlijke maatregelen treffen met het oog op de toepassing van de wetgeving van de Unie. De Raad kan uit hoofde van de wet worden belast met de reglementaire bevoegdheid op specifieke terreinen.

2003
  • 1. 
    De Europese wetten en de Europese kaderwetten die volgens de wetgevingsprocedure zijn aangenomen, worden door de voorzitter van het Europees Parlement en de voorzitter van de Raad ondertekend. In de overige gevallen worden zij door de voorzitter van de Raad ondertekend. De wetten van de Europese Unie en de kaderwetten van de Europese Unie worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt; zij treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.
  • 2. 
    De Europese verordeningen van de Commissie of de Raad en de Europese besluiten die geen adressaat vermelden of die tot alle lidstaten zijn gericht, worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt; zij treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.
  • 3. 
    Van de overige besluiten wordt kennisgegeven aan degenen tot wie zij zijn gericht; zij worden door deze kennisgeving van kracht.

4.

Toelichting

Dit artikel komt overeen met de tekst van het huidige artikel 254, zoals herzien in het licht van de voorgaande ontwerp-artikelen. Hoewel het voorontwerp van grondwet niet in een dergelijk artikel voorziet, is de opneming ervan noodzakelijk omdat de voorwaarden voor de inwerkingtreding van de wetten (afkondiging en bekendmaking) fundamentele grondwettelijke elementen voor de rechtszekerheid zijn.

2003
  • 1. 
    De Europese wetten en de Europese kaderwetten die volgens de gewone wetgevingsprocedure zijn vastgesteld, worden door de voorzitter van het Europees Parlement en de voorzitter van de Raad ondertekend. In de overige gevallen worden zij door de voorzitter van de Raad of door de voorzitter van het Parlement ondertekend. De wetten van de Europese Unie en de kaderwetten van de Europese Unie worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en zij treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.
  • 2. 
    De Europese verordeningen en de Europese besluiten van de Raad of van de Commissie die geen adressaat vermelden of die tot alle lidstaten zijn gericht, worden ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij worden vastgesteld en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt; zij treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.
  • 3. 
    Van de overige besluiten wordt kennisgegeven aan degenen tot wie zij zijn gericht; zij worden door deze kennisgeving van kracht.
2003
  • 1. 
    Europese wetten en kaderwetten die volgens de gewone wetgevingsprocedure zijn vastgesteld, worden door de voorzitter van het Europees Parlement en door de voorzitter van de Raad van Ministers ondertekend. In de overige gevallen worden zij door de voorzitter van het Europees Parlement of door de voorzitter van de Raad van Ministers ondertekend. De Europese wetten en kaderwetten worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.
  • 2. 
    Europese verordeningen en Europese besluiten die geen adressaat vermelden of die tot alle lidstaten zijn gericht, worden ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij worden vastgesteld en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. Zij treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.
  • 3. 
    Van de overige besluiten wordt kennisgegeven aan degenen tot wie zij zijn gericht. Zij worden door deze kennisgeving van kracht.
2003
  • 1. 
    Europese wetten en kaderwetten die volgens de gewone wetgevingsprocedure zijn vastgesteld, worden door de voorzitter van het Europees Parlement en door de voorzitter van de Raad ondertekend.

    In de overige gevallen worden zij ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij zijn vastgesteld.

    De Europese wetten en kaderwetten worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

  • 2. 
    Europese verordeningen en Europese besluiten die geen adressaat vermelden worden ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij zijn vastgesteld.

    Europese verordeningen en Europese besluiten die geen adressaat vermelden, worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treden in werking op de daarin bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

  • 3. 
    Van de andere dan in lid 2 bedoelde Europese besluiten wordt kennis gegeven aan degenen tot wie zij zijn gericht. Zij worden door deze kennisgeving van kracht.
2004
  • 1. 
    Europese wetten en kaderwetten die volgens de gewone wetgevingsprocedure zijn vastgesteld, worden door de voorzitter van het Europees Parlement en door de voorzitter van de Raad ondertekend.

    In de overige gevallen worden zij ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij zijn vastgesteld.

    Europese wetten en kaderwetten worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treden in werking op de in de wet of kaderwet bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

  • 2. 
    Europese verordeningen en Europese besluiten die niet vermelden tot wie zij gericht zijn, worden ondertekend door de voorzitter van de instelling waardoor zij zijn vastgesteld.

    Europese verordeningen en Europese besluiten die niet vermelden tot wie zij gericht zijn, worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treden in werking op de in de verordening of het besluit bepaalde datum of, bij ontbreken daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

  • 3. 
    Van de andere dan in lid 2 bedoelde Europese besluiten wordt kennis gegeven aan degenen tot wie zij gericht zijn. Zij worden door deze kennisgeving van kracht.