Artikel III-236: Gemeenschappelijk vervoerbeleid

III-235
Artikel III-236
III-237
  • 1. 
    De doelstellingen van de Grondwet worden wat het onderwerp van deze afdeling betreft nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet wordt lid 1 ten uitvoer gebracht, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer. De wet wordt vastgesteld na raadpleging van het Comité van de Regio's en van het Economisch en Sociaal Comité.

    Bij de Europese wet of kaderwet worden vastgesteld:

    • a) 
      gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten;
    • b) 
      de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn;
    • c) 
      maatregelen ter verbetering van de veiligheid van het vervoer;
    • d) 
      alle overige dienstige maatregelen.
  • 3. 
    Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde Europese wet of kaderwet wordt rekening gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio's, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Nederlandse regering

[geen]

2.

Toelichting

Het huidige artikel 71 VEG bepaalt het beginsel van de stemming met gekwalificeerde meerderheid van de Raad en van de medebeslissing van het Europees Parlement inzake het vervoerbeleid.

Bij dit beginsel horen niettemin enkele uitzonderingen waarvoor de eenparigheid van de Raad en de gewone raadpleging van het Europees Parlement van toepassing zijn. Deze uitzonderingen hebben betrekking op de principemaatregelen waarvan de toepassing ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio's, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten.

Artikel III-236 trekt deze uitzonderingen in en breidt de gewone wetgevende procedure (gekwalificeerde meerderheid en medebeslissing) uit tot het volledige vervoerbeleid.

Lid 3 bepaalt echter dat bij de vaststelling van de Europese wet of kaderwet rekening wordt gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio's, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten.

3.

Ontwikkeling artikel

2003

De doelstellingen van de Grondwet worden, wat het in deze titel geregelde onderwerp betreft, nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.

2003

De doelstellingen van de Grondwet worden wat het in deze titel geregelde onderwerp betreft nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.

2003
  • 1. 
    De doelstellingen van de Grondwet worden wat de werkingssfeer van deze titel betreft nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet wordt lid 1 uitgevoerd, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer. De wet wordt vastgesteld na raadpleging van het Comité van de Regio's en van het Economisch en Sociaal Comité.

    Bij de Europese wet of kaderwet behelst worden vastgesteld:

    • a) 
      gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten,
    • b) 
      de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn,
    • c) 
      maatregelen ter verbetering van de veiligheid van het vervoer,
    • d) 
      alle overige dienstige maatregelen.
  • 3. 
    Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde Europese wet of kaderwet wordt rekening gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio's, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten.

Toelichting PDC

Het nieuwe lid 3 is ingebracht tijdens de voorbereidingen voor de IGC-vergadering van 17 en 18 mei 2004 (document CIG 76/04), en bekrachtigd tijdens de Europese Raad van 17 en 18 juni 2004 (document CIG 85/04).

De IGC hield overigens geen rekening met de samenvoeging van de artikelen III-133 en 134 (in het CONV 850/03 document, het slotdocument van de Europese Conventie) door de Werkgroep Juridische Deskundigen in document CIG 50/03.

2004
  • 1. 
    De doelstellingen van de Grondwet worden wat het onderwerp van deze afdeling betreft nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.
  • 2. 
    Bij Europese wet of kaderwet wordt lid 1 ten uitvoer gebracht, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer. De wet wordt vastgesteld na raadpleging van het Comité van de Regio's en van het Economisch en Sociaal Comité.

    Bij de Europese wet of kaderwet worden vastgesteld:

    • a) 
      gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten;
    • b) 
      de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn;
    • c) 
      maatregelen ter verbetering van de veiligheid van het vervoer;
    • d) 
      alle overige dienstige maatregelen.
  • 3. 
    Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde Europese wet of kaderwet wordt rekening gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio's, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten.