Afdeling 3 - Justitiële samenwerking in bugerlijke zaken

1.

III-269 Justitiële samenwerking in civiele zaken

  • 1. 
    De Unie ontwikkelt justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen, die berust op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen en van beslissingen in buitengerechtelijke zaken. Deze samenwerking kan maatregelen ter aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten omvatten.
  • 2. 
    Voor de toepassing van lid 1 worden, met name wanneer dat nodig is voor de goede werking van de interne markt, bij Europese wet of kaderwet maatregelen vastgesteld die het volgende beogen:
    • a) 
      de wederzijdse erkenning tussen de lidstaten van rechterlijke beslissingen en van beslissingen in buitengerechtelijke zaken en de tenuitvoerlegging daarvan;
    • b) 
      de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken;
    • c) 
      de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende regels voor collisie en jurisdictiegeschillen;
    • d) 
      samenwerking bij het vergaren van bewijsmiddelen;
    • e) 
      daadwerkelijke toegang tot de rechter;
    • f) 
      het wegnemen van de hindernissen voor de goede werking van burgerrechtelijke procedures, zo nodig door bevordering van de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende bepalingen inzake burgerlijke rechtsvordering;
    • g) 
      de ontwikkeling van alternatieve methoden voor geschillenbeslechting;
    • h) 
      de ondersteuning van de opleiding van magistraten en justitieel personeel.
  • 3. 
    In afwijking van lid 2, worden maatregelen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen bij Europese wet of kaderwet van de Raad vastgesteld. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

    De Raad kan op voorstel van de Commissie bij Europees besluit vaststellen ten aanzien van welke aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen handelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.