Nipte meerderheid EP voor omstreden rapport inzake opvang asielzoekers in de eigen regio

woensdag 15 december 2004, Jean Denise LAMBERT

Jean Denise LAMBERT (GROENEN/EVA, UK)

Verslag over de asielprocedure en bescherming in de regio's van herkomst

 

Doc.: A6-0051/2004

Procedure : Initiatief

Debat : 14 december 2004

Stemming : 15 december 2004

Verslag aangenomen (321-246-13)

Met de aanname van een controversieel initiatiefrapport van Jean LAMBERT (GROENEN/EVA, UK) geeft het Parlement haar reactie op twee Mededelingen van de Commissie, inzake:

-de gereguleerde binnenkomst in de EU van personen die internationale bescherming behoeven en de versterking van de beschermingscapaciteit van de regio's van herkomst; en

  • een efficiënter gemeenschappelijk Europees asielsysteem: de enkele procedure als de volgende stap.

    De enkele procedure verwijst naar een procedure waarbij in één keer wordt onderzocht of een asielzoeker in aanmerking komt voor politiek asiel danwel voor internationale bescherming. In het laatste geval is de asielzoeker geen politiek vluchteling in de zin van de Conventie van Genève, maar kan hij niet worden uitgewezen naar zijn land van herkomst gezien de algehele situatie aldaar, zoals een oorlogssituatie.

    Het EP betreurt dat de harmonisatie op het gebied van asiel is geschied op basis van de kleinste gemene deler van de lidstaten. Het Parlement is van mening dat de doelstellingen van een gemeenschappelijk Europees asielbeleid moeten zijn:

  • verbetering van de kwaliteit van de asielbesluiten in de Unie;
  • het ondersteunen van landen bij het bieden van adequate bescherming van asielzoekers en vluchtelingen, overeenkomstig de internationale normen voor de mensenrechten;
  • behandeling van de verzoeken om bescherming zo dicht mogelijk bij de plaats waar de behoefte bestaat en regulering van een veilige toegang tot de EU van bepaalde personen die internationale bescherming behoeven;
  • een rechtvaardige verdeling van de verantwoordelijkheid.

    Het Parlement vindt dat steun aan vluchtelingen in de regio een aanvulling dient te zijn op een gemeenschappelijke asielprocedure binnen de EU, op basis van de volledige inachtneming van internationale verplichtingen. Steun in de regio mag niet in de plaats mag komen van een dergelijke procedure binnen de EU. Uitbreiding van de beschermingscapaciteit in de regio's van herkomst leidt ertoe dat de inreis in de EU ordelijk verloopt, terwijl het bestaande recht om een asielaanvraag in te dienen in een Europese lidstaat behouden blijft. Het EP vindt het niet alleen onaanvaardbaar om binnen de EU het recht om asiel aan te vragen af te schaffen, maar ook om opvangcentra voor migranten in spe in het land van laatste doorreis op te zetten.

    Het EP is voorstander van een hervestigingsregeling: wie in een lidstaat wordt toegelaten op grond van internationale bescherming, moet in een andere lidstaat het recht op verblijf kunnen uitoefenen. Een dergelijke regeling moet gebaseerd zijn op de wil van het individu en de vrije deelname van de lidstaten. Voorts verzoekt het Parlement de EU om te waarborgen dat de nodige fondsen beschikbaar worden gesteld om de beschermingscapaciteiten uit te breiden in ontwikkelingslanden die bereid zijn hun verantwoordelijkheid op dit vlak te delen met de EU. Deze middelen mogen niet afkomstig zijn uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking, het moet om extra middelen gaan. Bovendien is het EP van mening dat de fondsen niet mogen aangewend voor het financieren van opvangkampen of -centra waar de persoonlijke vrijheid van asielzoekers wordt beperkt. Daarnaast dringt het Parlement er bij de Unie op aan om te onderzoeken of het mogelijk is om personen die onmiddellijk bescherming behoeven, buiten het grondgebied van een lidstaat een aanvraag bij die lidstaat te laten indienen.

    Het Parlement pleit ook voor de instelling van systemen om toezicht te houden op het lot van degenen die naar hun land van herkomst zijn teruggekeerd wanneer hun aanvraag ongegrond is verklaard, teneinde na te gaan of de juiste beslissingen zijn genomen.

    Met betrekking tot de enkele procedure voor internationale bescherming steunt het EP het voorstel van de Europese Commissie en wenst het dat de EU een snelle procedure voor statusverlening (van ten hoogste zes maanden) vaststelt. Verder dringt het Parlement erop aan dat niet alleen diegenen die een aanvraag om toelating als vluchteling doen, maar ook diegenen die een verzoek om internationale bescherming indienen, in alle lidstaten dezelfde procedurele waarborgen hebben. Zij moeten dezelfde mogelijkheden hebben om zich te verdedigen en in beroep te gaan tegen besluiten die zij in strijd achten met het recht. Deze beroepen moeten schorsende werking ten aanzien van de beslissingen ten principale hebben.

    Het EP dringt er voorts op aan dat de Commissie en de Raad het terugkeer- en overnamebeleid terugdraaien, omdat dit beleid het pad effent voor Europese chartervluchten voor het terugzenden van immigranten naar hun land van herkomst. Tenslotte ziet het EP geen reden om de verantwoordelijkheid voor asielbesluiten over te dragen van de lidstaten aan de EU, daar dit wettelijke, praktische en politieke problemen zou geven.