Antwoorden op vragen VVD over de verstrekking van informatie over seksuele geaardheid in zeer uitzonderlijke situaties aan veiligheidsdiensten in de VS

publicatie datum 18 oktober 2007
Kamer Tweede Kamer
beantwoordende ministerie Justitie
kamerleden A. (Anouchka) van Miltenburg
F. (Fred) Teeven
partijen Volkspartij voor Vrijheid en Democratie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2007–2008

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

170

Vragen van de leden Van Miltenburg en Teeven (beiden VVD) aan de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Justitie overde verstrekking van informatie over seksuele geaardheid in zeer uitzonderlijke situaties aan veiligheidsdiensten in de VS. (Ingezonden 11 september 2007)

1

Is het waar dat gegevens rondom seksuele geaardheid onderdeel uitmaken van de informatie, die op basis van afspraken in de «side letter» bij het Passenger Name Records (PNR) verdrag, kunnen worden verstrekt aan veiligheidsdiensten in de Verenigde Staten? Zo ja, is dat alleen in zeer uitzonderlijke situaties?1

2

Is namens de Nederlandse regering ingestemd met het verstrekken van dergelijke gegevens? Onder welke voorwaarden bent u eventueel akkoord gegaan met het verstrekken van dergelijke gegevens?

3

Wordt in Nederland de geaardheid van Nederlandse burgers op enigerlei wijze in registratiesystemen bijgehouden ? Zo ja, door welke organisatie en met welk doel?

4

Zijn tijdens de onderhandelingen over de «side letter» door de Europese woordvoerders of de

Nederlandse regering toezeggingen gedaan over het (in de toekomst) registreren van dergelijke gegevens? Zo ja, welke? Zo neen, kunt u de verzekering geven dat dit ook niet zal gebeuren?

5

Kunt u aangeven wat het belang zou kunnen zijn van het doorgeven van informatie omtrent de geaardheid van Nederlandse burgers in het kader van terrorismebestrijding? Staat het eventueel bijhouden van dergelijke gegevens niet op gespannen voet met artikel 1 van de Grondwet?

6

Deelt u de mening dat het bijhouden en verstrekken van dergelijke informatie onwenselijk is en bent u bereid u binnen EU-verband uit te spreken tegen de uitvoering hiervan?

7

Kunt u aangeven of de weergave van de feiten als verwoord door SP-parlementariër De Wit in overeenstemming is met de feitelijke situatie rond het verdrag?2

1  NRC Handelsblad, 6 september 2007.

2  Gay Krant, 6 september 2007.

Antwoord

Antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie), mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (Ontvangen 4 oktober 2007)

1 t/m 7

Naar aanleiding van berichten in de

pers dat de Verenigde Staten

proactief zou vragen naar de sexuele geaardheid van passagiers, kan worden gezegd dat de Verenigde Staten dit niet doet. De informatie die in passagiersgegevens (PNR) is vermeld, is afkomstig van de passagier zelf wanneer zij of hij een reis boekt naar de Verenigde Staten. Het betreft echte passagiersgegevens (ticket, stoel, creditcard waarmee ticket werd gekocht, frequent flier, bagage etc).

Als in de passagiersgegevens de sexuele geaardheid van de passagier staat vermeld, komt dat omdat die persoon deze zelf heeft opgegeven. Er wordt niet naar gevraagd. Wat wel voorstelbaar is, is dat in het kader van een bijeenkomst van bijvoorbeeld een vereniging van homosexuelen er een korting wordt gegeven op de vliegprijs door die vereniging, waarbij men aan de deelnemers vraagt in de boeking melding te maken van de bijeenkomst om zo in aanmerking te komen voor de korting. In een dergelijke situatie komt deze informatie terecht in (een vrij veld van) de gegevens van de passagier en zou de sexuele geaardheid van de reiziger bekend kunnen worden. Echter, het akkoord tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie over de verstrekking van passagiersgegevens bepaalt dat dergelijke gevoelige informatie («bijzondere gegevens») uit de

KVR29599 2060725020 0708tkkvr170 ISSN 0921 - 7398 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2007

Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, Aanhangsel

363

passagiersgegevens moet worden gefilterd en dus niet ter beschikking komt van de Amerikaanse autoriteiten.

Mocht deze informatie derhalve al in het systeem voorkomen, dan is geen sprake van automatische verstrekking aan de Amerikaanse autoriteiten. Het akkoord bepaalt echter dat in uitzonderlijke situaties, namelijk wanneer er onmiddellijk gevaar bestaat voor het leven van passagiers, deze filtering niet hoeft plaats te vinden. Alleen in een dergelijke situatie zou deze informatie kunnen worden verstrekt. Zodra de levensbedreigende situatie het hoofd is geboden, dienen de gevoelige gegevens echter alsnog binnen een termijn van dertig dagen uit de passagiersgegevens te worden verwijderd en mogen deze nadrukkelijk niet worden bewaard. Telkens wanneer een dergelijke situatie zich voordoet, wordt de Europese Commissie daarvan op de hoogte gesteld door de Amerikaanse autoriteiten.

Nederland vindt, net als veel andere lidstaten van de Europese Unie, dat duidelijker moet worden wanneer sprake is van een dergelijke uitzonderingssituatie. Dit is ook een element dat bij de eerste evaluatie van het nieuwe akkoord nauwkeurig moet worden bezien. In het algemeen zal in het kader van deze evaluatie aan de behandeling van gevoelige gegevens bijzondere aandacht worden geschonken. Volledigheidshalve wijs ik er in dit verband nog op dat op grond van artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens, de verwerking van bijzondere gegevens, zoals gegevens betreffende iemands seksuele leven (lees: geaardheid), in Nederland verboden is. Van dit verbod kan uitsluitend worden afgeweken of ontheffing worden verleend indien sprake is van een van de uitzonderingen genoemd in artikel 23 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, Aanhangsel                               364