Departementale en Gemeente-Besturen.

Inhoudsopgave van deze pagina:

62.

Herziening Departementale Besturen

De Departementale Besturen behouden bij provisie hunne tegenwoordige organisatie. Deze organisatie echter zal aan herziening onderworpen zijn, voornamelijk ten oogmerk hebbende de juiste bepaling van derzelver gezag, vooral met betrekking tot de magt van het Nationaal Gouvernement, de vereenvoudiging der Administratie, en de invoering van de hoogstmogelijke bezuiniging in alle deelen van dezelve. De maatregelen, daartoe strekkende, zullen door den Raadpensionaris aan de Vergadering van Hun Hoog Mogenden worden voorgedragen.

63.

Departementale Besluiten mogen niet strijdig zijn met Algemeene Wetten of het Algemeen Belang

De Departementale Besturen vermogen geene Besluiten te nemen, strijdig met de Algemeene Wetten of het Algemeen Belang van het Gemeenebest. Ingevalle zulks mogt plaats grijpen, is de Raadpensionaris bevoegd, dezelve Besluiten te schorsen en te doen intrekken.

64.

Geen bevoegdheid tot heffen van Departementale Belastingen

De Departementale Besturen zijn niet bevoegd tot het heffen van Departementale Belastingen, dan na alvorens daartoe te zijn geautoriseerd door een Besluit van Hun Hoog Mogenden, genomen op eene stellige en uitdrukkelijke Voordragt van den Raadpensionaris.

65.

Geen benadeling andere Departementen door belastingen

De Departementale Belastingen, door de Vergadering van Hun Hoog Mogenden op den voet van het voorgaand Artikel vastgesteld, zullen niet mogen betreffen den Doorvoer door, den Uitvoer naar of den Invoer uit eenig ander Departement; zullende mede de voortbrengselen van den grond of de nijverheid van andere Departementen nimmer mogen worden bezwaard boven die van het Departement zelve, alwaar de Belasting geheven wordt.

66.

Inrigting Gemeente-Besturen

Iedere Stad, District of Dorp heeft zijn eigen Gemeente-Bestuur, ingerigt op zoodanigen voet, als met de plaatselijke omstandigheden het meest overeenkomstig worden bevonden. De gemelde Gemeente-Besturen kunnen te dien einde aan de Departementale Besturen de noodige Voordragten doen, mits gegrond zijnde op het beginsel van Volkskeuze en van eene geregelde afwisseling.

67.

Plaatselijke Belastingen

Iedere Gemeente heeft de beschikking over hare huishoudelijke belangen: zij legt geene Plaatselijke Belastingen op, dan ingevolge de algemeene Bepalingen bij de Wet vast te stellen, en niet anders dan met overleg van Gecommitteerden uit de Gemeente, gekozen door de Stemgeregtigde Burgers, na bekomene autorisatie van het Departementaal Bestuur, aan het welk alle plaatselijke Belastingen of Geldligtingen ter goed- of afkeuring, moeten gezonden worden.

Ten aanzien dezer Belastingen moet worden in acht genomen, dat noch de Doorvoer door, noch de Uit- of invoer naar of van andere Steden of Plaatsen worde belast; noch ook de voortbrengselen van den grond of de nijverheid van andere Steden of Plaatsen bezwaard, boven die van de Plaats zelve, waar de Belasting gelegd wordt.

Ook zullen deze plaatselijke Belastingen aan de middelen van de Nationale Finantiën niet mogen hinderlijk zijn. In zulk een geval is de Raadpensionaris gehouden de invoering daar van tegentegaan ; en wordt, ter bevordering van dit oogmerk, door de Departementale besturen van alle, door hun goedgekeurde, Plaatselijke Belastingen onverwijld geïnformeerd.

68.

Immuniteit Leden Gemeente-Bestuur

Leden van het Gemeente-Bestuur kunnen onder geen voorwendsel in Persoon, door de Departementale Besturen, tot verantwoording worden opgeroepen. Zij kunnen alleen, wegens verzuim in hunne Plaatselijke Bediening, te regt gesteld worden voor het Departementaal Geregtshof.