Negende Hoofdstuk. Van den Waterstaat.

Inhoudsopgave van deze pagina:

190.

Algemeen bestuur van den Waterstaat, wegen en bruggen

De Koning heeft het oppertoezigt over alles wat betreft den waterstaat, de wegen en bruggen daaronder begrepen, zonder onderscheid of de kosten daarvan worden betaald uit 's Lands kas of op eene andere wijze gevonden.

191.

Algemeen en bijzonder bestuur Waterstaat

De wet regelt het algemeene en het bijzondere bestuur van den waterstaat in den bovengemelden omvang.

192.

Rol provinciale Staten in toezigt betreffende den Waterstaat

De Provinciale Staten hebben binnen hunne provinciën het toezigt op alle wateren, bruggen, wegen, waterwerken en waterschappen; zij zijn bevoegd, onder goedkeuring des Konings, in de bestaande inrigtingen en reglementen der waterschappen, behoudens de bepalingen der twee voorgaande artikelen, veranderingen te maken en nieuwe vast te stellen. De besturen dezer waterschappen kunnen aan de Staten daartoe voordragten doen.

193.

Specifieke bevoegdheden Staten; mogelijk nationaal toezigt

De Staten hebben het toezigt over alle verveeningen, ontgrondingen, indijkingen, droogmakerijen, mijnwerken en steengroeven binnen hunne provincie, behoudens de bevoegdheid des Konings, om het onmiddellijk toezigt, daarover te voeren, aan anderen op te dragen.