Vierde Afdeeling. Beschikkingen aan beide Kamers gemeen.

Inhoudsopgave van deze pagina:

96.

Niemand kan tegelijk lid van beide Kamers zijn; Verkiezing op meerdere plaatsen

Niemand kan tegelijk lid der beide Kamers zijn.

Die te gelijk tot lid der beide Kamers is gekozen, verklaart welke dier benoemingen hij aanneemt.

97.

Ministers hebben zitting in beide Kamers

De ministers hebben zitting in de beide Kamers. Zij hebben als zoodanig alleen een raadgevende stem. Zij kunnen zich in de vergadering doen bijstaan door de ambtenaren, daartoe door hen aangewezen.

Zij geven aan de Kamers, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, de verlangde inlichtingen, waarvan het verleenen niet strijdig kan worden geoordeeld met het belang van den Staat.

Zij kunnen door elke der Kamers worden uitgenoodigd om te dien einde ter vergadering tegenwoordig te zijn.

98.

Recht van enquête

Beide Kamers hebben, zoowel ieder afzonderlijk als in vereenigde vergadering, het recht van onderzoek (enquête), te regelen door de wet.

99.

Incompatibiliteiten

Een lid van de Staten-Generaal kan niet tegelijkertijd zijn Minister, vice-president of lid van den Raad van State, president, vice-president of lid van of procureur-generaal of advocaat-generaal bij den Hoogen Raad, noch president of lid van de Algemeene Rekenkamer, noch Commissaris des Konings in eene provincie.

Nochtans kan een Minister, bij eene verkiezing tot lid der Staten-Generaal gekozen, ten hoogste drie maanden na zijne toelating als lid het ambt van Minister en het lidmaatschap der Staten-Generaal vereenigen.

De wet regelt voor zooveel noodig de gevolgen van de vereeniging van het lidmaatschap van eene der beide Kamers met andere dan de in het eerste lid uitgesloten, uit 's Lands kas bezoldigde ambten.

Krijgslieden in werkelijken dienst, het lidmaatschap van eene der beide Kamers aanvaardende, zijn gedurende dat lidmaatschap van rechtswege op non-activiteit. Ophoudende lid te zijn, keeren zij tot den werkelijken dienst terug.

100.

Onschendbaarheid parlementariërs, ministers, commissarissen en ambtenaren

De leden der Staten-Generaal, alsmede de ministers, de commissarissen bedoeld in artikel 113, tweede lid, en de ambtenaren, bedoeld in artikel 97, eerste lid, zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergadering hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.

101.

Geloofsbrieven

Voor zoover de wet niet anders bepaalt, onderzoekt elke Kamer de geloofsbrieven harer nieuw inkomende leden, en beslist de geschillen, welke aangaande die geloofsbrieven of de verkiezing zelve oprijzen, volgens regels door de wet te stellen.

102.

Griffier

Elke Kamer benoemt haren griffier. Deze mag niet tegelijk lid van eene der Kamers zijn.

103.

Frequentie bijeenkomsten

De Staten-Generaal komen ten minste eenmaal 's jaars te zamen.

Hunne gewone zitting wordt geopend op den derden Dinsdag in September.

De Koning roept eene buitengewone zitting bijeen, zoo dikwijls hij zulks noodig oordeelt.

104.

Openbaarheid zittingen; procedure voor gesloten zittingen

De afzonderlijke zittingen der beide Kamers, en evenzoo de vereenigde vergaderingen, worden in het openbaar gehouden.

De deuren worden gesloten, wanneer een tiende gedeelte der aanwezige leden het vordert of de voorzitter het noodig keurt.

De vergadering beslist, of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.

Over de punten in besloten vergadering behandeld kan daarin ook een besluit worden genomen.

105.

Buitengewone vergadering Staten-Generaal bij het overlijden des Konings

Is bij overlijden des Konings of bij afstand van de Kroon de zitting gesloten, dan vergaderen de Staten-Generaal zonder voorafgaande oproeping.

Deze buitengewone zitting wordt op den vijfden dag na het overlijden of na den afstand geopend. Zijn de Kamers ontbonden, dan vangt deze termijn aan van den afloop der nieuwe verkiezingen.

106.

Opening en sluiting vergadering, jaarlijksche vergadering bijft minstens 20 dagen bijeen

De zitting der Staten-Generaal wordt in vereenigde vergadering der beide Kamers door den Koning of door eene commissie van zijnentwege geopend. Zij wordt op dezelfde wijze gesloten, wanneer hij oordeelt, dat het belang van den Staat niet vordert haar te doen voortduren.

De gewone jaarlijkse zitting duurt ten minste twintig dagen, tenzij de Koning gebruik maakt van het recht in artikel 75 omschreven.

107.

Ontbinding van eene of beide der Kamers

Bij ontbinding van eene der Kamers of van beide sluit de Koning tevens de zitting der Staten-Generaal.

108.

Quorum

De Kamers mogen noch afzonderlijk noch in vereenigde vergadering beraadslagen of besluiten, zoo niet meer dan de helft der leden tegenwoordig is.

109.

Stemprocedure

Alle besluiten over zaken worden bij volstrekte meerderheid der stemmende leden opgemaakt.

Bij staken van stemmen wordt het nemen van het besluit tot eene volgende vergadering uitgesteld.

In deze, en evenzoo in eene voltallige vergadering, wordt, bij staken van stemmen, het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

De stemming moet geschieden bij hoofdelijke oproeping, wanneer één der leden dit verlangt en alsdan mondeling.

110.

Stemprocedure: besloten bij benoemingen en voordragten van personen

De stemming over personen voor de benoemingen of voordrachten in de Grondwet vermeld, geschiedt bij besloten en ongeteekende briefjes.

De volstrekte meerderheid der stemmende leden beslist; bij staken van stemmen beslist het lot.

111.

Procedure bij vereenigde vergadering

Bij eene vereenigde vergadering worden de beide Kamers als slechts ééne beschouwd en nemen hare leden naar willekeur door elkander plaats.

De voorzitter der Eerste Kamer heeft de leiding der vergadering.