Tweede Afdeling. Van het inkomen der Kroon.

Inhoudsopgave van deze pagina:

22.

Inkomen leden Koninklijk Huis; Vermogensbestanddelen; Vrijdom van belasting

De Koning ontvangt jaarlijks ten laste van het Rijk uitkeringen naar regels bij de wet te stellen. Deze wet bepaalt aan welke andere leden van het Koninklijk Huis uitkeringen ten laste van het Rijk worden toegekend en regelt deze uitkeringen.

De door hen ontvangen uitkeringen ten laste van het Rijk, alsmede de vermogensbestanddelen welke dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie, zijn vrij van persoonlijke belastingen. Voorts is hetgeen de Koning of de vermoedelijke erfgenaam van de Kroon krachtens erfrecht of door schenking verkrijgt van een lid van het Koninklijk Huis vrij van de rechten van successie, overgang en schenking. Verdere vrijdom van belasting kan bij de wet worden verleend.

De Kamers der Staten-Generaal kunnen ontwerpen van in de vorige leden bedoelde wetten alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

23.

- Vervallen -

Vervallen.

24.

- Vervallen -

Vervallen.

25.

Inrichting Koninklijk Huis

De Koning richt zijn Huis naar eigen goedvinden in.

26.

- Vervallen -

Vervallen.

27.

Vermoedelijke mannelijke erfgenaam voert de titel Prins van Oranje

De oudste van des Konings zonen, of verdere mannelijke nakomelingen, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon, is des Konings eerste onderdaan, en voert de titel van Prins van Oranje.

28.

- Vervallen -

Vervallen.

29.

- Vervallen -

Vervallen.

30.

- Vervallen -

Vervallen.