Gemeente

De gemeente is naast de provincie en het rijk één van de drie bestuurslagen van ons land. Gemeenten staan het dichtst bij de burgers en hebben een democratisch bestuur. Zij hebben lokale taken, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, verkeer, openbare orde, cultuur en onderwijs. Daarnaast voeren gemeenten mede rijkstaken uit, bijvoorbeeld ten aanzien van ruimtelijke ordening, werk en inkomen, jeugdzorg en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Gemeenten krijgen geld van het rijk, maar ze kunnen ook zelf belastingen heffen. Er zijn op 1 januari 2019 in Nederland 355 gemeenten.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Bestuur

Aan het hoofd van de gemeente staat de gekozen gemeenteraad. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door het college van burgemeester en wethouders, bestaande uit door de raad gekozen wethouders en de door de Kroon voor zes jaar benoemde burgemeester (feitelijk bepaalt de gemeenteraad via een voordracht wie burgemeester wordt). De burgemeester heeft daarnaast speciale taken, bijvoorbeeld ten aanzien van de openbare orde en bij de vertegenwoordiging van de gemeente.

2.

Omvang, grenzen en aantal

De grootte van gemeenten verschilt sterk, zowel qua oppervlakte als qua inwonertal. Zo tellen enkele Waddeneilanden, die ieder afzonderlijke gemeenten vormen, bijvoorbeeld slechts circa 1000 inwoners, terwijl Amsterdam er bijna 815.000 heeft. De Gelderse gemeente Rozendaal heeft slechts een oppervlakte van 27,92 vierkante km en circa 1500 inwoners. De oppervlakte van Apeldoorn is daarentegen 339 vierkante km en de gemeente Noordoostpolder omvat 460 vierkante km.

Gemeenten hebben al in 1813 hun grenzen gekregen, maar van vrijwel alle gemeenten zijn die nadien herzien. Vrijwel jaarlijks vinden er gemeentelijke herindelingen plaats. Herindelingen en grote grenswijzigingen worden bij wet geregeld. De procedure over welke regels daarbij in acht moeten worden genomen, is wettelijk geregeld.

In 1812 waren er 1144 gemeenten. Dit aantal daalde in 1960 onder de 1000, in 1980 onder de 800, in 1985 onder de 700, in 1997 onder de 600 en in 2002 onder de 500. Het aantal ligt nu onder de 400. Sinds 2010 zijn er drie 'gemeenten' (openbare lichamen) in het Caraïbisch gebied, te weten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3.

Toezicht en samenwerking

Het toezicht op de gemeenten berust bij de provincie. Het is voor gemeenten mogelijk om gezamenlijk regelingen te treffen, bijvoorbeeld voor de afvalverwerking of voor gezondheidsdiensten. Op basis van deze wet werden stadsregio's (Wgr-Plusgebieden) gevormd, zoals de stadsregio Haaglanden rond 's-Gravenhage, het samenwerkingsverband regio Eindhoven en de regio Twente. Per 1 januari 2015 zijn deze Wgr-Plusgebieden opgeheven.

4.

Financiën

Gemeenten krijgen ter financiering van hun taken geld van het Rijk uit het Gemeentefonds. De verdeling hiervan is geregeld in de Financiële-Verhoudingswet. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid om zelf belastingen te heffen en om kosten voor allerlei diensten en vergunningen in rekening te brengen.

5.

Verkiezingen

Hoewel landelijke politici vrijwel altijd benadrukken dat gemeenteraadsverkiezingen over lokale issues gaan, was er toch soms sprake van effecten op de landelijke politiek. In 2006 trad na het slechte resultaat van de VVD bij de raadsverkiezingen bijvoorbeeld VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen af. Het trekken van landelijke conclusies is sinds de jaren negentig van de vorige eeuw overigens nog moeilijker geworden door de opkomst van lokale partijen. De veel lagere opkomst was al langer een complicerende factor.


Meer over