Staatshoofd, regering en kabinetsformatie aan de orde bij debat over regeringsverklaring

donderdag 28 oktober 2010

DEN HAAG (PDC) - Gisteren kondigde PVV-fractievoorzitter Geert Wilders tijdens het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Rutte aan dat de PVV van plan is een initiatief-wetsvoorstel in te dienen voor een wijziging van de Grondwet. De bedoeling van het voorstel zal zijn de functies van staatshoofd en regering te splitsen waarbij de koning geen onderdeel van de regering meer is zoals vastgelegd in artikel 42 van de Grondwet. Het staatshoofd zou dan een zuiver ceremoniële rol hebben. Wilders wil op die manier de mogelijke politieke invloed wegnemen, die de koning nu nog heeft bij bijvoorbeeld de kabinetsformatie.

Een dergelijk voorstel lijkt momenteel weinig kans van slagen te hebben. De Volkskrant maakte een ronde langs de fracties en kwam slechts tot steun van 54 zetels voor dit voorstel: PVV, GroenLinks, D66 en SP. Dat is veel te weinig voor de vereiste tweederde meerderheid, nog afgezien van de politieke samenstelling van de Eerste Kamer die het voorstel ook met tweederde meerderheid zal moeten aannemen.

Inperking van de rol van het staatshoofd bij de formatie maakt meer kans. Al in 1971 probeerde de Tweede Kamer op grond van de motie-Kolfschoten te komen tot een voordracht voor de door het staatshoofd te benoemen kabinetsformateur. Het lukte de Tweede Kamer toen echter niet tot een meerderheidsoordeel over de gewenste formateur te komen.

In 2006 probeerden D66-Kamerlid Boris van der Ham en zijn Groenlinks-collega Wijnand Duyvendak zonder succes het reglement van orde van de Tweede Kamer te wijzigen. Bij de eerste vergadering na de verkiezingen zou de Tweede Kamer dan een kandidaat-(in)formateur kiezen, die ter benoeming aan de koningin zou worden voorgedragen.

In februari 2010 werd dit voorstel met succes van de plank gehaald. In het Reglement van Orde van de Tweede Kamer werd opgenomen dat in de eerste vergadering na haar verkiezing de Tweede Kamer zou 'beraadslagen om de betekenis van de verkiezingsuitslag vast te stellen en zo richting te geven aan de kabinetsformatie.'

Tijdens de formatie van het kabinet-Rutte werd de koningin geconfronteerd met fractievoorzitters die het heft zelf in handen namen en publiekelijk hun wensen voor de volgende stap in het formatieproces bekend maakten. De koningin restte niets anders dan deze wensen te volgen.

De Grondwet speelt geen rol in het formatieproces. Alleen  artikel 43 en artikel 48 bepalen hoe ministers benoemd moeten worden. De vorming van een kabinet is verder een zaak van het ongeschreven staatsrecht. Dit ongeschreven recht en de politieke spelregels ontwikkelen zich duidelijk nog steeds.

bron: de Volkskrant