33989 - Verandering van de Grondwetsbepaling over de onschendbaarheid van brief-, telefoon- en telegraafgeheim (Grondwetswijziging, eerste lezing)

Dit wetsvoorstel werd op 21 juli 2014 ingediend door de minister van Veiligheid en Justitie, Opstelten i, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Plasterk i, en de minister van Algemene Zaken, Rutte i.

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Stand van zaken

Het wetsvoorstel is verheven tot wet (Wet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim) en gepubliceerd in het Staatsblad op 14 september 2017 (Stb. 2017, 334).

De tweede lezing van dit voorstel vond plaats door middel van wetsvoorstel Verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim (tweede lezing) i.

2.

Kerngegevens

Ingediend
21 juli 2014

Volledige titel
Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim

Ondertekening memorie van toelichting

De minister van Veiligheid en Justitie, I.W. (Ivo) Opstelten i
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. (Ronald) Plasterk i
De minister van Algemene Zaken, M. (Mark) Rutte i

Kamercommissies

3.

Uit de memorie van toelichting

Dit wetsvoorstel strekt ertoe de reikwijdte van de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim dat in artikel 13 Grondwet (hierna: artikel 13) is neergelegd, uit te breiden naar alle communicatiemiddelen. In de praktijk voldoet de huidige grondwettelijke bepaling niet langer; de modernisering van artikel 13 zal moeten leiden tot een meer techniekonafhankelijke benadering van de reikwijdte. De directe aanleiding voor onderhavig voorstel tot wijziging van artikel 13 is gelegen in het rapport van de staatscommissie Grondwet van november 2010 en de daaropvolgende kabinetsreactie. De staatscommissie Grondwet ging in het tweede deel van haar rapport, waarin de grondrechten centraal staan, onder meer in op het vraagstuk van grondrechten in het digitale tijdperk. Zij adviseerde een aantal grondrechten aan te passen in verband met de ontwikkelingen in de informatietechnologie. Het toenmalige kabinet oordeelde in reactie op het advies van de staatscommissie Grondwet dat de huidige techniekafhankelijke en limitatieve formulering van de beschermde communicatiemiddelen in de weg staat aan de normatieve betekenis van artikel 13 voor de wetgever en rechter. Zij leidt tot netelige interpretatievraagstukken en het risico van inconsistentie in de uitleg en de beoogde en gewenste rechtsbescherming. Dit probleem wordt versterkt doordat de formulering van artikel 13 ver achter loopt bij de verwante verdragsrechten waarin de laatste jaren nieuwe ontwikkelingen, normen en formuleringen zijn uitgekristalliseerd. Het onderhavige voorstel is aangekondigd in de brief van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 november 2011, waarover is beraadslaagd in beide Kamers van de Staten-Generaal.

4.

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel werden een nota van wijziging en drie amendementen ingediend.

5.

Moties

Bij dit dossier werden in de Tweede Kamer twee moties ingediend.

6.

Documenten

(29 stuks, sortering chronologisch)   sortering omkeren

2 21 juli 2014, koninklijke boodschap, nr. 1     KST339891
Koninklijke boodschap
 
2 21 juli 2014, voorstel van wet, nr. 2     KST339892
Voorstel van wet
 
2 21 juli 2014, voorstel van wet, nr. 2    
Voorstel van wet
 
2 21 juli 2014, memorie van toelichting, nr. 3     KST339893
Memorie van toelichting
 
2 21 juli 2014, memorie van toelichting, nr. 3    
Memorie van toelichting
 
2 21 juli 2014, advies Raad van State en nader rapport, nr. 4     KST339894
Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
 
2 21 juli 2014, advies Raad van State en nader rapport, nr. 4    
Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
 
2 22 juli 2014, bijlage bij nr. 3     BLG358370
Externe adviezen (bijlage bij 33989,nr.3) -
 
2 3 september 2014, agenda procedurevergadering,    
Herziene agenda procedurevergadering Tweede Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) donderdag 11 september 2014 -
vergadering: 11 september 2014
 
2 7 november 2014, verslag, nr. 5     KST339895
Verslag
 
2 3 juli 2015, nota naar aanleiding van het verslag, nr. 6     KST339896
Nota naar aanleiding van het verslag
 
2 3 juli 2015, nota van wijziging, nr. 7     KST339897
Nota van wijziging
 
2 1 oktober 2015, brief, nr. 8     KST339898
Brief regering; Verzoek tot uitstel van de plenaire behandeling
 
2 11 november 2016, brief, nr. 9     KST339899
Brief regering; Voorzetting van de plenaire behandeling van Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim
 
2 4 april 2017, bijgewerkte tekst,    
Bijgewerkte tekst: bijgewerkt t/m nr. 7 (NvW d.d. 3 juli 2015)
 
2 7 april 2017, sprekerslijst,    
Sprekerslijst -
 
2 10 april 2017, amendement, nr. 10     KST3398910
Amendement Van Raak over het slechts opnemen van een rechterlijke toets
 
2 11 april 2017, amendement, nr. 11     KST3398911
Amendement Özütuk over het behouden van het huidige beschermingsniveau van het briefgeheim
 
2 11 april 2017, amendement, nr. 12     KST3398912
Amendement Verhoeven over het verstevigen van het uitgangspunt van een rechterlijke machtiging voor het beperken van het brief- en telecommunicatiegeheim
 
2 12 april 2017, motie, nr. 13     KST3398913
Motie Verhoeven over bescherming van zowel verkeersgegevens als inhoud van communicatie
 
2 12 april 2017, motie, nr. 14     KST3398914
Motie Verhoeven over een aanvullende grondwettelijke bescherming tegen inmenging door derden
 
2 12 april 2017, behandeling, 33989; 33989; 13; 33989; 14     HTK20162017-67-3
Onschendbaarheid brief-, telefoon- en telegraafgeheim -
vergadering: 12 april 2017
 
2 18 april 2017, stemming(en), 33989; 13; 33989; 14     HTK20162017-69-12
Stemmingen moties Onschendbaarheid brief-, telefoon- en telegraafgeheim -
vergadering: 18 april 2017
 
2 18 april 2017, stemming(en), 33989; 33989; 10; 33989; 11; 33989; 12     HTK20162017-69-11
Stemmingen Onschendbaarheid brief-, telefoon- en telegraafgeheim -
vergadering: 18 april 2017
 
1 4 mei 2017, gewijzigd voorstel van wet, nr. A     KST33989A
Gewijzigd voorstel van wet
 
1 17 mei 2017, eindverslag, nr. B     KST33989B
Eindverslag
 
1 4 juli 2017, behandeling, 33989     HEK20162017-34-5
Onschendbaarheid brief-, telefoon- en telegraafgeheim -
vergadering: 4 juli 2017
 
1 11 juli 2017, stemming(en), 33989     HEK20162017-35-4
Stemming Onschendbaarheid brief-, telefoon- en telegraafgeheim -
vergadering: 11 juli 2017
 
S 14 september 2017, bekendmaking wet, Stb. 2017, 334    
Wet van 19 augustus 2017, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim -
 

7.

Internetconsultatie

8.

Woordvoerders

9.

Andere bronnen

10.

Over dit dossier

Dit parlementaire dossier is door PDC automatisch samengesteld en verrijkt en redactioneel gecheckt. Op basis van dezelfde methoden en technieken creëert PDC 24/7 actuele dossiers in de Parlementaire Monitor en in de EU Monitor. Met behulp van de monitoren volgt u Den Haag en Brussel op de voet of blikt u terug op eerdere besluitvorming. Neem contact op als u meer wilt weten over de parlementaire data van PDC of over een abonnement op een monitor.