35129 - Initiatiefvoorstel Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum (tweede poging, eerste lezing)

Dit wetsvoorstel werd op 29 januari 2019 aanhangig gemaakt door het Tweede Kamerlid Van Raak (SP).

 

Dit initiatiefwetsvoorstel van het lid Van Raak (SP) stelt voor om de Grondwet zodanig te wijzigen dat het houden van een correctief referendum mogelijk wordt. Van Raak verwijst in zijn onderbouwing van het voorstel ook naar het rapport 'Lage drempels, hoge dijken' van de Staatscommissie parlementair stelsel (Commissie Remkes) waarin ook wordt geadviseerd het correctief referendum mogelijk te maken.

 

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Stand van zaken

Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer.

2.

Kerngegevens

Aanhangig gemaakt
29 januari 2019

Volledige titel
Voorstel van wet van het lid Van Raak houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum

Ondertekenende bewindslieden

De minister van Algemene Zaken
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Kamercommissies

3.

Uit de memorie van toelichting

MEMORIE VAN TOELICHTING I. 1. Inleiding

Op 13 december 2018 presenteerde de Staatscommissie parlementair stelsel haar eindrapport «Lage drempels, hoge dijken. Democratie en rechtsstaat in balans.» De staatscommissie doet in dit rapport het voorstel voor invoering van een correctief referendum. De overwegingen voor dit advies luiden als volgt:

«De staatscommissie wijst erop dat tekortkomingen in het vertegenwoordigende stelsel op het punt van de inhoudelijke representatie aandacht behoeven. Inhoudelijke representatie houdt in dat de politieke opvattingen van kiezers in het parlementaire debat terugkeren, dat hun belangen effectief worden behartigd en dat de uitkomsten van het democratisch proces aansluiten bij wat zij verwachten en verlangen. Schiet de inhoudelijke representatie tekort, dan kan dat bij burgers leiden tot onvrede en zelfs vervreemding van het parlementair stelsel. Gebrek aan acceptatie van overheidsbesluiten door de bevolking kan regeringsbeleid ineffectief maken, kan het draagvlak voor politieke besluitvorming schaden en kan een aantasting betekenen van de democratische rechtsstaat.

De staatscommissie wijst er in dit verband op dat «door het ontstaan van partijen en fracties het niet te voorkomen is dat een parlementaire meerderheid bij specifieke kwesties soms slechts een minderheid van de kiezers vertegenwoordigt en dat de meerderheid van de kiezers zich bij deze kwesties slechts door een minderheid in het parlement ziet gerepresenteerd» (Senator R. Koole, Handelingen I 2013/14, vergadering 26, item 5, p. 8). Dit staat overigens los van de rolopvatting die gekozen volksvertegenwoordigers kiezen: zijn zij trustee met ruimte voor eigen afweging en oordeelsvorming, of zijn zij delegate met accent op de verwoording van opvattingen van achterban en de publieke opinie? Het is in een democratisch systeem altijd mogelijk dat in het parlement ingrijpende besluiten worden genomen waarvoor bij de bevolking geen meerderheid bestaat (het delegate-model) of waarvoor zij volksvertegenwoordigers geen

kst-35129-3 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2019

mandaat bedoelde te geven (het trustee-model). Door coalitievorming kan dit verschijnsel - de zgn. Ostrogorski-paradox - worden versterkt: de stem van de kiezer raakt afgezwakt in de opeenvolgende vertaalslagen tussen verkiezingscampagne en regeerakkoord. Door afspraken in een regeerakkoord kan het voorkomen dat in het parlement een besluit wordt genomen, ondanks het ontbreken van een inhoudelijke meerderheid daarvoor bij de bevolking. Bij afzonderlijke vraagstukken kunnen politieke meerderheden worden gecreëerd die niet altijd corresponderen met meerderheden onder de bevolking. Zo kunnen op specifieke onderwerpen discrepanties ontstaan in de vertegenwoordiging van de bevolking in het parlement.

Om die paradox op te lossen stelde de Russische politieke wetenschapper M. Ostrogorski (1854-1921) de invoering van een referendum voor. Bij belangrijke controversiële kwesties zou het onder voorwaarden mogelijk moeten zijn om een parlementaire meerderheid te corrigeren, wanneer die duidelijk afwijkt van de meerderheid van de bevolking. Een verbijzondering van de Ostrogorski-paradox betreft het inzicht dat hoger opgeleide burgers op sommige thema's beter worden gerepresenteerd in volksvertegenwoordigende organen dan lager opgeleiden. Er is sprake van een in die zin imperfecte afspiegeling van de bevolking. Opvattingen van Tweede Kamerleden op de thema's integratie, immigratie en Europa sluiten bijna naadloos aan op die van de hoger opgeleide kiezer, maar veel minder goed op die van de lager opgeleide kiezer. Op deze belangrijke thema's wordt het electoraat inhoudelijk niet goed gerepresenteerd in de Tweede Kamer. Er is tot op zekere hoogte sprake van een diplomademocratie. Hoger opgeleiden en mensen met een bovenmodaal inkomen zijn ook tevredener over het functioneren van de democratie en hebben meer vertrouwen in de Tweede Kamer dan lager opgeleiden en mensen met een lager inkomen.»1

anchor("bookmark3")2. Geschiedenis

De parlementaire discussie over het correctief referendum gaat terug tot adviezen van de Staatscommissie-Biesheuvel (1982-1985) en de Commissie-De Koning (1991-1993), die voor de kabinetten Kok I en II aanleiding waren om een voorstel in te dienen voor wijziging van de Grondwet, met het oog op de invoering van een correctief referendum. Na goedkeuring in eerste lezing van dit wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer en goedkeuring van dit voorstel in tweede lezing in de Tweede Kamer strandde dit voorstel in 1999 in de Eerste Kamer, in wat later de «Nacht van Wiegel» werd genoemd. Na deze afwijzing besloot het kabinet tot indiening van een nieuw voorstel voor een referendumwet, die door de snelle val van het kabinet Balkenende I niet in de zittingstermijn van de Tweede Kamer in eerste lezing kon worden behandeld. In 2004 werd het wetsvoorstel in tweede lezing door de Tweede Kamer verworpen, nadat het kabinet Balkenende II had verklaard het voorstel niet meer te steunen.

In juni 2005 werd in ons land toch een raadgevend referendum gehouden over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Dit referendum werd mogelijk gemaakt door een initiatiefwet van de leden Karimi (GroenLinks), Dubbelboer (PvdA) en Van der Ham (D66). De opkomst in dit referendum was hoog (63,3 procent van de kiesgerechtigden) en de uitslag was helder (61,6 procent van de kiezers zei «nee»). Uiteindelijk besloot de Tweede Kamer in meerderheid toch in te stemmen met het Verdrag van Lissabon (2007). De Kamerleden Dubbelboer (PvdA), Duyvendak (GroenLinks) en Van der Ham (D66) maakten in 2005 een initiatiefwetsvoorstel aanhangig voor een raadgevend referendum, waarvoor geen herziening van de Grondwet nodig was. In 2016 werd een raadgevend referendum gehouden over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. De opkomst van dit referendum was lager (32,2 procent van de kiesgerechtigden), maar de uitslag was helder (61,1 procent van de kiezers zei «nee»). In 2018 werd een raadgevend referendum gehouden over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. De opkomst was vrij hoog (51,6 procent van de kiesgerechtigden) en de uitslag verdeeld (49,5 procent van de kiezers zei «nee»). In 2018 werd het raadgevend referendum op initiatief van het kabinet en met instemming van een meerderheid van de Tweede en Eerste Kamer afgeschaft.

Tegelijk met de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een raadgevend referendum werd door de leden Duyvendak (GroenLinks), Dubbelboer (PvdA) en Van der Ham (D66) een initiatiefwetsvoorstel aanhangig gemaakt voor een correctief referendum. Deze wet kreeg in eerste lezing steun van een meerderheid in de Tweede Kamer (in 2013) en in de Eerste Kamer (in 2014). Na de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2017 bleek dat geen van de leden van de fracties van GroenLinks, PvdA en D66 bereid was om dit initiatiefwetsvoorstel voor een correctief referendum voor tweede lezing aanhangig te maken, waarna het lid Van Raak (SP) besloot om het wetsvoorstel in november 2017 te verdedigen. Het voorstel behaalde toen echter niet de benodigde tweederde meerderheid.

anchor("bookmark4")3. Het advies van de staatscommissie

De Staatscommissie parlementair stelsel houdt in haar eindrapport «Lage drempels, hoge dijken» opnieuw een pleidooi voor invoering van een correctief referendum en geeft daarvoor een aantal argumenten:

«De betekenis van het bindend correctief referendum schuilt vooral in zijn corrigerende werking. Juist vanwege de noodzakelijke legitimiteit van en het vertrouwen in de representatieve democratie, is het referendum als ventiel of veiligheidsklep van waarde en betekenis. Maar er is meer te zeggen over de positieve werking van een bindend correctief referendum (en referenda in het algemeen). Het bindend correctief referendum kan worden begrepen als een vorm van tegendruk, bedoeld om extra stevigheid te geven aan de bestaande democratie en daarmee als een versterking van de in de Nederlandse democratie zo wezenlijke werking van (politieke) checks and balances.

Zeker waar het burgers betreft die een grote afstand ervaren tot de politiek kan het bindend correctief referendum voorts een belangrijk instrument zijn om te zorgen voor betrokkenheid bij het politieke systeem. Het referendum betrekt een ruimere doorsnede van de bevolking bij de besluitvorming. Juist die groepen burgers die in de representatieve democratie en het parlementair stelsel minder aan bod komen en die minder gebruikmaken van andere kanalen voor politieke participatie -lager en middelbaar opgeleiden bijvoorbeeld - kunnen zich in het referendum (als instrument) bijzonder goed vinden. Omdat het correctief referendum plaatsvindt na aanname van wetgeving door het parlement zijn de uitkomsten van alle voorbereiding, informatievoorziening en parlementaire behandeling «in de praktijk» eerst dan echt duidelijk. Zij zien het referendum als een geschikt middel voor politieke betrokkenheid en nemen in veel gelijkere mate dan bij andere participatievormen actief deel. Het referendum is daarmee tevens een goed weerwoord op de diplomademocratie.

(...)

4.

Documenten

(5 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

2 15 februari 2019, besluitenlijst, C.J.M. Roovers 2018A05241 8    
Besluitenlijst procedurevergadering Tweede Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) donderdag 14 februari 2019 -
vergadering: 14 februari 2019
 
2 8 februari 2019, agenda procedurevergadering, C.J.M. Roovers 2018A05241 7    
Agenda procedurevergadering Tweede Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) donderdag 14 februari 2019 -
vergadering: 14 februari 2019
 
2 29 januari 2019, memorie van toelichting, nr. 3     KST351293
Memorie van toelichting
 
2 29 januari 2019, voorstel van wet, nr. 2     KST351292
Voorstel van wet
 
2 29 januari 2019, geleidende brief, nr. 1     KST351291
Geleidende brief
 

5.

Andere bronnen

6.

Over dit dossier

Dit parlementaire dossier is door PDC automatisch samengesteld en verrijkt en redactioneel gecheckt. Op basis van dezelfde methoden en technieken creëert PDC 24/7 actuele dossiers in de Parlementaire Monitor en in de EU Monitor. Met behulp van de monitoren volgt u Den Haag en Brussel op de voet of blikt u terug op eerdere besluitvorming. Neem contact op als u meer wilt weten over de parlementaire data van PDC of over een abonnement op een monitor.