Eindigt 2020 voor het Europees Parlement zoals het begon: met Brexit?

maandag 21 december 2020, analyse van Jan Marinus Wiersma

Tegenwoordig ben je welhaast gedwongen om bij een blog als dit uit voorzorg het moment van schrijven te noteren want er verandert constant wat. De afgelopen weken was er grote onzekerheid over de afloop van het gevecht binnen de EU over de koppeling van respect voor de rechtsstaat aan EU subsidies. Idem wat betreft de Brexit. Twee onderwerpen waar het Europees Parlement(EP) nauw bij betrokken is. De eerste kwestie lijkt – althans voorlopig - opgelost. Een deal over het handelsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK) is nog steeds mogelijk. De uiterste deadline lijkt nu 31 december te zijn geworden.

In dat geval eindigt 2020 voor het Europees Parlement waarmee het ook begon. In januari stemde het in met het zogeheten Terugtrekking Akkoord tussen het VK en de EU. De overeenkomst bevat afspraken over de rechten van burgers over en weer, de financiële afrekening en de grens tussen het Britse Noord Ierland en de Republiek Ierland, die open moet blijven zonder dat het ongecontroleerde uitvoer van Britse producten naar de EU met zich mee brengt. De parlementariërs staan klaar om een eventueel handels akkoord tussen de VK en de EU te beoordelen en te ratificeren. Als enig want het verdrag behoeft geen formele goedkeuring van de nationale parlementen. Het kan zelfs in de week tussen Kerst en Nieuwjaar of eventueel in januari. Het EP eist als belangrijke voorwaarde voor zijn instemming dat een akkoord een gelijk speelveld garandeert en zo oneerlijke concurrentie tegengaat.

2020 zou het eerste normale complete politieke jaar van dit EP worden. Het voorgaande stond in het teken van Europese verkiezingen en de benoeming van een nieuwe Europese Commissie waardoor het werk de facto minstens een half jaar stil lag. En toen kwam Corona. Dat eiste alle aandacht op. Het EP moest zijn werkwijze drastisch aanpassen. Leden werden geconfronteerd met ernstige reisbelemmeringen. De toegang van leden en staf tot de parlementsgebouwen werd beperkt. Alle Straatsburgsessie werden geschrapt. Online vergaderen en stemmen werd de regel en het ziet er in december 2020 niet naar uit dat deze toestand snel zal veranderen.

Het echte, wetgevende werk van het EP is afhankelijk van het aanbod van de Europese Commissie. Dat is meestal schaars in het eerste jaar van haar aantreden. Pas in de tweede helft van 2020 presenteerde de Commissie belangrijke klimaat en migratie pakketten waarmee het EP aan de slag kan. De Commissie speelde een cruciale rol bij de inrichting van een aan de meerjarenbegroting van de EU gekoppeld herstelfonds, dat zwaar getroffen lidstaten in staat moet stellen hun economieën weer op te bouwen. Er ontstond een hevig debat over de omvang van dat fonds, de financiering ervan en de vorm waarin het zou worden uitgekeerd. Het EP liet van zich horen door het omstreden voorstel om alle hulp in de vorm van schenkingen te geven luid en duidelijk te steunen. En was 750 miljard Euro wel genoeg, vroegen de parlementariërs zich af? We kennen de uitkomst: het bedrag blijft zoals voorgesteld en het grootste del zal bestaan uit schenkingen. Wat velen in het EP een doorbraak vinden is dat de benodigde extra middelen – weliswaar met garanties van de lidstaten – door de Europese Commissie op de financiële markten worden geleend. Daarmee schept de EU in feite een nieuwe eigen bron van inkomsten. De Commissie wil zelfs bekijken hoe een deel kan worden afbetaald met bijvoorbeeld een Europese digitax. Het klinkt als muziek in de oren een groot deel van de EP-ers die al langer er voor pleiten dat de EU meer eigen middelen krijgt.

Het voorgestelde Meerjarig Financieel Kader (MFK) werd niet zonder slag of stoot door het EP geaccepteerd. Het parlement gebruikte zijn budget recht om af te dwingen dat er een indicatieve roadmap komt op weg naar meer EU belastingen. Bovendien wist het EP extra geld los te weken voor programma’s als Erasmus+ en EU4Health.

Belangrijkste wapenfeit van het EP bij de besluitvorming over het MFK was de koppeling van EU subsidies aan respect voor de rechtsstaat. Het eiste concrete wetgeving en nam geen genoegen met een voorstel van het Duits voorzitterschap dat alleen een koppeling legde met fraude en corruptie. Het EP drong erop aan de reikwijdte te verbreden op basis van artikel 2 van het EU Verdrag waarin ook kernwaarden als de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht en een vrije pers worden genoemd. De eis dat bij gekwalificeerde meerderheid een financiële sanctie aan een lidstaat kan worden opgelegd, werd in het uiteindelijke voorstel ingewilligd. Jammer is wel dat het EP in de praktijk van de nieuwe procedure verder geen formele rol speelt. Die is voorbehouden aan Commissie en Raad. Polen en Hongarije – en dat zijn de grootste boosdoeners – dreigden vervolgens uit protest tegen de voorgestelde regeling het MFK en het herstelfonds te blokkeren. Koortsachtig probeerde Angela Merkel een crash te voorkomen. Ze kwam met een compromis dat inhoudt dat de wetgeving blijft maar dat niet tot implementatie wordt overgegaan zolang zij ter beoordeling bij het Europese Hof ligt. Hongarije en Polen zullen het daar aanhangig maken. Ook wordt in de conclusies van de Europese Raad de reikwijdte weer beperkt tot corruptie en fraude. Het EP is het met die uitleg niet eens zoals tijdens de laatste reguliere plenaire zitting van 2020 bleek. Het parlement gaat de komende jaren zeker niet vanaf de zijlijn toekijken maar eerst is het Hof aan zet. Hopelijk doet het er niet te lang over.

Op de valreep van dit jaar ging de Europese Raad akkoord met een nieuwe doelstelling voor het terugdringen van de CO2 uitstoot: 55% minder in 2030. Het EP had 60% voorgesteld maar dat vond zelfs Frans Timmermans te ambitieus.

Niemand zal 2020 snel vergeten. Veel werd onder druk vloeibaar. Menig EP-er zal zich verbaasd hebben over het gemak waarmee de door het EP vaak bekritiseerde begrotingsregels overboord werden gegooid en hoe bij de inrichting van het herstelfonds heilige huisjes op monetair gebied sneuvelden.

 

Jan Marinus Wiersma was van 1994 tot 2009 lid van het Europees Parlement voor de PvdA. Tegenwoordig is hij onderzoeker bij denktank en onderzoeksinstituut Clingendael.