Democratie op Donderdag: een Constitutioneel Hof?

donderdag 22 juli 2021

DEN HAAG (PDC) - Elke donderdag lanceert PDC op Twitter een poll over een actueel politiek onderwerp. Aan de hand van twee antwoordmogelijkheden kan je daarbij je mening geven over een stelling of vraag. De resultaten van de vorige poll én de nieuwe poll worden elke donderdag op Parlement.com gepubliceerd

Tijdens het zomerreces duikt #DemocratieopDonderdag in de wereld van bestuurlijke vernieuwingen. Elke week een nieuwe stelling over veranderingen in het parlementaire stelsel en democratie. Deze week: constitutionele toetsing.

Nieuwe poll

Art. 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter wetten of verdragen niet mag toetsen aan de Grondwet. Deze zogenoemde constitutionele toetsing wordt in Nederland overgelaten aan de wetgever. De regering, Eerste en Tweede Kamer zijn dus gezamenlijk verantwoordelijk voor het beoordelen van wetten op hun grondwettigheid.

Verschillende Grondwetsherzieningen zijn in het verleden aangedragen om rechterlijke constitutionele toetsing mogelijk te maken door een Constitutioneel Hof in te voeren. Deze voorstellen hebben echter nog nooit de benodigde tweederde steun gehaald in het parlement. Toch gaven tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen meerdere partijen, waaronder ook mogelijke coalitiepartners D66 en CU, aan wel voor de oprichting van een Constitutioneel Hof te zijn. Begint het tij te keren? Daarom deze week de volgende stelling:

Nederland moet een Constitutioneel Hof krijgen dat nieuwe wetten en verdragen mag toetsen aan de Grondwet.

Vorige poll

De formateur is verantwoordelijk voor de portefeuilleverdeling van een nieuw kabinet. Daarnaast is het gebruikelijk dat deze persoon later ook minister-president wordt van het door hem of haar samengestelde kabinet. Sinds 2012 kiest de Tweede Kamer formeel de formateur. Het is in de praktijk dan meestal zo dat de grootste coalitiepartij een formateur voordraagt. In dit gehele proces is de directe invloed van de kiezer echter zeer beperkt. Daarom wordt er al lange tijd door verschillende partijen gepleit voor een gekozen formateur.

Het debat over een gekozen formateur laait met enige regelmaat op. Volgens voorstanders zou het de legitimiteit van het ambt vergroten als de formateur door middel van rechtstreekse verkiezingen wordt gekozen. Tegenstanders daarentegen vinden dat een gekozen formateur met zijn eigen kiezersmandaat niet binnen het huidige parlementaire stelsel past. Daarom deze week de volgende stelling:

Op de dag van de Tweede Kamerverkiezingen moeten kiezers ook zélf de formateur - en dus de minister-president - van het nieuwe kabinet kunnen kiezen.

Een kleine meerderheid van 53% van de stemmers geeft aan niks te zien in een gekozen formateur.