Democratie op Donderdag: bindend correctief referendum?

donderdag 29 juli 2021

DEN HAAG (PDC) - Elke donderdag lanceert PDC op Twitter een poll over een actueel politiek onderwerp. Aan de hand van twee antwoordmogelijkheden kan je daarbij je mening geven over een stelling of vraag. De resultaten van de vorige poll én de nieuwe poll worden elke donderdag op Parlement.com gepubliceerd.

Tijdens het zomerreces duikt #DemocratieopDonderdag in de wereld van bestuurlijke vernieuwingen. Elke week een nieuwe stelling over veranderingen in het parlementaire stelsel en democratie. Deze week: het bindend correctief referendum.

Nieuwe poll

In juli 2018 werd het raadgevend referendum ingetrokken door Kabinet-Rutte III omdat deze vorm van volksstemming niet aan de verwachtingen had voldaan. Enkele maanden later echter adviseerde de Staatscommissie Parlementair Stelsel om een bindend correctief referendum in Nederland in te voeren. Dit advies werd direct opgepakt door SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak die begin januari 2019 het initiatiefvoorstel 'correctief referendum' indiende. Hierbij gaat het om een volksstemming die op initiatief van kiesgerechtigden geschiedt en over wetsvoorstellen gaat die al aangenomen zijn door de Eerste en Tweede Kamer.

Al decennialang wordt er in Nederland gediscussieerd over het referendum. Voorstanders vinden een bindend correctief referendum een goede manier om burgers meer invloed te geven op het wetgevingsproces. Binnen het huidige parlementaire stelsel kunnen besluiten namelijk genomen worden waarvoor een meerderheid in het parlement bestaat, maar waarvoor geen meerderheid is in de samenleving. Tegenstanders daarentegen menen dat het concept referendum niet past binnen de representatieve indirecte democratie die wij in Nederland hebben. Volksvertegenwoordigers zijn namelijk gekozen om een zorgvuldige belangenafweging te maken namens het Nederlandse volk. Maar wat denk jij? Daarom deze week de volgende stelling:

Nederlandse burgers moeten de mogelijkheid krijgen om zich via bindend correctieve referenda uit te spreken over wetgeving.

Vorige poll

Art. 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter wetten of verdragen niet mag toetsen aan de Grondwet. Deze zogenoemde constitutionele toetsing wordt in Nederland overgelaten aan de wetgever. De regering, Eerste en Tweede Kamer zijn dus gezamenlijk verantwoordelijk voor het beoordelen van wetten op hun grondwettigheid.

Verschillende Grondwetsherzieningen zijn in het verleden aangedragen om rechterlijke constitutionele toetsing mogelijk te maken door een Constitutioneel Hof in te voeren. Deze voorstellen hebben echter nog nooit de benodigde tweederde steun gehaald in het parlement. Toch gaven tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen meerdere partijen, waaronder ook mogelijke coalitiepartners D66 en CU, aan wel voor de oprichting van een Constitutioneel Hof te zijn. Begint het tij te keren? Daarom deze week de volgende stelling:

Nederland moet een Constitutioneel Hof krijgen dat nieuwe wetten en verdragen mag toetsen aan de Grondwet.

Een ruime meerderheid (78% van de stemmen) geeft aan voor de oprichting van een Constitutioneel Hof te zijn.