35924 - Initiatiefvoorstel Toevoeging aan de Grondwet van bepalingen ten behoeve van gelijke kansen in het onderwijs (eerste lezing)

Dit wetsvoorstel werd op 6 oktober 2021 aanhangig gemaakt door het Tweede Kamerlid De Hoop (PvdA).

 

Voorstel om aan artikel 23 in de Grondwet een aantal bepalingen toe te voegen om meer gelijkheid in het onderwijs te creëren. Met de aanvullingen blijft de onderwijsvrijheid voor scholen bestaan: Ieder kind heeft recht op onderwijs, en moet elke school kunnen kiezen. Tegelijkertijd moet elke school de plicht hebben om kinderen op gelijke voet te accepteren. Daarbij moet het onderwijs bijdragen aan gelijke kansen, persoonlijkheidsvorming en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Stand van zaken

Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer.

2.

Kerngegevens

Aanhangig gemaakt
6 oktober 2021

Volledige titel
Voorstel van wet van het lid De Hoop houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van bepalingen ten behoeve van gelijke kansen in het onderwijs

Ondertekenende bewindslieden

De minister van Algemene Zaken
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Kamercommissies

3.

Uit de memorie van toelichting

Een van de dingen die werkelijk optimistisch maakt is hoe de volgende generatie naar de wereld kijkt. Is plastic een probleem, dan gaat groep zes voor een opruimactie! Wat willen we later worden: profvoetballer, dokter, danser! Bij kinderen staan tussen droom en daad nog geen wetten in de weg of praktische bezwaren. Kinderen delen een aanstekelijk enthousiasme over de toekomst, alsof ze ergens een magische hoop-put kunnen aanboren die voor volwassenen gesloten is. Wat alle ouders dan weer delen, is de hoop dat de volgende generatie een eerlijke kans krijgt op een mooie toekomst. Dat willen we immers allemaal voor onze kinderen.

Een eerlijke kans, een mooie toekomst. Het blijft voor veel kinderen helaas bij dromen. In Rotterdam gaan op de ene school alle kinderen naar havo of vwo, waar dat bij een andere basisschool - in dezelfde straat - nog niet de helft van de kinderen is, net als in de rest van Rotterdam. Dezelfde straat, verschillende kansen. Dit voorbeeld staat helaas niet op zichzelf.

We zien scholen waar kinderen niet de kansen krijgen die ze op andere scholen wel krijgen. We zien scholen waar onze universele waarden - zoals gelijkheid van man en vrouw, of homo en hetero - niet worden gedeeld. We zien kinderen die thuiszitten en op geen enkele school worden toegelaten. Ons ideaal, dat het niet mag uitmaken waar je vandaan komt voor wie je later wordt, komt zo in gevaar.

Wat de initiatiefnemer van deze wet betreft moet de overheid daarom de grondwettelijke opdracht krijgen om voor gelijke kansen in het onderwijs te zorgen. De wijk waarin je woont, je religie of wie je ouders zijn mogen nooit bepalend zijn voor wie je later wordt. School moet voor ieder kind een gelijk startpunt zijn. Dat is niet alleen in het belang van onze jeugd, maar in het belang van ons allemaal. Gelijke kansen zijn essentieel voor een samenleving waarin we omkijken naar elkaar, waarin we kunnen omgaan met verschillen en weerbaar zijn in een wereld die steeds sneller verandert.

De initiatiefnemer beoogt het belangrijke artikel 23 van de Grondwet - dat de vrijheid van onderwijs regelt én de overheid de taak geeft zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs - daarom aan te vullen. Met de aanvullingen blijft de onderwijsvrijheid voor scholen bestaan en wordt de positie van kinderen en ouders versterkt. Het nieuwe artikel 23 is duidelijk: Ieder kind heeft recht op onderwijs, en moet elke school kunnen kiezen. Tegelijkertijd moet elke school de plicht hebben om kinderen op gelijke voet te accepteren. Daarbij moet het onderwijs niet alleen van goede kwaliteit zijn, maar ook bijdragen aan gelijke kansen, persoonlijkheidsvorming en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

In het vervolg van het algemeen deel van deze toelichting wordt in paragraaf 2 nader ingegaan op de achtergrond van het voorstel tot aanpassing van artikel 23. In paragraaf 3 worden de hoofdlijnen van het voorstel nader toegelicht. Paragraaf 4 gaat in op de noodzakelijkheid van het voorstel en het wettelijk kader. Paragraaf 5 gaat in op de financiële gevolgen. Paragraaf 6 gaat tenslotte in op de reacties naar aanleiding van de internetconsultatie van dit voorstel.

4.

Documenten

(3 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

2 6 oktober 2021, memorie van toelichting, nr. 3     KST999283
Memorie van toelichting
 
2 6 oktober 2021, voorstel van wet, nr. 2     KST999282
Voorstel van wet
 
2 6 oktober 2021, geleidende brief, nr. 1     KST999280
Geleidende brief
 

5.

Internetconsultatie

6.

Andere bronnen

7.

Over dit dossier

Dit parlementaire dossier is door PDC automatisch samengesteld en verrijkt en redactioneel gecheckt. Op basis van dezelfde methoden en technieken creëert PDC 24/7 actuele dossiers in de Parlementaire Monitor en in de EU Monitor. Met behulp van de monitoren volgt u Den Haag en Brussel op de voet of blikt u terug op eerdere besluitvorming. Neem contact op als u meer wilt weten over de parlementaire data van PDC of over een abonnement op een monitor.