Nederlandse Grondwet:
Antwoorden op vragen LPF over het mogelijk uitroepen van 6 mei tot «Dag van de Vrijheid van Meningsuiting» (2020310820)

publicatie datum 19 mei 2003
Kamer Tweede Kamer
beantwoordende ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
kamerleden B.J. (Joost) Eerdmans
partijen Lijst Pim Fortuyn

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2002–2003

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1261

Vragen van het lid Eerdmans (LPF) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het mogelijk uitroepen van6mei tot «Dag van de Vrijheid van Meningsuiting».(Ingezonden 24 april 2003)

1

Bent u bekend met de inhoud van de vrijheidscommercial van de

Rijksoverheid zoals die op dit moment op televisie wordt uitgezonden?

2

Waarom wordt in de commercial, waarin duidelijk wordt gemaakt dat op 4 mei de offers voor de vrijheid worden herdacht en op 5 mei de Nederlandse vrijheid wordt gevierd, geen melding gemaakt van de klap die de Nederlandse democratie met de moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 te verwerken kreeg?

3

Bent u niet van mening dat herdenking van de moord op Pim Fortuyn, gezien ook het feit dat zijn dood door zovelen in Nederland werd betreurd, in deze commercial een plaats moet krijgen om zo de boodschap over te brengen dat vrijheid in Nederland alleen maar beleefd kan worden in een democratische rechtsstaat waarin respect bestaat voor een ieders mening en waarin een ieder zijn mening vrijelijk kan uiten?

4

Hoe staat u er tegenover om 6 mei uit te roepen tot «Dag van de Vrijheid van Meningsuiting» om daarmee de herinnering aan de aanslag op Pim Fortuyn en de schok die de moord voor de Nederlandse samenleving betekende, levend te houden?

Antwoord

Antwoord van minister Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de minister-president, minister van Algemene Zaken en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. (Ontvangen 14 mei 2003)

1 Ja.

2 en 3

De uitzending, die in overleg met het Nationaal Comité 4 en 5 mei is gemaakt, is gericht op alle burgers en vestigt de aandacht op de betekenis van de bevrijding in 1945 en van de vrijheid als zodanig. Het is evident dat vrijheid zonder respect en zonder vrijheid van meningsuiting betekenisloos is.

4

De door het Nationaal Comité 4 en 5 mei georganiseerde activiteiten staan de laatste jaren mede in het teken van vrijheid en rechtsstaat. In dit kader wordt ook aandacht gegeven aan de vrijheidsrechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting. Het aanwijzen van een afzonderlijke «dag van de vrijheid van meningsuiting» zou bij deze aanpak, gericht op vrijheid in al zijn facetten, niet passen.

KVR17754 2020310820 0203tkkvr1261 ISSN 0921 - 7398 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2003

Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, Aanhangsel

2629


                                                                                                                                                                         

 
 
  • Contact
  • Home