Tweede lezing Grondwetsherziening aansluitend aan verkiezingen Tweede Kamer

Minister Kajsa Ollongren is een internetconsultatie gestart over een mogelijke herijking van de Grondwetsherzieningsprocedure. Ieder voorstel om de Grondwet te wijzigen moet tweemaal behandeld worden: de zogenaamde eerste en tweede lezing. De Tweede Kamer moet voorafgaand aan de tweede lezing ontbonden worden, zodat de kiezer zich in de verkiezingen uit kan spreken over het voorstel de Grondwet te wijzigen. Ollongren stelt voor de Grondwetsherzieningsprocedure zo aan te passen dat de Tweede Kamer die aansluitend op de eerste lezing wordt gekozen, de tweede lezing ook daadwerkelijk moet beginnen en af moet ronden. Indien dit niet gebeurt, dan vervalt het voorstel van rechtswege. De consultatie sloot op 9 oktober 2019.

De Raad van State maakte op 23 maart in zijn advies kenbaar dat hij zich kan vinden in het voorstel. De Raad van State adviseert wel om het punt dat een advisering door de Raad van State niet nodig is, aan te passen.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Achtergrond en bedoelde invloed van het voorstel

Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moet tweemaal instemmen met de Grondwetsherziening. Doordat de Tweede Kamer voor aanvang van de tweede lezing ontbonden moet worden, is er voor een langere periode brede politieke steun nodig om de Grondwet te wijzigen. Veranderingen in de Grondwet kunnen niet op basis van een enkele verkiezingsuitslag worden doorgevoerd.

In de huidige Grondwet is echter niet duidelijk vastgesteld wanneer en door wie de procedure van de tweede lezing in werking moet worden gebracht. Daarom is het mogelijk dat de regering en/of de Tweede Kamer besluit niet aan de tweede lezing te beginnen voordat er een 'gunstigere' samenstelling van de Kamer is. Wanneer om deze of een andere reden de tweede lezing wordt uitgesteld tot na de Tweede Kamerverkiezingen die vier jaar na de op de eerste lezing aansluitende verkiezingen plaatsvinden, vervalt de inspraak van de kiezer op het wel of niet aannemen van de Grondwetswijziging. Het voorstel van minister Ollongren moet dit probleem oplossen.

2.

Het voorstel artikelsgewijs

In Artikel 137 van de Grondwet komt het derde lid te luiden: 'De Tweede Kamer die wordt gekozen na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid, overweegt in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Indien deze Tweede Kamer geen besluit neemt over het voorstel, vervalt dit van rechtswege. Zodra zij het voorstel heeft aangenomen, overweegt de Eerste Kamer dit in tweede lezing. De beide kamers kunnen het voorstel tot verandering alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.' Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

Het volgende additionele artikel wordt aan de Grondwet toegevoegd:

'Artikel 137 van de Grondwet zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dit artikel, blijft van kracht ten aanzien van een voorstel tot verandering in de Grondwet waarvan de wet die verklaart dat zij in overweging zal worden genomen, is bekendgemaakt vóór de datum waarop de Tweede Kamer is gekozen die zitting heeft op de datum van inwerkingtreding van dit artikel.

Indien een wijziging van artikel 137 van de Grondwet in werking is getreden of treedt die ertoe strekt dat de Staten-Generaal in verenigde vergadering een voorstel tot verandering in de Grondwet in tweede lezing overwegen:

  • a. 
    komt het derde lid van artikel 137 van de Grondwet te luiden: Nadat de Tweede Kamer die wordt gekozen na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid, is samengekomen, overwegen de Staten-Generaal in verenigde vergadering in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien zij gedurende de zittingsduur van de in de eerste volzin bedoelde Tweede Kamer geen besluit nemen over het voorstel, vervalt dit van rechtswege.
  • b. 
    vervalt het vierde lid van artikel 137 van de Grondwet, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid, en wordt in het vierde lid (nieuw) ‘De Tweede Kamer kan’ vervangen door ‘De Staten-Generaal in verenigde vergadering kunnen’.'

3.

Historische context

De Grondwetsherziening van 1848 legde de huidige Grondwetsherzieningprocedure vast. Na aanneming van een wijzigingsvoorstel moesten verkiezingen voor zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden gehouden, waarna beide nieuw gekozen Kamers het voorstel met twee derde meerderheid aan moesten nemen. Sinds 1995 wordt de Eerste Kamer niet meer ontbonden. Dat de Tweede Kamer die gekozen is na afronding van de eerste lezing, de tweede lezing kan uitstellen tot na verdere verkiezingen is al vaker als problematisch verklaard. In 2009 heeft het kabinet een notitie aan de Kamer gezonden over de vraag of de Grondwetsherzieningprocedure aangepast zou moeten worden. Hierin gaf het kabinet aan dat het in alle gevallen wenselijk is dat de Tweede Kamer die na afronding van de eerste lezing wordt gekozen, de behandeling van de tweede lezing zowel aanvangt als afrondt. Het huidige voorstel van Ollongren is om dit in de wet vast te leggen.